Freestyle Libre huidirritatie ontstaat meestal door onvoldoende plakkracht, irritatie, een allergische reactie, een bacteriële infectie of een schimmelinfectie. De klachten kunnen bestaan uit jeuk, roodheid, branderigheid, pijn, uitslag, schilfering, wondjes, zwelling of blaren.
Een goede huidverzorging, een schone en volledig droge aanbrengplek, het voorzichtig verwijderen van de pleister en het afwisselen van de sensorlocaties kunnen huidproblemen helpen voorkomen. Bij aanhoudende, ernstige of uitbreidende klachten is het belangrijk om contact op te nemen met de diabetesbehandelaar, huisarts of dermatoloog.
Waarom veroorzaakt de Freestyle Libre huidproblemen?
De huid vormt onze eerste verdedigingslinie tegen invloeden van buitenaf. Ze bestaat uit drie lagen: de opperhuid, de lederhuid en de onderhuid. Wanneer de huid beschadigd raakt, duurt het herstel doorgaans twee tot vier weken.
Naast haar beschermende functie speelt de huid ook een belangrijke rol in de regulatie van vocht en lichaamstemperatuur. Wanneer de huid wordt afgedekt door een sensor of insulinepompsysteem, kan er soms wrijving ontstaan door het harde onderdeel dat op de huid rust.
Het herhaaldelijk verwijderen van pleisters kan bovendien leiden tot beschadiging van de huid, waardoor deze kwetsbaarder wordt voor externe invloeden. Er kunnen verschillende huidproblemen optreden, die zich vaak uiten in dermatitis, eczeem of allergische reacties.
De kleeflaag van een glucosesensor, maar ook van een infusieset of een insulinepod kunnen huidirritaties veroorzaken. De meest voorkomende klachten zijn: jeuk, een rode, geïrriteerde huid, een ontsteking met een natte of droge wond of blaren.
De vijf belangrijkste oorzaken
De vijf oorzaken van huidproblemen zijn:
- Onvoldoende plakkracht
- Irritatie
- Allergie
- Bacteriële infectie
- Schimmelinfectie
Voor een goede behandeling is het belangrijk om te weten wat de oorzaak van het probleem is. Wel verschillen de oplossingen, net als de problemen, per persoon.
Huidproblemen kunnen ook na verloop van tijd ontstaan, nadat er eerder geen klachten waren. Het onderscheid tussen contactirritatie en contactallergie kan moeilijk zijn.
Onvoldoende plakkracht: de sensor laat los
De sensor of pomp laat sneller los dan de bedoeling is. Dit huidprobleem komt regelmatig voor. Bijvoorbeeld door een vette huid, waarop de pleister onvoldoende kan hechten, of overmatig zweten, douchen, zwemmen en dergelijke zorgen ervoor dat de plakkracht achteruit gaat.
Nu het warm(er) weer wordt, ervaren sommige mensen dat hun sensor eerder loslaat. Dit kan verschillende oorzaken hebben.
Zo verbeter je de hechting
- Maak de huid goed schoon en droog voor het plaatsen van sensor of pomp.
- Gebruik eventueel een ontvettend middel.
- Let op met zonnebrandcrème, lotions en zalf.
- Gebruik deze niet vlak voor het plaatsen van de sensor of pomp.
- Gebruik gewone, niet hydraterende en geurvrije zeep om de aanbrenglocatie te wassen.
- Laat de huid volledig drogen.
- Plak niet net na het douchen, de huid is dan vaak nog vochtig en dampt dan na.
- Wacht bij voorkeur 2 uur.
- Gebruik eventueel een overpleister.
- Gebruik bij overmatig zweten een niet-geparfumeerde deodorantspray onder de pleister.
- Wacht vervolgens 15 minuten met het plaatsen van de pleister.
- Lees de gebruiksaanwijzing van sensor en pomp nog eens goed door voor tips en instructies voor de specifieke pomp en/of sensor die jij gebruikt.
