Een melanoom met uitzaaiingen naar de lymfeklieren heet een melanoom stadium 3. Bij uitzaaiingen alleen in de schildwachtklieren: u krijgt meestal een behandeling met medicijnen. Bij uitzaaiingen in andere lymfeklieren: u krijgt een operatie.
Stadium III-melanomen zijn tumoren die zich hebben verspreid naar regionale lymfeklieren of waarbij zich in-transit-afzettingen van de ziekte hebben gevormd, maar er is geen bewijs van metastasen op afstand. Deze behandelingen zijn bedoeld om je te genezen.
Wat betekent melanoom stadium 3?
Stadium 3 is ingedeeld in stadium 3a, 3b, 3c en 3d. Stadium 3 en 4 is uitgezaaid melanoom. Bij een melanoom in stadium 3 zitten er uitzaaiingen in lymfeklieren in de buurt of dicht bij de tumor.
Stadium III- melanoom is een regionaal melanoom, wat betekent dat het zich buiten de primaire tumor (lokaal) heeft verspreid naar de dichtstbijzijnde lymfeklieren, maar niet naar andere locaties. Bij een melanoom in stadium III zijn er per definitie geen metastasen op afstand, dus een patiënt met stadium III heeft M0 - geen bewijs van metastasen op afstand.
Stadium III is een invasief melanoom. Er zijn vier subgroepen van stadium III-melanoom: IIIA, IIIB, IIIC en IIID.
Hoe ontstaat een uitzaaiing in een lymfeklier?
Als kankercellen naar andere delen van het lichaam gaan, heet dit een uitzaaiing. Een uitzaaiing van een melanoom kan via de lymfevaten en/of bloedvaten gaan.
Via de lymfevaten komen de kankercellen in de lymfeklieren. Van een uitzaaiing in een lymfeklier merkt u in het begin niets. Het duurt maanden tot jaren voordat de lymfeklier zo groot is dat u deze kunt voelen.
U voelt dan een stevig bolletje onder de huid van ongeveer 1 tot 2 centimeter groot. Meestal worden de eerste uitzaaiingen in de lymfeklieren gevonden bij een onderzoek van de schildwachtklieren of als een lymfeklier vergroot is.
Symptomen van uitzaaiingen naar de lymfeklieren
Van een uitzaaiing in een lymfeklier merkt u in het begin niets. Een vergrote lymfeklier kan later voelbaar worden als een stevig bolletje onder de huid van ongeveer 1 tot 2 centimeter groot.
Als u of uw arts een verdikte lymfeklier voelt, dan moet onderzocht worden of er sprake is van een uitzaaiing. Dit kan worden vastgesteld via een echoscopisch onderzoek en eventueel via een punctie van de lymfeklier.
Uitzaaiingen kunnen ontstaan in de lymfeklieren en/of organen. Het is mogelijk dat kankercellen uitzaaien via het bloed of lymfevocht naar andere delen van het lichaam en organen, zoals de huid, verafgelegen lymfeklieren, longen, lever, botten of hersenen.
Onderzoek en vaststelling van stadium 3
U heeft uitzaaiingen in 1 of meer lymfeklieren. Dan krijgt u ook nog een onderzoek naar uitzaaiingen in organen, zoals de longen, lever en hersenen.
Dit gebeurt met een CT-scan of PET-CT-scan. Vaak krijgt u ook een MRI om uw hersenen te controleren. Als er uitzaaiingen in de lymfeklieren worden gevonden maar niet in andere organen, dan heeft u melanoom stadium 3.
Als er ook uitzaaiingen in andere organen zijn, dan heeft u melanoom stadium 4. Stadium 4 betekent dat er uitzaaiingen zijn op afstand van de tumor, bijvoorbeeld in andere lymfeklieren dan de lymfeklieren in de buurt van de primaire tumor, of in andere organen zoals je lever, longen of hersenen.
De Breslow-dikte en zweervorming
Het stadium geeft aan hoe uitgebreid de ziekte is. Het zegt iets over hoe dik het melanoom is, of er zweertjes in het melanoom zitten en of er uitzaaiingen zijn op afstand.
De Breslow-dikte geeft aan hoe dik het melanoom is. De patholoog meet de dikte van het weggehaalde melanoom in millimeters. Hoe groter de Breslow-dikte, hoe groter de kans op uitzaaiingen.
