Schurft bij runderen wordt veroorzaakt door schurftmijten en kan leiden tot erge jeuk, pijn, huidirritatie, kaalheid, korstvorming, onrust, verminderde conditie en tegenvallende groei. De behandeling hangt af van de aanwezige mijtensoort: Psoroptes, Chorioptes of Sarcoptes hebben elk een eigen ziektebeeld en vragen niet altijd dezelfde aanpak.
Laat bij verdenking bij voorkeur een huidafkrabsel nemen door de bedrijfsdierenarts, want men is pas 100% zeker van de betrokken mijtensoort wanneer een huidafkrabsel wordt onderzocht. Behandel vervolgens alle relevante contactdieren gelijktijdig, scheer de dieren en verwijder korsten vóór de behandeling, volg strikt de bijsluiter en herhaal de behandeling volgens het voorgeschreven interval.
Wat is schurft bij runderen?
Schurft is een aandoening van de huid veroorzaakt door de schurftmijt. Naast luizen, vliegen en teken is schurft in onze streken één van de belangrijkste huidparasieten bij het rund. De verwekkers van schurft - de schurftmijten - hebben een belangrijke economische betekenis, gezien ze voor jeuk, pijn en onrust zorgen.
Zowel vleesvee als melkvee zijn gevoelig voor schurft, maar de ziekte kan vooral bij het Belgisch Witblauwe ras zeer uitgesproken letsels veroorzaken. Schurft veroorzaakt vaak erge jeuk, pijn, huidirritatie, kaalheid en korstvorming. Dit leidt tot onrust, een verminderde conditie en tegenvallende groei.
In de praktijk komen we het gehele jaar door schurft tegen bij kalveren. Vroeger was dit vooral een probleem in de herfst- en winterperiode, tegenwoordig zien we dit het hele jaar door opspelen. In de koudere en nattere periode van het jaar komt het wel meer voor.

Welke schurftmijten komen bij runderen voor?
Bij runderen komen meerdere soorten schurftmijten voor. Elke soort veroorzaakt een ander ziektebeeld en vraagt een andere aanpak. Voor alle mijten geldt dat ze voornamelijk worden overgedragen door direct contact tussen runderen.
| Mijtensoort | Benaming | Typische plaats | Belangrijkste kenmerken |
|---|---|---|---|
| Psoroptes | Natte schurft | Schoft, rug en staartbasis | Vochtige korsten, sterke jeuk, kaalheid en schuurletsels |
| Chorioptes | Poot- of staartschurft | Achterpoten, staartbasis, uier of scrotum | Schilfers, jeuk en schuren; vaak milder verloop |
| Sarcoptes | Droge winterschurft | Kop, nek, elleboog en weinig behaarde huid | Gangen in de huid, verdikking, korsten en kaalheid |
Psoroptes: natte schurft
De meest voorkomende schurftmijt is de Psoroptes-mijt. Psoroptesschurft komt vooral bij Belgisch Witblauwe runderen voor. Deze ‘zuigmijt’ steekt in de huid om lymfe op te zuigen en is de oorzaak van ‘vochtige schurft’ van schoft tot staart, maar kan ook letsels geven op het hele lichaam.
Psoroptes zit voornamelijk op de schoft, rug en staartbasis en geeft een vochtig beeld, soms opgedroogd als barnsteenkleurig vocht. Psoroptes geeft vooral plekken op de rug en schouder die ovaal van vorm zijn en gepaard kunnen gaan met korsten en vocht wat uit de huid komt. De huid wordt ernstig aangetast en gaat snel bloeden.
De dieren vertonen erge jeuk, hebben vochtige korsten, haaruitval en schuurletsels. Door de sterke jeuk gaan de dieren schuren wat voor bijkomende letsels en infecties kan zorgen. Door de jeuk gaan kalveren schuren, wat huidbeschadiging geeft, door het schuren komt er meer vocht vrij en worden korsten en schilfers gevormd, die weer voeding voor de mijt en zijn larvale stadia zijn.
Bijna 75% van de vleesveebedrijven in Vlaanderen heeft last van Psoroptesschurft. Psoroptes-schurft is vooral matig tot zwaar problematisch bij het Belgisch Witblauw ras. Bij opgroeiend vee veroorzaakt Psoroptes-schurft dagelijks ongeveer 30 gram groeiverlies per procent aangetast huidoppervlak.