Een Freestyle Libre aanbrengen
Kies voor de aanbevolen aanbrenglocatie: de achterzijde van de bovenarm. Zorg ervoor dat het gebied waar je de sensor wilt plaatsen schoon en droog is.
Gebruik een milde zeep en water om de huid schoon te maken en dep het goed droog. Ontsmet de aanbrenglocatie met een alcoholdoekje, dit helpt bij een betere hechting.
Laat de arm wel even aan de lucht drogen voordat je de sensor plaatst. Gebruik geen bodylotion of crème op de aanbrenglocatie.
Dit laat een olieachtig laagje op je huid achter en zorgt ervoor dat de sensor niet goed op de huid plakt. Nadat je de sensor hebt aangebracht, druk je zachtjes op de pleister rand rondom de sensor om ervoor te zorgen dat deze goed hecht.
Hierdoor blijft de sensor stevig op zijn plaats. Draag comfortabele kleding die niet te strak om de sensor zit. Wees extra voorzichtig met douchen en zwemmen.

Wat doe je als de sensor toch loslaat?
Als de sensor toch eerder loslaat, controleer dan de instructies van de fabrikant en bespreek zo nodig met je behandelteam welke vervolgstap passend is.
Irritatie door de pleister
Dit is het meest voorkomende huidprobleem. De huid direct onder de pleister is rood, jeukt en/of is gevoelig.
Meestal komt dit doordat de huidbarrière, een waterdichte afsluiting op de huid die de buitenste lagen van de huid bij elkaar houdt, is aangetast en de huid vervolgens beschadigd raakt.
Dit komt vooral voor bij mensen met een wat meer gevoelige of droge huid. Of mensen die last hebben, of ooit last hebben gehad, van eczeem.
Bij irritatief contacteczeem leiden beschadiging en uitdroging van de huid tot een ontstekingsreactie. Dit kan ontstaan door frequent contact met veelvoorkomende irriterende stoffen als zeep, water en schoonmaakmiddelen, maar ook als gevolg van repetitieve handelingen.
Bij het gebruik van een sensor of pomp wordt de huid blootgesteld aan de materialen die hierin zitten, bijvoorbeeld de lijm van de pleister. Dit, in combinatie met het herhaaldelijk aanbrengen van de plaklaag op de huid, kan leiden tot deze beschadiging en uitdroging.
Irritatief contacteczeem komt vaker voor op plekken met een kwetsbare huid, zoals de buikhuid en de binnenkant van de armen, en op plaatsen waar meer wrijving plaatsvindt.
Kenmerkend voor irritatief contacteczeem is het geleidelijke ontstaan en dat de huidklachten uitsluitend voorkomen op de plek waar de huid in aanraking komt met de irriterende stof.
Wat helpt bij irritatie?
- Verwijder de pleister zeer voorzichtig, bij het verwijderen van de pleister kan de huid beschadigen.
- Gebruik eventueel baby-olie of pleister verwijderaar zodat de pleister makkelijker loslaat.
- Laat de huid goed herstellen na het gebruik van pomp/sensor.
- Gebruik daarvoor huidverzorgende crèmes.
- Roteer/wissel de plek waar je pomp/sensor gebruikt.
- Verzorg de huid goed.
- Gebruik liever geen zeep, maar neutrale synthetische middelen.
- Gebruik bij voorkeur geen cosmetica, óf niet-geparfumeerde cosmetica.
- Zorg dat ze geen conserveermiddelen bevatten.
- Vermijd huid irritatie of belasting van de huid, door bijvoorbeeld krabben.
- Mogelijk kan een onderpleister, barrièrespray of bepaalde medicatie de irritatie voorkomen.
- Bespreek het probleem in ieder geval ook met je zorgverlener.
Freestyle Libre pleisterallergie
Een pleisterallergie is een overgevoeligheidsreactie van de huid op de lijm of andere componenten van een pleister. Het kan leiden tot symptomen zoals jeuk, roodheid, zwelling en in ernstige gevallen zelfs blaarvorming.
