De huid onder de microscoop: cellen, micro-organismen en huidmijten

Op je huid is het een drukte van belang. Er leven namelijk miljoenen beestjes; van bacteriën en gisten tot schimmels en mijten. Samen dragen deze eraan bij dat je huid gezond blijft en dat ziekmakende indringers geen kans maken.

Maar als nu de balans tussen de ‘goede’ huidbewoners is verstoord en sommige soorten met te veel groeien, kunnen huidklachten ontstaan. Door een klein huidmonster onder de microscoop te bekijken, kunnen huidtherapeuten bepaalde bacteriën, gisten, schimmels en mijten herkennen en huidklachten gerichter beoordelen.

De huid is meer dan een beschermende laag

Wisten jullie dat de huid het grootste en snelst groeiende orgaan van het lichaam is? Je huid gezond houden is belangrijk, JAZEKER voor de looks maar ook omdat je huid verschillende belangrijke functies heeft.

Onder de basisfuncties van de huid vallen onder andere bescherming tegen ziekteverwekkers en schadelijke stoffen, het afvoeren van gifstoffen, het regelen van je lichaamstemperatuur en het waarnemen van de wereld via onze zenuwuiteinden.

Om te begrijpen hoe je je huid gezond kunt houden, kan het nuttig zijn om iets meer te leren over de structuur van de huid. De huid bestaat uit drie basislagen die verschillende componenten bevatten die cruciaal zijn voor de structuur en de functies van de huid: de epidermis, de dermis en de hypodermis.

De drie lagen van de huid

Epidermis: de opperhuid

De epidermis, ook wel de opperhuid genoemd, is de buitenste laag van de huid, die weer bestaat uit vijf eigen lagen. Het is een waterdichte barrière die het lichaam beschermt tegen de externe omgeving.

In de epidermis zijn verschillende soorten cellen te vinden, zoals melanocyten en keratinocyten. Door de aanwezigheid van melanocyten, cellen die een pigment produceren dat "melanine" wordt genoemd, geeft de opperhuid de huid zijn kleur.

Melanocyten beschermen de huid tegen UV-stralen. Keratinocyten, de meest voorkomende cellen in de opperhuid, produceren een eiwit dat "keratine" wordt genoemd.

Keratine vormt het haar, de nagels en de oppervlaktelaag van de huid. Dit eiwit helpt bij de barrièrebescherming die de huid biedt.

Dermis: de lederhuid

De middelste laag van de huid wordt de dermis of de lederhuid genoemd. Deze laag bevat bindweefsel, haarfollikels, olie- en zweetklieren, bloedvaten, lymfevaten en verschillende receptoren die warmte (thermoreceptoren), pijn (nociceptoren) en druk (mechanoreceptoren) waarnemen.

De belangrijkste functie van deze huidlaag is de huid stevigheid en elasticiteit geven, haar te laten groeien, zweet en olie aan te maken en de huid van bloed en gevoel te voorzien.

De cellen die je in de lederhuid kunt vinden, worden fibroblasten genoemd. Deze cellen synthetiseren collageen en elastine, twee eiwitten die van cruciaal belang zijn voor de structuur van de huid.

Collageen is het eiwit dat het meest voorkomt in de huid en zorgt voor de stevigheid van de huid. Elastine is het elastische bestanddeel van de huid en geeft je huid (en andere organen) het vermogen om terug te keren naar hun oorspronkelijke vorm nadat ze zijn uitgerekt.

Samen zijn collageen en elastine verantwoordelijk voor het tegengaan van rimpels en fijne lijntjes.

Hypodermis: het onderhuidse weefsel

De diepste laag van de huid, de hypodermis of de subcutis, is het onderhuidse weefsel en bestaat uit vet en bindweefsel.

Deze laag is verantwoordelijk voor het vasthouden van de lichaamswarmte, helpt de huid vast te hechten aan de botten en spieren. Zo beschermt deze laag je vitale inwendige organen.

Dwarsdoorsnede van de drie huidlagen

De onzichtbare bewoners van de huid

Op de huid leven bacteriën, gisten, schimmels en mijten. Deze huidbewoners maken deel uit van een complex ecosysteem dat onder normale omstandigheden in evenwicht blijft.