Zweertjes zijn een soort wond in het melanoom. De patholoog ziet onder de microscoop of er zweertjes in het melanoom zitten. Zelf kun je dit niet altijd zien. Melanomen met zweertjes zijn gevaarlijker, omdat ze een grotere kans hebben om uit te zaaien.
Schildwachtklierprocedure
In sommige gevallen worden er geen verdikte lymfeklieren gevoeld, maar wordt er met een speciale techniek toch onderzocht of er uitzaaiingen zijn. Dit heet de schildwachtklierprocedure en kan worden ingezet als het gaat om een melanoom dikker dan 0,8 mm zonder zweervorming of een melanoom waarbij zweervorming aangetroffen is, ongeacht de dikte.
Een sentinelklierbiopsie wordt over het algemeen uitgevoerd om te bepalen of de lymfeklieren die zich het dichtst bij de primaire tumor bevinden, kankercellen bevatten - met andere woorden, om vast te stellen of uw tumor stadium III is.
Als bij u al stadium III melanoom is vastgesteld, wordt een sentinelklierbiopsie doorgaans alleen aanbevolen als er een vermoeden bestaat van melanoom in een ander lymfekliergebied. De resultaten van de biopsie zullen bepalend zijn voor het verdere behandelplan.
Indeling van stadium 3A tot en met 3D
Stadium 3A
Stadium 3a kan 2 dingen betekenen: De tumor is minder dan 1 mm dik. Er zitten wel of geen zweertjes in. Er zijn maximaal 3 verdachte lymfeklieren. Er zijn geen uitzaaiingen op afstand.
De tumor is 1 tot 2 mm dik. Er zitten geen zweertjes in. Er zijn maximaal 3 verdachte lymfeklieren. Er zijn geen uitzaaiingen op afstand.
Stadium 3B
Stadium 3b kan 5 dingen betekenen: De tumor is 1 tot 2 mm dik. Er zitten zweertjes in. Er is maximaal 1 verdachte lymfeklier. Er zijn geen uitzaaiingen op afstand.
De tumor is 2 tot 4 mm dik. Er zitten geen zweertjes in. Er is maximaal 1 verdachte lymfeklier. Er zijn geen uitzaaiingen op afstand.
De tumor is tot 2 mm dik. Er zitten wel of geen zweertjes in. OF: De tumor is minder dan 1 mm dik. Er zitten geen zweertjes in. In beide gevallen zitten er uitzaaiingen in maximaal 1 lymfeklier of zijn er in-transit-uitzaaiingen, satellietuitzaaiingen en/of micro-satellietuitzaaiingen. Er zijn geen uitzaaiingen op afstand.
De tumor is 1 tot 2 mm dik. Er zitten zweertjes in. OF: de tumor is 2 tot 4 mm dik. Er zitten geen zweertjes in. In beide gevallen zijn er 2 a 3 verdachte lymfeklieren. Er zijn geen uitzaaiingen op afstand.
De tumor is minder dan 2 mm dik. Er zitten wel of geen zweertjes in. Er zijn 2 a 3 lymfeklieren met uitzaaiingen in de buurt van de tumor, waarvan tenminste 1 opgespoord is. Er zijn geen uitzaaiingen op afstand.
Stadium 3C
Stadium 3c betekent: Alle stadium 3 gevallen die hierboven niet beschreven zijn.
Stadium 3D
De tumor is dikker dan 4 mm. Er zitten zweertjes in. En er is sprake van a) uitzaaiingen in 4 lymfeklieren OF b) in-transit-uitzaaiingen, satellietuitzaaiingen en/of micro-satellietuitzaaiingen en uitzaaiingen in 2 lymfeklieren OF een aantal tumoren die samen een massa vormen. Er zijn geen uitzaaiingen op afstand.
TNM-classificatie bij stadium 3
De TNM-classificatie is een internationaal systeem om kanker in te delen op basis van T (tumor): hoe diep en groot is het melanoom, N (nodes): zijn er uitzaaiingen naar de lymfeklieren en M (metastase): zijn er uitzaaiingen naar andere organen?