Psoroptes ovis komt vooral voor bij vleesvee en veroorzaakt ‘natte schurft’. De aandoening veroorzaakt vochtige korsten, sterke jeuk en kaalheid, vooral op de schoft, rug en staartbasis. Dieren schuren veel, waardoor bijkomende letsels ontstaan.
Chorioptes: poot- en staartschurft
Naast Psoroptes komt ook vaak de Chorioptes-mijt voor. Deze veroorzaakt problemen bij zowel vleesvee als melkvee maar is een eerder goedaardige vorm van schurft. Deze mijt leeft oppervlakkig op de huid en gaat letsels veroorzaken ter hoogte van de staart en achterpoten.
Chorioptes zit voornamelijk op de achterpoten, staartbasis en dam van het uier of scrotum. Chorioptes geeft ronde schurftplekken die voornamelijk op de staart, op het uier en in de koekoeksgaten zitten. Deze plekken geven veel jeuk en geïnfecteerde dieren staan veel te schuren.
Bij deze vorm van schurft ziet men vooral veel huidschilfers. De infectie kan gepaard gaan met jeuk, hoewel meestal minder uitgesproken dan bij Psoroptes-schurft. Chorioptes-schurft veroorzaakt veel jeuk en zit vooral op de staart en de uier, waar het ook kan leiden tot mastitis omdat de spenen beschadigen.
Chorioptes bovis wordt vaak bij melkvee vastgesteld en veroorzaakt poot- of staartschurft, meestal met een vrij goedaardig verloop. Zowel Chorioptes als Psoroptes zijn niet-gravende mijten en komen vaak gezamenlijk voor op een dier met verschijnselen van schurft.
Sarcoptes: gravende mijt
Een derde vorm is Sarcoptes-schurft. Deze vorm komt bijna niet meer voor in België. De Sarcoptes-mijt is een graafmijt die als enige gangen graaft in de huid. Sarcoptes-schurft zou voornamelijk optreden in de winter en erg intense jeuk veroorzaken.
De letsels komen voornamelijk voor ter hoogte van de kop. Sarcoptes kenmerkt zich door plekken die op de kop voorkomen. De mijt leeft op weinig behaarde delen, zoals de nek, elleboog en rond de staartbasis.
In de acute fase ziet men weinig van deze infectie, tot het dier overgevoelig wordt en een huidontsteking ontwikkelt. In de chronische vorm gaat de huid verdikken, krijgt ze een olifantenhuid, ontstaan korsten en wordt de huid kaal. Vaak komt er een bacteriële ontsteking van de huid bij.
Omdat Sarcoptes in de huid leeft, zal de behandeling middels injectie moeten plaatsvinden; wassen met een geregistreerd middel heeft hier dus geen zin. De Sarcoptes-mijt leeft niet langer dan twee tot drie dagen buiten een rund.
Andere mijten
Van minder belang zijn Cheyletiella-soorten en Demodex bovis. Cheyletiella geeft voornamelijk droge, grijzige schilfering; de jeuk is wisselend. Deze mijt is geen groot probleem, mede omdat hij goed reageert op behandeling tegen schurft met pour-onmiddelen.
Demodex bovis leeft in de haarfollikels en geeft lokaal pukkels en puistjes. Deze aandoening is meestal goedaardig, geneest in de loop van maanden vanzelf en veroorzaakt geen jeuk.
Hoe herken je schurft bij runderen?
Typische signalen van dieren die besmet zijn met de schurftmijt zijn dat dieren zich vaak schuren, zichzelf of elkaar likken, zichtbare letsels hebben of plukken vacht en haren achterlaten op de stalinrichting of de weide-omheining. Let ook op korsten, kale plekken en onrust in de koppel.
Psoroptes kenmerkt zich met name door ronde, kale plekken en een verdikte huid met korsten op de schoft en de rug. Vaak zit er ook opgedroogd wondvocht rond de plekken. Chorioptes geeft ronde schurftplekken die voornamelijk op de staart, op het uier en in de koekoeksgaten zitten.
Bij een zware schurftbesmetting groeien dieren slecht. Schurftmijten veroorzaken jeuk, kale plekken, beschadigingen aan de huid en onrust onder de dieren. Psoroptes geeft vooral plekken op de rug en schouder die ovaal van vorm zijn en gepaard kunnen gaan met korsten en vocht wat uit de huid komt.