Een pleisterallergie komt vaker voor bij mensen met een gevoelige huid of een voorgeschiedenis van allergieën, zoals hooikoorts.
Allergisch contacteczeem ontstaat wanneer het immuunsysteem een vertraagde allergische reactie vertoont op specifieke stoffen, bekend als allergenen.
Er zijn er specifieke allergenen geïdentificeerd die verwerkt zitten in sensoren en pompen, met name in de lijm, zoals methacrylaat en colofonium.
Het lichaam beschouwt deze allergenen als een bedreiging, waardoor er een ontstekingsreactie in gang wordt gezet. Wanneer iemand een allergie heeft verworven kan de reactie bij ieder daaropvolgend contact met het allergeen sneller en heftiger optreden.
In tegenstelling tot irritatief contacteczeem kan allergisch contacteczeem ook huidklachten veroorzaken op andere plaatsen van het lichaam, dus buiten de plek waar de apparaatjes zitten. Dit is echter klinisch slecht te onderscheiden.
Symptomen van een allergische reactie
- Jeuk en roodheid op de plaats waar de pleister is aangebracht
- Zwelling of blaarvorming
- Een branderig of tintelend gevoel
- Uitslag die zich kan uitbreiden buiten het gebied van de pleister
Deze symptomen treden meestal binnen 48 uur na het aanbrengen van de pleister op. Bij een allergie is vaak de huid onder én rondom de plek waar de sensor/pomp geplaatst is fel rood, beschadigd en pijnlijk.
Ook kunnen er bultjes, blaren en zwellingen ontstaan. Bij een allergie is iemand allergisch voor een van de stoffen in de pleister, óf de sensornaald of infuus-canule.
Soms ontstaat deze allergie pas na langere tijd.
Wat doe je bij een vermoeden van allergie?
- Met een allergie is het niet verstandig de betreffende pomp of sensor te blijven gebruiken.
- Neem altijd contact op met jouw zorgverlener als je vermoedt dat je een allergie hebt.
- Eventueel kan er bij pleisterallergie een onderpleister gebruikt worden, waardoor de huid niet in contact komt met de allergie veroorzakende stof.
- Soms kan er medicatie worden ingezet waardoor de allergische reactie wordt tegengehouden.
Bij het ontstaan van een eczemateuze reactie kunnen allergietesten worden uitgevoerd en kan zo mogelijk het allergeen worden vermeden.
Belangrijke allergenen zijn onder andere de lijmen van de devices, epoxy resins, methylacrylate en colophony, bewaarmiddelen, antioxidanten, siliconen en metalen.
Er worden daarbij continu nieuwe lijmen ontwikkeld, waardoor er ook continu nieuwe allergenen worden ontdekt.
Allergietest
Een allergieplaktest is de aangewezen methode om een diagnose te stellen. Bij deze test worden verschillende stoffen in kleine hoeveelheden op de huid geplakt, meestal op de rug.
De pleisters moeten een aantal dagen blijven zitten, voordat ze worden verwijderd. Daarna beoordeelt een dermatoloog of er een reactie heeft plaatsgevonden.
In het geval van een positieve test op een van de geïdentificeerde allergenen, op de eigen sensor of pomp, wordt de diagnose allergisch contacteczeem gesteld.
Wanneer geen allergie wordt aangetoond, is irritatief contacteczeem waarschijnlijker.
Contacteczeem door de sensor
Contacteczeem, ook wel bekend als contactdermatitis, is een steriele ontsteking van de huid die kan optreden na blootstelling aan bepaalde stoffen.
Deze ontstekingsreactie gaat vaak gepaard met symptomen zoals roodheid, jeuk, blaarvorming en schilfering. Dit vervelende probleem kan veel ongemak veroorzaken.