Stadium III melanoom wordt gekenmerkt door vier eigenschappen: Primaire tumordiepte en verzwering, aantal lymfeklieren waarnaar het zich heeft verspreid, of de tumoruitzaaiing naar de lymfeklieren klinisch onopgemerkt of klinisch aantoonbaar is, en aanwezigheid van tumorafzettingen buiten de primaire tumor, wat duidt op in-transit-, satelliet- of microsatellietmetastasen.
T: de primaire tumor
T0 betekent dat er geen bewijs is van een primaire tumor. De T1-categorie omvat tumoren met een dikte van minder dan 1.0 mm.
T1a-tumoren zijn minder dan 0.8 mm dik en vertonen geen ulceratie. T1b-tumoren zijn minder dan 0.8 mm dik en vertonen ulceraties; of zijn 0.8 tot 1.0 mm dik en kunnen al dan niet ulceraties vertonen.
De T2-categorie omvat tumoren die groter zijn dan 1.0 mm en tot 2.0 mm dik zijn. T2a-tumoren zijn groter dan 1.0 mm en tot 2.0 mm dik en vertonen geen ulceratie. T2b-tumoren zijn groter dan 1.0 mm en tot 2.0 mm dik en vertonen zweren.
De T3-categorie omvat tumoren met een dikte van 2.0 tot 4.0 mm. T3a-tumoren zijn 2.0 tot 4.0 mm dik en vertonen geen ulceratie. T3b-tumoren zijn 2.0 tot 4.0 mm dik en vertonen zweren.
De T4-categorie omvat tumoren met een dikte van meer dan 4.0 mm. T4a-tumoren zijn dikker dan 4.0 mm en vertonen geen ulceratie. T4b-tumoren zijn dikker dan 4.0 mm en vertonen ulceraties.
N: regionale lymfeklieren
De N-categorie heeft betrekking op de regionale verspreiding van uw melanoom, buiten de primaire tumor. De N1-categorie omvat verspreiding naar slechts één lymfeklier; of er is sprake van in-transit-, satelliet- of microsatellietmetastase.
N1a betekent dat de ene positieve lymfeklier klinisch niet aantoonbaar was. N1b betekent dat de ene positieve lymfeklier klinisch werd gedetecteerd. N1c betekent dat er geen lymfeklieren positief waren, maar dat er sprake is van in-transit-, satelliet- of microsatellietmetastase.
De N2-categorie omvat uitzaaiingen naar twee of drie lymfeklieren; of de aanwezigheid van in-transit-, satelliet- of microsatellietmetastasen en één positieve lymfeklier.
N2a betekent dat de twee tot drie positieve lymfeklieren klinisch niet detecteerbaar waren. N2b betekent dat de twee tot drie lymfeklieren klinisch detecteerbaar waren. N2c betekent dat één lymfeklier positief was, hetzij klinisch niet detecteerbaar, hetzij klinisch detecteerbaar, en dat er sprake is van in-transit-, satelliet- of microsatellietmetastase.
De N3-categorie omvat uitzaaiingen naar vier of meer lymfeklieren of er is sprake van in-transit-, satelliet- en/of microsatellietmetastasen met twee of meer positieve lymfeklieren of een willekeurig aantal gematteerd lymfeklieren zonder of met in-transit, satelliet- en/of microsatellietmetastasen.
N3a betekent dat de vier of meer positieve lymfeklieren klinisch niet detecteerbaar waren. N3b betekent dat er klinisch vier of meer positieve lymfeklieren zijn vastgesteld. N3c betekent dat twee of meer lymfeklieren positief waren, hetzij klinisch occult of klinisch gedetecteerd, en/of er sprake is van een willekeurig aantal samengeklonterde lymfeklieren en er sprake is van in-transit-, satelliet- en/of microsatellietmetastasen.
M: uitzaaiingen op afstand
M staat voor metastasen op afstand. Bij een melanoom in stadium III zijn er per definitie geen metastasen op afstand, dus een patiënt met stadium III heeft M0 - geen bewijs van metastasen op afstand.
Bekijk uw meest recente pathologierapport en zoek uw TNM-score op. Bepaal uw T-subcategorie en uw N-subcategorie.