Bij verdenking laat je een huidafkrabsel nemen. Zo wordt duidelijk om welk type schurftmijt het gaat, wat nodig is voor een correcte behandeling. Door een huidafkrabsel te nemen kan de bedrijfsdierenarts achterhalen om welk soort schurftmijt het gaat en zo de gepaste behandeling voorstellen.
Schurftmijt onderscheiden van ringschurft
“Ringschurft” is geen mijt, maar een schimmelinfectie. Ringschurft, ringworm of ringvuur wordt meestal veroorzaakt door de schimmel Trichophyton verrucosum. Het is een goedaardig verlopende, besmettelijke aandoening van de oppervlakkige lagen van de huid.
Typische ringwormplekjes zijn rond, schilferig en scherp begrensd. Ze zitten vaak op de kop, rond de ogen en in de hals, maar kunnen ook elders op het lichaam optreden. Na verloop van tijd worden de aangetaste plekken kaal en komen er dikke, grijze korsten op.
De plekken zijn niet pijnlijk en veroorzaken geen jeuk. De gifstoffen die de Trichophyton-schimmel produceert zorgen voor een lokale ontstekingsreactie, welke zich kenmerkt met roodheid, jeuk, warmte en vochtproductie.
Ringschurft is een contactinfectie, dat wil zeggen dat dieren elkaar kunnen besmetten maar ook mensen kunnen besmet worden. Het komt het meeste voor bij jonge dieren, maar na een infectie bouwen de dieren wel een weerstand op tegen deze schimmel.
Een infectie met Trichofytose is vooral waarschijnlijk als de aanwezigheid van de schimmel op de huid gepaard gaat met vocht en bijvoorbeeld het schuren of likken van de huid. Andere predisponerende factoren zijn een gebrek aan zonlicht, omdat UV-licht schimmelsporen doodt, en groepshuisvesting met een hoge besmettingsgraad.
Trichofytose is zelflimiterend door de immuniteit die wordt opgedaan. De behandeling is daarom niet zozeer gericht op het genezen van het dier, maar op het verminderen van de infectiedruk in de koppel. Het wassen met antischimmelmiddelen werkt vaak goed, maar is bewerkelijk.
Het dier moet helemaal worden gewassen, om de vier dagen, drie tot vier keer achter elkaar. Aangetaste dieren moeten worden geïsoleerd om verdere verspreiding te voorkomen. Daarnaast bestaat er een vaccin, waarvoor in bepaalde gevallen gekozen kan worden.
Hoe verspreidt schurft zich?
De besmetting gaat grotendeels via direct contact, maar kan ook uit de omgeving komen. Voor alle mijten geldt dat ze voornamelijk worden overgedragen door direct contact tussen runderen. Daarom werken het op stal komen en zeker ook overbezetting in de stal de verspreiding van schurft in de hand.
Zoals voor veel ziekten is de aankoop van runderen een belangrijke risicofactor. Als de aangekochte dieren niet correct of niet in quarantaine worden gehouden, en tijdens deze quarantaine niet worden behandeld tegen schurft, kan er heel eenvoudig schurft verspreiden door contact met de bestaande veestapel.
Naast een slechte stalhygiëne is een slechte ventilatie nadelig. Wanneer de stal vochtig, koud en donker is, vooral in de winterperiode, hebben de mijten meer kans om te overleven in de omgeving en zo voor verspreiding te zorgen.
De mijten overleven verschillende weken in de omgeving maar zijn na één tot twee weken niet meer in staat om dieren te besmetten. Schurftmijten kunnen tot 14 dagen in de omgeving overleven. Deze vorm van verspreiding is echter niet de belangrijkste; de overdracht gebeurt hoofdzakelijk door direct contact tussen dieren.
Bijtende mijten leggen eieren in het haar. De eieren komen uit en ontwikkelen zich tot larven en daarna tot nymfen, die binnen tien dagen uitgroeien tot volwassen mijten. Deze mijten kunnen twee tot drie weken in een stal zonder rundvee overleven.
De gravende mijt graaft gangen in de huid, waar zij haar eieren legt. De hieropvolgende larvale en nymfale stadia ontwikkelen zich in de huid en binnen twee tot drie weken zijn deze uitgegroeid tot volwassen mijten. De gravende mijt kan maximaal twee tot drie dagen zonder runderen overleven in de omgeving.

Waarom zijn sommige runderen gevoeliger?