Contacteczeem kan worden onderverdeeld in twee categorieën: irritatief contacteczeem en allergisch contacteczeem.
Aanvankelijk leek irritatief contacteczeem de meest waarschijnlijke diagnose voor de huidproblemen die ontstonden bij pomp- en sensorgebruik. Later werd echter duidelijk dat allergisch contacteczeem ook aan de orde kan zijn, veroorzaakt door bepaalde stoffen die verwerkt zijn in de apparaten.
Hoewel de oorzaken van irritatief en allergisch contacteczeem van elkaar verschillen, zijn zij op basis van het klinisch beeld slecht te onderscheiden.
Bacteriële infectie
Bij een bacteriële infectie komen er bacteriën onder de huid terecht, bijvoorbeeld bij het inschieten van de sensor of infuusnaald.
Het immuunsysteem van het lichaam reageert daarop, waardoor op de betreffende plek een infectie optreedt.
Als de huidproblemen vooral op deze plek voorkomen, en niet op andere plaatsen onder de pleister, gaat het meestal om een infectie.
Wat kan helpen?
Goede hygiëne is belangrijk. Het kan helpen om voor de infusie, oftewel het plaatsen van pomp/sensor, de huid schoon te maken met een alcoholdoekje.
Zorg voor goede hygiëne: schone handen, schone werkplek en schone huid voor het plaatsen van een glucosesensor, infusieset of pod.
Plaats eerst de nieuwe sensor, infusieset of pod voordat u de oude verwijdert. Zo voorkomt u dat een eventuele ontsteking of infectie die onder de pleister zit, overgaat naar de nieuwe pleister.
Schimmelinfectie onder de pleister
Schimmelplekken laten vaak een fijne schilfering zien. Schimmels gedijen goed op vochtige plekken en bij hoge glucosewaarden.
Sommige mensen krijgen daarom last van schimmels onder de pleisters van pomp of sensor. Schimmels gaan vaak niet vanzelf weg.
- Bij een schimmelinfectie kan een antischimmelcrème gebruikt worden.
- Droog je huid altijd heel goed na douchen, zwemmen, zweten en dergelijke.
Jeuk, pijn en roodheid herkennen
Veelvoorkomende symptomen van huidproblemen zijn jeuk, branderigheid, pijn, roodheid en uitslag.
Naast deze vier categorieën van huidproblemen is de meest voorkomende klacht van mensen jeuk. Dit komt voor bij 23% tot 77% van de mensen die een insulinepomp of sensor dragen.
Jeuk kan leiden tot een verminderde concentratie op school, slaapproblemen, en het device dat loskomt door het krabben.
Door het krabben gaat de huidbarrière ook achteruit, en heb je terug meer kans op huidproblemen.
Bespreek irritatie van de huid altijd met je behandelaar en zo kan er gekeken worden om problemen te voorkomen en te verhelpen.
Wie loopt meer risico?
Kinderen hebben van nature al een gevoeligere huid. Mensen met een voorgeschiedenis van contactdermatitis zijn ook gevoeliger voor herhaling van deze aandoening.
En mensen met atopische dermatitis hebben maar liefst 30 keer meer kans op huidproblemen bij het gebruik van diabetes devices.
Atopisch eczeem is een chronische vorm van eczeem waarbij de huid jeukt en er rood, gezwollen en gebarsten uitziet.
Atopisch eczeem is een van de symptomen die kan optreden bij iemand met een atopische achtergrond; andere symptomen zijn hooikoorts en atopisch astma.
Atopie wordt vaak erfelijk overgedragen en is het resultaat van een combinatie van genetische en omgevingsfactoren.
Mensen met een atopische aanleg hebben om deze reden een sterk verhoogd risico op het ontwikkelen van irritatief contacteczeem.
Een verhoogd risico herkennen
Je kan vragen of ze wol verdragen op de blote huid. Indien dit oncomfortabel aanvoelt, kan dit wijzen op atopische dermatitis.