Als uw TNM-score bijvoorbeeld T2aN2a is, betekent dit dat uw tumor groter was dan 1.0 mm en maximaal 2.0 mm dik, niet geülcereerd was en dat u twee tot drie positieve lymfeklieren had die klinisch niet zichtbaar waren. In de tabel ziet u dan dat u als stadium IIIA wordt geclassificeerd.
Behandeling van melanoom stadium 3
Bij melanoom in stadium III zijn er meerdere behandelingsopties, waaronder chirurgie (inclusief sentinelklierbiopsie en mogelijk een volledige lymfeklierdissectie), neoadjuvante therapie, adjuvante therapie, radiotherapie en deelname aan klinische studies.
Het is belangrijk om te weten of uw melanoom in stadium III volledig operatief is verwijderd (dit wordt “gereseceerd stadium III” genoemd), of dat het niet mogelijk was om al het melanoom te verwijderen (dit wordt “niet-reseceerbaar stadium III” genoemd). Deze twee typen melanoom in stadium III worden heel verschillend behandeld.
Patiënten met niet-reseceerbaar stadium III worden op dezelfde manier behandeld als patiënten met melanoom in stadium IV.
Behandeling bij uitzaaiingen alleen in de schildwachtklieren
U krijgt meestal een behandeling met medicijnen (dit heet adjuvante therapie). Deze behandeling maakt de kans kleiner dat de ziekte terugkomt of verder uitzaait.
U krijgt dan medicijnen via een infuus of als pil. De behandeling heeft voordelen maar ook nadelen, zoals bijwerkingen, die soms ernstig kunnen zijn.
De behandeling met medicijnen bestaat uit doelgerichte therapie en immuuntherapie. De behandeling met medicijnen duurt meestal 1 jaar.
In sommige gevallen moet u eerder stoppen: als u de bijwerkingen te ernstig zijn bij u of als er toch nieuwe uitzaaiingen komen.
Behandeling bij uitzaaiingen in andere lymfeklieren
Zijn er uitzaaiingen in andere lymfeklieren gevonden? Maar niet in uw organen, zoals de longen, lever en hersenen? Dan zal de arts alle lymfeklieren in de buurt weghalen met een operatie.
Dit heet een lymfeklier-dissectie. Na deze operatie krijgt ongeveer de helft van de mensen later toch weer uitzaaiingen in andere lymfeklieren of organen.
Daarom gaat u na de operatie regelmatig naar het ziekenhuis voor een controle. De arts bespreekt ook met u of een behandeling met medicijnen (adjuvante therapie) nuttig kan zijn voor u.
Lymfeklierdissectie
Een operatie om alle lymfeklieren in het betreffende gebied te verwijderen wordt ook overwogen wanneer er bij lichamelijk onderzoek vergrote lymfeklieren worden geconstateerd of wanneer er op beeldvorming meerdere vergrote lymfeklieren zichtbaar zijn.
In dit geval wordt de operatie een therapeutische lymfeklierdissectie (TLND) genoemd. Deze ingreep wordt uitgevoerd om de mogelijke verspreiding van de ziekte naar andere delen van het lichaam te stoppen.
Wanneer er tijdens een SLNB (sentinel lymfeklierbiopsie) kankercellen in de lymfeklieren worden gevonden, kan een aanvullende operatie, een zogenaamde complete lymfeklierdissectie (CLND), worden aanbevolen om de resterende lymfeklieren in het gebied te verwijderen.
In het verleden werd CLND vrijwel standaard uitgevoerd na een positieve SLNB, maar een recent onderzoek onder meer dan 1900 patiënten heeft aangetoond dat een complete lymfeklierdissectie (CLND) de overleving niet verlengt.
Doelgerichte therapie
Doelgerichte therapie is een behandeling met pillen die kankercellen doden. Ze remmen de celdeling van de kankercellen die misschien nog in uw lichaam zitten.
Doelgerichte therapie is een behandeling met tabletten voor mensen met een BRAFV600E/K/D-mutatie in het melanoom. De medicijnen richten zich op deze mutatie. Ze blokkeren signalen die de kankercellen aanzetten tot groei en deling. Daardoor worden de kankercellen afgeremd of gaan ze dood.
Bij doelgerichte therapie wordt u behandeld met medicijnen in de vorm van tabletten. Deze medicijnen verspreiden zich via het bloed door uw lichaam en bereiken zo de kankercellen.