Er is een duidelijk rasverschil in gevoeligheid: Belgisch Wit-Blauw is heel wat gevoeliger dan andere vleesrassen en vleesrassen zijn gevoeliger dan Holstein en ander melkvee. Het Belgisch Witblauwe vee lijkt duidelijk gevoeliger dan de HF-runderen.
Dit wordt onder meer veroorzaakt door een verschil in huidstructuur. De bouw van de dieren, met name de afgeplatte rug, zorgt ervoor dat de bovenzijde van het dier makkelijker nat blijft staan. Verder lijken Belgisch Witblauwe runderen sterker te reageren op de stoffen die bij deze mijtinfectie vrijkomen.
Dieren met een wit haarkleed zijn gevoeliger dan de blauwe dieren. Psoroptes-schurft komt vooral bij Belgisch Witblauwe runderen voor en is bij dit ras de grootste boosdoener van schurftproblemen.
Er lijkt een verband te zijn tussen ernstige mijtinfecties en tekorten aan mineralen. Vooral zink, koper, jodium en seleen lijken een rol te spelen, vermoedelijk door een lagere weerstand en een slechtere kwaliteit van de huid.
Ook stress, een slechte conditie en een verminderde weerstand kunnen bijdragen aan ernstige mijtinfecties. Een dier in goede conditie heeft meer weerstand tegen infecties.
Diagnose vóór de behandeling
Een belangrijk punt vooraleer men aan een behandeling begint is identificeren over welke schurftmijt het gaat. Dit kan op basis van het type en de locatie van de letsels, maar men is pas 100% zeker wanneer men een huidafkrabsel laat nemen door de dierenarts.
Soms lijken de letsels van Psoroptes op deze van Chorioptes, doch de behandeling is anders. Menginfecties met Psoroptes en Chorioptes komen voor. Ook luizen kunnen jeuk veroorzaken en moeten bij de beoordeling worden meegenomen.
Bij verdenking laat je een huidafkrabsel nemen. DGZ Labo voert parasitologisch onderzoek uit op huidmonsters. Om het effect van de behandeling te controleren, laat je het beste opnieuw afkrabsels analyseren.
Schurft behandelen: algemene uitgangspunten
De behandeling van schurft is zeer moeilijk, vooral op Belgisch Witblauwe bedrijven. Door aanwezigheid van dragers van schurft die niet zichtbaar zijn aangetast, of door resistentie tegen bepaalde schurftbehandelingen, is de kans reëel dat de ziekte terug opduikt.
Er bestaat geen standaardoplossing, want de situatie is verschillend op elk bedrijf. Gebruik altijd het juiste middel tegen de juiste mijtensoort, behandel lang genoeg om alle levensstadia aan te pakken en werk samen met de dierenarts voor een bedrijfsspecifiek plan.
Door toenemende resistentie van Psoroptes-mijten tegen bepaalde producten is een zorgvuldige aanpak essentieel. Onzorgvuldig behandelen of niet behandelen tot alle mijten dood zijn, kan resistentie veroorzaken of verergeren.
Behandel de dieren in een zo vroeg mogelijk stadium. Het resultaat is beter aan het begin van de infectie. Hoe eerder hoe beter: als je verschijnselen op de dieren ziet, ben je eigenlijk al te laat.
1. Scheer de dieren vóór de behandeling
Het is vooreerst heel belangrijk dat de dieren voor de behandeling geschoren worden, op z’n minst van schoft tot staart. Scheer de dieren, zeker de rug, voor de behandeling; dit geldt vooral voor Psoroptes.
Door de dieren te scheren raak je de eieren in het haar kwijt, zullen wassen of pour-onmiddelen beter werken en zullen de dieren droger blijven op de rug. Verwijder ook de meeste korsten, bijvoorbeeld met een harde borstel, vooraleer te behandelen.
Korsten kunnen ervoor zorgen dat een topicale behandeling minder efficiënt is. Eventuele korsten moeten bij lokale toepassing van Taktic eerst worden losgeweekt met een borstel.
Let wel op het gebruik van het scheerapparaat vanwege overdracht. Reinig het scheerapparaat zorgvuldig en voorkom dat het besmetting van het ene naar het andere dier overbrengt.
2. Behandel alle contactdieren
Het is belangrijk dat alle in-contactdieren worden behandeld, dus alle dieren die in contact komen met elkaar, ook via hekken tussen aangrenzende boxen. Behandel alle dieren tegelijkertijd.