Of je kan kijken naar hun handpalmen. Vele kleine lijntjes op de handpalmen zijn kenmerkend voor atopische dermatitis.
De sensor veilig verwijderen
Zorg dat u de glucosesensor, infusieset of pod voorzichtig verwijdert, zonder huidcellen te beschadigen.
Verwijder het hulpmiddel nooit in één ruk. Trek voordat u de glucosesensor, infusieset of pod verwijdert uw huid strak rondom het hulpmiddel.
Hierdoor laat de pleister al wat los. Maak vervolgens een klein stukje pleister los en rol deze voorzichtig op.
Het is belangrijk dat u dit doet in de richting waarin de huid wordt strakgetrokken.
Als de kleeflaag erg vast zit, kunt u een lauwwarm vochtig gaasje gebruiken. Een alternatief is zoete olie of arachideolie.
Let er dan wel op dat een volgende pleister niet goed hecht op een laagje olie. Het is ook mogelijk om uw hulpmiddel onder de douche te verwijderen.
Blijft u irritaties houden door het verwijderen, probeer dan eens een medische pleister- en tapeverwijderaar.
Onderpleisters, barrièresprays en beschermlagen
Een beschermlaag kan voorkomen dat de huid rechtstreeks contact maakt met de kleefstof of andere stoffen in de pleister.
Overweeg alternatieve barrières bij geïrriteerde of droge huid:
- Vloeibare barrière die moet drogen voor de plaatsing van het device, bijvoorbeeld barrièrecrème of barrièrespray.
- Dunne onderpleister, bijvoorbeeld IV3000, Leukomed, Fixomull of Tegaderm.
- Dikkere onderpleister, bijvoorbeeld Duoderm of Compeed.
Producten zoals Cavilon Spray of Skin Tac Wipes kunnen als barrière dienen tussen huid en pleister.
Zo'n extra laagje moet je na het verwisselen van je sensor of infusieset wel weer verwijderen, bij voorkeur met een milde olie.
Bij wondjes of irritaties kunt u een wondverband aanbrengen, bijvoorbeeld Tegaderm, voordat u het diabeteshulpmiddel plaatst.
Soms is het nodig om in het midden van de wondpleister een gaatje te knippen waar het naaldje doorheen kan.
Breng voor het plaatsen van de sensor of infusieset een beschermend laagje aan, zoals een wondpleister die speciaal is ontwikkeld voor de gevoelige huid.
Deze voorkomen dat de lijm van de pleister in contact komt met je huid. Het is een kwestie van uitproberen welke variant jouw huid het beste verdraagt.
Alhoewel onderpleisters hier worden voorgesteld als een goede oplossing om minder irritatie te ervaren, worden ze op dit moment relatief weinig gebruikt.
De huid laten herstellen
Omdat je huid gevoeliger is wanneer je diabetes hebt, plaats je de sensor of infusieset liever niet twee keer op dezelfde plek.
Je huid heeft tijd nodig om te herstellen. Breng na het verwijderen een crème aan die het huidherstel ondersteunt.
Laat het huidprobleem genezen door het device op een andere plaats te plaatsen.
Gebruik dagelijks een vetrijke crème op de zogenaamde ‘pauzeplaatsen’, dit zijn de infusieplaatsen waar je op dat moment geen device draagt.
Om nieuwe klachten te voorkomen, is het belangrijk de pleisters met beleid te verwijderen. Adviseer de patiënt het diabeteshulpmiddel iedere keer op een andere plek te bevestigen, zodat de aangedane huid tot rust kan komen.
Huidverzorging tijdens de herstelperiode
Goede huidverzorging helpt om de huidbarrière sterk en soepel te houden. Reinig de huid regelmatig met milde producten en geef de huid na het verwijderen van een infuussetje of sensorpleister de tijd om te herstellen met een zachte, verzorgende crème.
Gebruik bij voorkeur een milde, vetvrije zeep en zorg ervoor dat de huid volledig droog is voordat je een nieuwe sensor of infusieset aanbrengt.