De momenteel meest gebruikte doelgerichte therapieën bij melanoom richten zich op het BRAF-eiwit en het MEK-eiwit, waarmee het BRAF-eiwit samenwerkt.
Doelgerichte therapie is bij zowel stadium 3 als bij gevorderd of gemetastaseerd melanoom een behandelingsoptie. Komt u in aanmerking voor doelgerichte therapie? Dat blijkt uit het biopt dat bij u is afgenomen.
Als u een melanoom van stadium III of IV heeft, dan wordt er gekeken naar de aanwezigheid van een BRAF mutatie in de tumor. Indien u deze mutatie heeft, kunt u behandeld worden met doelgerichte therapie.
Het kan even duren voordat de uitslag van het mutatie-onderzoek bekend is. Het is belangrijk te wachten op de uitslag. Door deze onderzoeken weet de arts beter welke behandeling voor u het meest geschikt is.
Immuuntherapie
Immuuntherapie is een behandeling met een infuus dat uw eigen afweer versterkt. Uw eigen afweer kan daardoor de kankercellen die misschien nog in uw lichaam zitten beter doden.
Immuuntherapie is een behandeling met medicijnen. De medicijnen stimuleren het eigen afweersysteem om de kankercellen van het melanoom aan te vallen.
Immuuntherapie is een behandeling die zich niet rechtstreeks op de kankercellen richt. De medicijnen bij immuuntherapie helpen het eigen afweersysteem de kankercellen te herkennen én ze op te ruimen.
Voor melanoom bestaan er twee soorten immuuntherapie: PD-1 remmers en CTLA-4 remmers. Bij stadium 3 melanoom kunt u behandeld worden met een PD-1 remmer.
Immuuntherapie wordt meestal in het ziekenhuis om de 2, 3, 4 of 6 weken per infuus toegediend. Krijgt u immuuntherapie? Dan krijgt u volgens een afgesproken behandelschema om de 2, 3, 4 of 6 weken een behandeling.
Via een infuus krijgt u het medicijn toegediend, onder toezicht van een ervaren arts of verpleegkundige. Zoals elk medicijn kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen geven.
Andere behandelingen bij stadium 3
Bij een melanoom in stadium 3 zitten er uitzaaiingen in lymfeklieren in de buurt, of dicht bij de tumor. Dan kun je deze behandelingen krijgen: immunotherapie, weghalen lymfeklieren bij uitzaaiingen in de lymfeklieren, operatie bij uitzaaiingen op de huid (satelliet-uitzaaiingen) of in de buurt (in-transit-uitzaaiingen), perfusiebehandeling bij uitzaaiingen in een arm of been, en T-VEC (immunotherapie) bij uitzaaiingen in de buurt van de tumor of in je lymfeklieren.
T-VEC
T-VEC wordt ingezet als uitzaaiingen in of vlak onder de huid zitten en een operatie niet goed mogelijk of niet de beste keuze is. De arts spuit dan een speciaal verzwakt virus in de tumor. Dit virus valt de kankercellen aan.
Isolated Limb Perfusion
ILP is een behandeling voor melanoom dat alleen in een arm of been zit en niet meer te opereren is. Bij ILP wordt de bloedstroom van de arm of het been tijdelijk losgekoppeld van de rest van het lichaam.
Hierna krijgt de arm of het been een hoge dosis chemotherapie.
Radiotherapie
Radiotherapie is soms een onderdeel van de behandeling bij uitgezaaid melanoom. Hiermee wordt de kans op terugkeer van de tumor verkleind of het helpt bij het verlichten van pijn en het verbeteren van de kwaliteit van leven van patiënten.
Een derde mogelijkheid, met name indien u gevorderd of gemetastaseerd melanoom heeft, is radiotherapie (bestraling). In dit geval worden de kankercellen behandeld met radioactieve straling om ze te beschadigen of te vernietigen.
Bestraling kan gericht worden op het melanoom zelf (indien dit niet volledig is weggehaald), maar ook op de uitzaaiingen of de lymfeklieren. Een bestralingsbehandeling wordt meestal toegepast als aanvullende behandeling als het melanoom gedeeltelijk verwijderd is.