Een andere veel gemaakte fout is dat enkel de visueel aangetaste dieren worden behandeld. ‘Gezonde’ dieren kunnen de mijten met zich meedragen en blijven, als ze niet behandeld worden, een bron van besmetting voor de kudde.
Maak de huid goed vochtig met een rugspuit wanneer een was- of spraybehandeling wordt toegepast. Bij gebruik van amitraz moeten de dieren volledig worden besproeid of gewassen.
3. Gebruik de juiste dosis
Weeg of meet het dier: alleen zo kan je de correcte dosis van het schurftmiddel bepalen. Onderdosering leidt tot minder genezing en verhoogt de kans op resistentieontwikkeling.
Volg de bijsluiters van de gebruikte medicatie goed. De juiste dosering is cruciaal; bij onderdosering is er een grote kans op resistentie.
4. Herhaal de behandeling
Een behandeling bestaat uit twee maal behandelen met zeven dagen interval, eventueel bij een zware infectie nog een keer herhalen. De behandeling moet minstens tweemaal, soms ook meer, worden herhaald met zeven tot maximaal tien dagen tussen de behandelingen, behalve bij langwerkende producten.
Het interval van zeven tot tien dagen tussen twee behandelingen is erg belangrijk en heeft te maken met de levenscyclus van de mijt. Het duurt ongeveer tien dagen om van een eitje tot een volwassen mijt te komen.
De volwassen mijten zijn gevoelig aan de beschikbare producten, maar hun eitjes niet. Na zeven tot tien dagen komen er opnieuw eitjes uit. Deze jonge mijten, de nymfen, zijn weer gevoelig aan de behandeling, maar nog niet in staat om zelf eitjes te leggen.
Eenmalige behandeling is daarom zelden voldoende, omdat eitjes niet worden gedood. Behandel volgens het voorgeschreven schema en controleer het resultaat met een nieuw huidafkrabsel.
Behandeling van Psoroptes
Vleesvee zal eerder besmet zijn met de zuigmijt Psoroptes. Hierbij gebruikt men best inspuitbare middelen, hoewel ook een beperkt aantal van de topicale middelen werkzaam zou zijn.
Injectiemiddelen met avermectines helpen goed tegen deze mijt. Om op korte termijn van een schurftprobleem verlost te geraken moet men een intensief behandelschema naleven alsook het management aanpassen.
Bij de behandeling van een bijtende mijt wordt gestart met een injectie met een ivermectineachtig middel, gevolgd na tien dagen door een behandeling met een pour-onmiddel of door wassen met een geregistreerd middel. Deze behandeling wordt na tien dagen herhaald.
Beide mijten kunnen het beste bestreden worden door middel van wassen met Taktic met een interval van zeven dagen. Dit middel heeft echter een wachttijd van vier dagen voor de melk.
Bij ernstig aangetaste dieren is het aan te bevelen het dier eerst goed te wassen met een bacteriedodend middel, bijvoorbeeld een jodiumscrub of shampoo. Hierbij worden de korsten verwijderd en wordt de bacteriële infectie bestreden.
Behandeling van Chorioptes
Bij melkvee ziet men voornamelijk de schilfermijt Chorioptes. Deze kan het best behandeld worden met topicale middelen op de huid, zoals pour-ons of producten om mee te wassen.
Pour-onmiddelen met avermectines helpen goed tegen deze mijt. Chorioptes is vaak milder dan Psoroptes, maar dieren kunnen wel veel jeuk hebben en zich langdurig schuren.
Wanneer Chorioptes samen met Psoroptes voorkomt, moet het behandelplan op beide mijtensoorten worden afgestemd. Een huidafkrabsel helpt om een menginfectie vast te stellen.
Behandeling van Sarcoptes
Omdat Sarcoptes in de huid leeft, heeft een behandeling met een injecteerbaar middel de voorkeur. Wassen met een geregistreerd middel heeft bij deze gravende mijt geen zin.
De behandeling van een gravende mijt, zoals Sarcoptes bovis, bestaat uit twee ivermectineachtige injecties met zeven dagen tussentijd. Volg altijd de bijsluiter en het behandelplan van de dierenarts.
Wassen met amitraz of een ander middel
Wanneer met amitraz wordt gewassen, moet het hele dier nat worden. Het middel werkt alleen goed wanneer de huid en vacht volledig worden bereikt.