Na het verwijderen van je sensor of insulinepompsysteem kun je een crème aanbrengen die het huidherstel ondersteunt.
Gebruik milde, niet-geparfumeerde huidverzorgingsproducten. Trim lange lichaamsharen op de plakplaats met een droog scheermes.
De sensorplaats afwisselen
Roteer/wissel de plekken van de sensor en pomp goed en laat de huid altijd herstellen voordat dezelfde plek wordt gebruikt.
Wissel zoveel mogelijk af met de plaatsen, zodat de huid voldoende tijd krijgt om te herstellen. Verzorg de huid dan goed met een vettige crème.
Soms kan het ook zinvol zijn om de manier van plaatsing van de sensor of pomp aan te passen en te kiezen voor een locatie met minder frictie.
Behandeling van een huidreactie
Als je een pleisteruitslag hebt, is het belangrijk om de pleister voorzichtig te verwijderen en de huid schoon te maken.
Behandel de getroffen huid met een zachte, hydraterende crème om de irritatie te verlichten. In sommige gevallen kan een arts een corticosteroïdencrème voorschrijven om de ontsteking te verminderen.
Voor zowel irritatief als allergisch contacteczeem kan bij klachten kortdurend gebruik van lokale ontstekingsremmers, zoals dermatocorticosteroïden en calcineurinantagonisten, zorgen voor verlichting.
Om genezing te bevorderen kan het helpen huidverzorgende crèmes te smeren.
Gebruik zo nodig tijdelijk cortisonezalf. Kies voor een preparaat met een zwakke corticoïde werking en beperk het gebruik tot 4 weken om secundaire huidatrofie te voorkomen.
Ter preventie van nieuwe klachten kan corticosteroïd in een niet vette basis lokaal worden aangebracht voorafgaand aan het aanbrengen van het sensor- of pompsysteem.
In de praktijk wordt hiervoor vaak neusspray gebruikt. Er werd echter opgemerkt dat het lokaal gebruik van cortisonespray onder de sensor nog niet is onderzocht op veiligheid.
Theoretisch gezien is het niet uitgesloten dat dit op de lange termijn zou kunnen leiden tot huidatrofie.
Overleg daarom altijd met je diabetesbehandelaar voordat je een ontstekingsremmende neusspray of andere medicatie op de sensorplaats gebruikt.
Wanneer medische hulp inschakelen?
Als de symptomen ernstig zijn of niet verbeteren, raadpleeg dan een arts. Neem contact op met je zorgverlener om het probleem te bespreken.
Bij ernstige huidproblemen is het raadzaam om patiënten door te verwijzen naar een dermatoloog voor verder onderzoek en vaststelling van de oorzaak van het eczeem, allergisch of irritatief.
Bij een allergische reactie, uitbreidende roodheid, pijnlijke zwelling, blaren, wondjes of een mogelijke infectie is medische beoordeling belangrijk.
Het is daarom belangrijk zelf op zoek te gaan naar wat werkt in de eigen situatie. Deel je klachten vooral ook met jouw behandelteam, zodat zij dit kunnen monitoren en eventuele aanvullende tips kunnen geven.
Onderzoek naar huidproblemen bij sensoren en pompen
Huidproblemen zijn een veelvoorkomend bijverschijnsel voor mensen die sensoren en insulinepompen gebruiken. Tijdens het ISPAD-congres van 2023 werden de eerste resultaten gedeeld van de SKIN-PEDIC-studie, die trachtte deze problemen in kaart te brengen.
De SKIN-PEDIC-studie werd uitgevoerd in 20 diabetescentra wereldwijd, waar kinderen en adolescenten onder de 18 jaar werden ondervraagd over hun ervaringen met diabetesdevices.