Daarnaast kan het ingezet worden om klachten zoals pijn te verlichten, die worden veroorzaakt door uitzaaiingen in de botten en hersenen.
Indien u uitzaaiingen in de hersenen heeft, kan er gekozen worden voor stereotactische bestraling (ook wel Gamma Knife of precisiestraling genoemd). Deze vorm van radiotherapie wordt voornamelijk gebruikt als er weinig uitzaaiingen zijn en richt zich zo nauwkeurig mogelijk op de uitzaaiingen om schade aan het gezonde hersenweefsel te voorkomen.
TIL-therapie
Als immuuntherapie bij u niet werkt en een operatie niet mogelijk is bij een vergevorderd of uitgezaaid melanoom, dan kunt u TIL-therapie krijgen. Dit kan alleen als u niet eerder behandeld bent met doelgerichte therapie.
TIL-therapie is een behandeling waarbij eigen afweercellen worden teruggegeven om het afweersysteem te versterken. Het kweken van deze cellen duurt 4 tot 6 weken.
Volgorde van behandelingen
Neoadjuvante behandeling is de behandeling die vóór de primaire behandeling - bij melanoom is de primaire behandeling over het algemeen een operatie - wordt gegeven om de tumor te verkleinen.
Bij patiënten in stadium III wordt neoadjuvante behandeling meestal in klinische studies toegepast. De primaire behandeling is de belangrijkste behandeling om de kanker te verwijderen.
Adjuvante behandeling wordt na de primaire behandeling gegeven om eventuele achtergebleven kankercellen te doden. Systemische behandeling wordt vaak aanbevolen als adjuvante behandeling voor melanoom in stadium III.
Deze systemische therapieën worden toegediend in pilvorm of via een infuus en komen in de bloedbaan terecht om eventuele resterende kankercellen in het lichaam te bereiken en te vernietigen.
Bijwerkingen van de behandeling
Bijwerkingen van medicijnen
U kunt last krijgen van bijwerkingen zoals koorts, hoofdpijn, moe zijn, misselijk zijn en overgeven, rillen zonder het koud te hebben, diarree, pijn in uw gewrichten, jeuk of rode plekken.
Sommige bijwerkingen zijn mild, andere zijn ernstig. Heel soms gaan de bijwerkingen niet meer weg (ze worden chronisch).
Bij immuuntherapie krijgen ongeveer 15 van de 100 mensen last van ernstige of meer bijwerkingen. Heel soms gaan ze niet meer weg.
Bij doelgerichte therapie krijgen ongeveer 40 van de 100 mensen last van ernstige of meer bijwerkingen. Deze gaan bijna altijd snel weer weg, meestal een paar dagen nadat u gestopt bent met de behandeling.
Bijwerkingen kunnen optreden bij zowel doelgerichte therapie als immuuntherapie. Heeft u bijwerkingen? Meld ze altijd direct bij uw arts of verpleegkundige.
Bel meteen het melanoom-ziekenhuis als u bijwerkingen heeft van de medicijnen. U krijgt dan misschien minder of andere medicijnen.
Klachten na het weghalen van lymfeklieren
Weghalen van lymfeklieren geeft soms wondproblemen, zoals wondvocht en ontstekingen. Bijna de helft van de mensen heeft hier last van. Deze klachten zijn een paar weken na de operatie meestal weer weg.
Wondvocht en ontstekingen: Bel meteen het ziekenhuis dat u heeft geopereerd als u koorts heeft (hoger dan 38 graden), u gaat rillen, uw wond rood of dik wordt of u zich ziek voelt.
Lymfoedeem
Lymfeklieren zorgen ervoor dat vocht en afvalstoffen uit uw lichaam gaan. Na het weghalen van de lymfeklieren in de lies, oksel of de hals kan het vocht niet meer goed weg uit uw arm of been. Dit heet lymfoedeem.
20 tot 30 van de 100 mensen krijgen hier last van. Zij houden deze klachten voor de rest van uw leven. Door lymfoedeem kan uw arm of been dik worden.
U kunt uw arm of been moeilijker bewegen. U heeft minder kracht in uw arm of been. U heeft minder gevoel in uw arm of been. Uw arm of been doet pijn. U krijgt makkelijker ontstekingen in uw arm of been.