Minimaal twee en zo nodig drie wasbehandelingen zijn nodig, met steeds acht dagen tussentijd. Het hele dier moet nat worden en de bijsluiter moet vóór gebruik worden gelezen, want het wasmiddel is toxisch.
De omgeving en gebruiksvoorwerpen moeten altijd worden ontsmet of vervangen, bijvoorbeeld borstels, met een amitrazoplossing zoals Taktic. Dit is niet nodig wanneer er drie weken leegstand heeft plaatsgevonden en de gebruiksvoorwerpen niet in contact zijn geweest met runderen.
Let bij ontsmetting met Taktic op alle veiligheidsmaatregelen en draag handschoenen. Volg de gebruiksaanwijzing nauwkeurig en voorkom contact met huid en ogen.
Schurft behandelen met crème: duidelijke uitleg en stappen
Waarom kan een behandeling mislukken?
Er zijn verschillende oorzaken gekend waarom een bepaalde behandeling minder goed of niet aanslaat. Zo kan de gestelde diagnose verkeerd zijn, waardoor het foute product wordt gebruikt.
Ook wordt vaak ondergedoseerd, met als gevolg minder genezing en kans op resistentieontwikkeling. Verder is het van belang om de bijsluiters van de gebruikte medicatie goed te volgen, dieren volledig te besproeien of te wassen wanneer gebruik wordt gemaakt van amitraz en ze vooraf te scheren indien topicale producten worden gebruikt.
Een andere veel gemaakte fout is dat enkel de visueel aangetaste dieren worden behandeld. Dieren zonder zichtbare letsels kunnen drager zijn en de mijten opnieuw in de koppel verspreiden.
Ook wordt frequent gezondigd tegen het voorschrift om twee of meerdere behandelingen uit te voeren met een interval van maximaal tien dagen. Een te lang interval laat nieuwe mijten uitkomen voordat de volgende behandeling plaatsvindt.
Door toenemende resistentie van Psoroptes-mijten tegen bepaalde producten is een zorgvuldige aanpak essentieel. Eenzelfde product kan op verschillende bedrijven een verschillende werking hebben, omdat de mijten er een verschillend ziektebeeld veroorzaken en of een verschillende gevoeligheid voor de producten hebben.
Hygiëne en omgeving tijdens de behandeling
Let ook op de hygiëne, want schurft is makkelijk over te brengen. Houd de omgeving en de dieren zo proper mogelijk: schurftmijten gedijen in vuile stallen.
De omgeving en gebruiksvoorwerpen moeten worden gereinigd, ontsmet of vervangen. Denk aan borstels, scheerapparaten, halsbanden van een drinkautomaat, voerhekken en drinkbakken.
In een omgeving waar andere kalveren met ringschurft hebben gestaan, zijn er veel sporen van schimmels. Denk hierbij aan haren en huidschilfers in het hok. Ook halsbanden van een drinkautomaat kunnen van het ene naar het andere kalf gaan.
Schurftmijten overleven tot 14 dagen in de omgeving. Een propere stal beperkt herbesmetting. Aangezien Psoroptes ovis-mijten vrij lang in de omgeving kunnen overleven, is het aangewezen om altijd rekening te houden met herinfectie vanuit de omgeving en door direct contact met andere dieren.
Risicofactoren beperken
Ventilatie en stalomgeving
Zorg voor goede ventilatie en een droog klimaat in de stal. Een vochtige, koude en donkere stal geeft mijten meer kans om in de omgeving te overleven.
Goede stalhygiëne, frequent bijstrooien en een niet-overbezette stal zijn belangrijk. Boxen zijn bij voorkeur gescheiden door volle muren, al is dit in de praktijk vaak minder praktisch.
Het is belangrijk om de dieren op te stallen in een niet-besmette stal. Dit kan men bekomen door de stal na het uitweiden zo snel mogelijk te ontsmetten en te laten leegstaan.
Aankoop en quarantaine
Pas een correct aankoopbeleid toe. Controleer aangekochte dieren onmiddellijk na aankomst op mijten. Behandel positieve dieren en houd nieuw aangekochte dieren in quarantaine.
Als de aangekochte dieren niet correct of niet in quarantaine worden gehouden, kan schurft eenvoudig door contact met de bestaande veestapel worden verspreid. Voor nieuw aangekochte dieren is een quarantainestal belangrijk.
Behandel aangekochte dieren indien nodig tweemaal met zeven tot tien dagen tussen. Controleer de dieren tijdens de quarantaine en voorkom contact met de bestaande veestapel.