De huidproblemen werden onderverdeeld in vier categorieën:
- Huidletsels, zoals wondjes en littekens
- Eczeem, oftewel contactdermatitis
- Infectie
- Lipodystrofie, zoals lipohypertrofie of lipoatrofie
| Huidprobleem | Pompgebruikers (n=1146) | Sensorgebruikers (n=1166) |
|---|---|---|
| Oude littekens | 33% | 17% |
| Eczeem (contact dermatitis) | 8% | 9% |
| Wondjes | 6% | 3% |
| Infectie | 2% | 1% |
| Lipohypertrofie | 12% | 1% |
| Lipoatrofie | 3% | 0% |
De problemen treden meestal op 4-10 maanden na het starten van het device, en de voornaamste klachten zijn jeuk, pijn en roodheid.
Bovendien is het essentieel om de huid na te kijken op lipodystrofie, aangezien dit nog steeds voorkomt bij meer dan 10% van de pompgebruikers.
Door tijdig te reageren, kunnen grotere problemen voorkomen worden.
Een programma voor huidverzorging
Goede huidverzorging, voorzichtig aanbrengen en verwijderen van het device en het gebruik van beschermende barrières kunnen huidproblemen helpen voorkomen.
- Gebruik ongeparfumeerde huidproducten en zeep.
- Gebruik dagelijks een vetrijke crème op plaatsen waar tijdelijk geen device wordt gedragen.
- Maak eerst de zijkanten van de pleister los vooraleer het device traag te verwijderen onder een lage hoek.
- Gebruik een oplosmiddel om lijmresten te verwijderen.
- Overweeg een overpleister bij het loskomen.
- Overweeg alternatieve barrières bij een geïrriteerde of droge huid.
Met dit Skin Care Program is het aantal huidproblemen bij kinderen en adolescenten na 1 jaar verminderd van 47% naar 34%.
Vooral het aantal wondjes kon significant worden verminderd. Voor eczeem en jeuk was er weinig effect, en is nog verder onderzoek nodig.
Algemene huidverzorging bij diabetes
Ongeveer 30% van alle mensen met diabetes heeft problemen met de huid. Dit kan komen door een slechte doorbloeding, zenuwschade of gevoeligheid voor infecties.
Stabiele bloedglucosewaarden verkleinen de kans op huidaandoeningen.
Het aantal huidproblemen bij mensen met diabetes neemt toe, doordat er steeds meer hulpmiddelen voor op de huid worden gebruikt.
In november 2024 is de leidraad ‘Huidproblemen door glucosesensoren en insulinepompsystemen’ in gebruik genomen. Deze leidraad is ontwikkeld door Diabetesvereniging Nederland, de V&VN en de NVDV.
De leidraad helpt de zorgverlener bij de zorg voor mensen met diabetes die huidproblemen krijgen door hulpmiddelen.
In de leidraad vinden zorgverleners verschillende vragenlijsten en concrete tips voor de dagelijkse praktijk. Daarnaast staat in de leidraad enorm veel informatie en achtergrondkennis voor zorgverleners.
Praktische checklist voor een nieuwe Freestyle Libre
- Was je handen en zorg voor een schone werkplek.
- Reinig de aanbrengplek met milde, geurvrije zeep en water.
- Verwijder alle zeepresten.
- Dep de huid zorgvuldig droog.
- Gebruik geen bodylotion, crème, zonnebrand of zalf op de aanbrengplek.
- Ontsmet de huid volgens de instructies die voor jouw sensor gelden.
- Laat de huid volledig aan de lucht drogen.
- Breng de sensor aan op een afgewisselde, herstelde plek.
- Druk zachtjes op de rand van de pleister.
- Controleer de huid regelmatig op roodheid, jeuk, pijn, blaren, wondjes of schilfering.
Lees de gebruiksaanwijzing van sensor en pomp nog eens goed door voor tips en instructies voor de specifieke pomp en/of sensor die jij gebruikt.
Iedere huid reageert anders. Geef daarom niet te snel op, blijf proberen.
tags: #freestyle #libre #huidirritatie