De behandeling verschilt bij mensen met meer of minder last van lymfoedeem. Bijvoorbeeld een steunkous of speciale oedeem-therapie kan de klachten minder maken.
Controles na behandeling
Controles bij een behandeling met medicijnen
U krijgt elke 3 tot 4 maanden een controle. De arts controleert met een CT-scan of een PET-CT-scan of er geen nieuwe uitzaaiingen zijn ontstaan.
Vaak krijgt u ook een MRI om uw hersenen te controleren.
Controles na het weghalen van lymfeklieren
Na het weghalen van lymfeklieren vertelt uw arts waar u zelf op kunt letten. U komt ook regelmatig voor een controle naar het ziekenhuis.
De eerste 2 jaar 3 keer tot 4 keer per jaar, daarna minder vaak. Tijdens de controle kijkt de arts naar het litteken en het gebied eromheen, uw andere lymfeklieren en de hele huid.
Ziet alles er goed uit, dan maakt u met de arts een afspraak voor de volgende controle. Vindt de arts wel iets? Dan bespreekt hij of zij of u nog meer onderzoeken krijgt.
Er kan ook een melanoom komen op een andere plek op uw lichaam. Daarom onderzoekt de arts tijdens de controle uw hele huid.
Prognose van melanoom stadium 3
De kans om beter te worden is anders bij elk stadium van een melanoom. Ongeveer 70 van de 100 mensen met melanoom stadium 3 leven nog na 5 jaar.
De prognose hangt sterk af van het stadium waarin het melanoom is ontdekt. De overlevingskans bij een melanoom hangt af van verschillende factoren die dermatologen zorgvuldig beoordelen: de dikte van de tumor (Breslow-dikte), het stadium waarin het melanoom zich bevindt, de aanwezigheid van uitzaaiingen naar lymfeklieren of andere organen, de locatie van het melanoom, en je algemene gezondheid en leeftijd.
De melanoom stadium 3 overlevingskans varieert sterk, van ongeveer 40% tot 90% na 5 jaar, afhankelijk van specifieke factoren zoals het aantal aangetaste lymfeklieren en de grootte van de uitzaaiingen. Deze brede range toont aan hoe belangrijk individuele beoordeling door een dermatoloog is.
Zelfs na een chirurgische behandeling bestaat er bij stadium III-melanoom een matig tot hoog risico op lokale terugkeer of uitzaaiingen op afstand. Binnen stadium III geldt: hoe eerder het melanoom wordt ontdekt en behandeld, hoe beter de prognose.
Na 5 jaar is dan nog ongeveer 36% van de mensen in leven bij uitzaaiingen van een melanoom. Nieuwe immunotherapieën en gerichte therapieën hebben de prognose aanzienlijk verbeterd. Sommige patiënten ervaren nu langdurige remissie dankzij deze innovatieve behandelingen.
De kans om beter te worden is anders voor iedere persoon. De arts bespreekt met u welk stadium het melanoom heeft en wat dat betekent voor uw behandeling en vooruitzichten.
Vragen over vooruitzichten en behandeling
Als je kanker hebt schieten allerlei vragen door je hoofd. Word ik weer beter? Hoe lang heb ik nog? Deze vragen kunnen met de arts en de mensen om je heen worden besproken.
Welke behandeling het meest geschikt is hangt, behalve van het gewenste effect van de behandeling, ook af van onder meer uw eigen voorkeur, uw overweging wat betreft het risico op bijwerkingen, uw lichamelijke conditie en het biopt dat bij u is afgenomen bij de diagnose.
Uw arts en verpleegkundige zullen u de voor- en nadelen van verschillende behandelingen uitleggen. U bespreekt samen hoe vaak u naar het ziekenhuis moet gaan en welke bijwerkingen u mogelijk kunt krijgen.
Ook kunt u ervoor kiezen om niet behandeld te worden. U zult samen met de arts en verpleegkundige bespreken wat voor u belangrijk is in uw leven en welke impact een behandeling daarop heeft.
In sommige gevallen kom je in aanmerking voor een klinische studie (trial). Dit zijn onderzoeken naar nieuwe behandelingen die nog niet standaard beschikbaar zijn, maar veelbelovend kunnen zijn. Je arts kan je hierover informeren.