Voeding en mineralen
Zorg voor goede voeding en mineralen. Een uitgebalanceerd dieet helpt de dieren in een goede conditie te houden en ondersteunt de weerstand tegen een schurftbesmetting.
Ook een goede overschakeling van voeder bij de start van de stalperiode is belangrijk. Een te krachtig rantsoen bij het opstallen, met plots veel krachtvoer, zorgt voor een hogere warmteproductie door de dieren.
Om deze warmte te verliezen gaan de dieren zweten, hetgeen vochtigheid creëert en een betere omgeving voor de mijten vormt. Zorg daarom voor een geleidelijke voerovergang en voldoende aandacht voor de sporenelementen.
Overbezetting en direct contact
Beperk overbezetting in de stal. De overdracht gebeurt hoofdzakelijk door direct contact tussen dieren, waardoor dicht op elkaar leven de verspreiding in de hand werkt.
Probeer besmette dieren apart te houden van niet-besmette dieren, tenzij het behandelplan voorschrijft dat alle contactdieren tegelijkertijd moeten worden behandeld. Ook contact via aangrenzende boxen en hekken moet worden meegenomen.
Schurft bij kalveren
Schurft komt vaak voor bij kalveren tussen twee en zes maanden oud. Schurft begint vaak rondom de ogen en oren en kan zich later over de rest van het lichaam verspreiden.
Na de infectie gaan de haren rechtop staan en na ongeveer twee weken vallen de haren uit. Er ontstaat dan een rond, grijs en schilferig plekje.
Zolang de kalveren een lichte infectie doormaken en niet inleveren op conditie, is het in principe goed dat dieren een keer een infectie meegemaakt hebben. Dit zorgt voor langere tijd voor bescherming, ongeveer vier tot vijf jaar.
Wanneer een kalf veel last heeft van de schurft, gaat dit ten koste van de groei. In dat geval is behandeling wel gewenst.
Behandeling van ringschurft bij kalveren
Wanneer er veel problemen zijn met ringschurft, kunnen de kalveren behandeld worden. Dit houdt in dat de plekken op het kalf gewassen moeten worden met een schimmeldodend middel zoals Imaverol.
Het dier moet helemaal worden gewassen, om de vier dagen, drie tot vier keer achter elkaar. De behandeling is vooral gericht op het verminderen van de infectiedruk in de koppel.
Besmette kalveren moeten zo veel mogelijk apart worden gehouden van niet-besmette kalveren. Zorg voor goede hygiëne in de hokken, het scheerapparaat en de halsbanden.
Overige maatregelen bij kalveren
Hulst ophangen zorgt ervoor dat de schimmels op de hulst gaan zitten in plaats van op het kalf. Zorg hierbij wel dat er steeds verse hulst in de stal hangt.
UV-licht kan de schimmels doden, alleen is dit in een stal wat lastiger. Jongvee dat geweid wordt heeft doorgaans geen last van schurft.
Zorg voor een droog klimaat in de stal en goede hygiëne in de hokken. Het is belangrijk dat je een juist rantsoen voert met een bijpassende juniorbrok aan de kalveren.
Dit zorgt ervoor dat de weerstand hoog blijft en de kalveren zo minimaal mogelijk in een dip terechtkomen.
Vaccinatie
Naast de bovenstaande maatregelen bestaat er ook een vaccin tegen ringschurft. De vaccinatie kan plaatsvinden vanaf één week en moet twee keer worden uitgevoerd met een tussentijd van twee weken.
Een vaccin kan in bepaalde gevallen worden gekozen. De toepassing van vaccinatie en de geschiktheid ervan voor de koppel moeten met de dierenarts worden besproken.
Controle van het resultaat
Controleer behandelde dieren na de behandeling. Laat opnieuw huidafkrabsels analyseren om zeker te zijn dat de mijten verdwenen zijn.
Blijf behandelen tot je zekerheid hebt dat de schurft verdwenen is bij alle behandelde dieren. Overleg met de dierenarts welke dieren baat hebben bij een behandeling en behandel die tot de resultaten van de afkrabsels negatief zijn.
Het moment van opstallen biedt een ideale kans om uitwendige parasieten tijdig op te sporen. Een jaarlijkse controle helpt om diergezondheid en welzijn te verbeteren, productieverliezen te vermijden en onnodige kosten en behandelingen te voorkomen.
tags: #schurft #behandeling #rund