Er zijn verschillende huidklachten waarbij bacteriën, gisten, schimmeltjes of mijten een belangrijke rol blijken te spelen. Bij acne bijvoorbeeld is dat de huidbacterie Cutibacterium acnes, kortweg C. acnes (voorheen werd deze Propionibacterium acnes of P. acnes genoemd).

Soms worden puistjes ook veroorzaakt door huidgisten. Ook een overgroei aan schimmels kan weer voor puistjes zorgen. Dit is trouwens meteen een van de redenen dat je niet alle puistjes op dezelfde wijze kunt behandelen.

Op de huid van mensen met rosacea en acneachtige ontstekingen is vaak sprake van een overgroei aan demodexmijten. Het is niet gezegd dat deze huidmijten de aandoening veroorzaken, maar de parasieten profiteren vermoedelijk wel van een beschadigde huid en beïnvloeden uiteindelijk ook het verloop van de klachten.

Een andere bacterie die bij verschillende huidklachten ‘opduikt’ is de Staphylococcus aureus. Bij eczeem bijvoorbeeld, maar ook weleens bij roodheid en huidirritatie.

Wat gebeurt er wanneer het evenwicht verstoord raakt?

De aanwezigheid van micro-organismen op zichzelf betekent niet dat de huid ziek is. Samen dragen deze eraan bij dat je huid gezond blijft en dat ziekmakende indringers geen kans maken.

Klachten kunnen ontstaan wanneer de balans tussen de verschillende huidbewoners wordt verstoord en sommige soorten zich te sterk vermenigvuldigen. Welke huidbewoner een rol speelt, kan per huidprobleem verschillen.

Gistpuistjes bijvoorbeeld zijn goed te behandelen met een speciale crème. Hetzelfde geldt voor huidklachten die door schimmels worden veroorzaakt.

Voor rosaceaklachten en acneachtige ontstekingen waarbij demodexmijten een rol spelen, kan ivermectine helpen. Dat is een parasietdodend middel dat in crème- of pilvorm bestaat.

Waarom de huid onder de microscoop bekijken?

Om kortom nog beter te begrijpen waardoor bepaalde klachten ontstaan, en om alle factoren in beeld te brengen die zouden kunnen bijdragen, leggen we de huid nu ook letterlijk onder de loep.

Onze huidtherapeuten hebben hiervoor trouwens een aparte cursus gedaan bij kernanalisten in het Erasmus Medisch Centrum. Zij kijken ook nog regelmatig mee door onze microscoop.

Het aantreffen van bepaalde huidbewoners zorgt ervoor dat we nog gerichter kunnen helpen bij bepaalde huidklachten die maar niet over lijken te gaan.

Soms zijn goede huidverzorging en leefstijladviezen al voldoende, maar in andere gevallen kunnen bepaalde medicijnen helpen.

Een huidmonster voorbereiden

Om te kunnen kijken naar de bewoners van de huid, nemen we een klein huidmonster in de vorm van een beetje talg of een paar huidschilfers.

Dit materiaal wordt op een objectglaasje gefixeerd en vervolgens aangekleurd met een speciale stof (methyleenblauw).

De aanwezige bacteriën en andere bewoners kunnen deze kleurstof opnemen, waarna deze goed te zien zullen zijn onder de microscoop.

Huidmonster op objectglaasje onder microscoop

Welke vormen zijn onder de microscoop zichtbaar?

Alle huidbewoners hebben zo hun eigen gedragingen en vormpjes. Gisten bijvoorbeeld zie je terug als mooie ronde bolletjes, vaak met een kleiner bolletje eraan vast (een dochtercel).

De S. aureus bacteriën vormen een soort trosjes, de C. acnes ogen wat staafvormiger. Schimmels ten slotte kun je zien als een soort draden.

Dat kan bijvoorbeeld voorkomen bij mondhoekeczeem.

HuidbewonerUiterlijk onder de microscoop
GistenMooie ronde bolletjes, vaak met een kleiner bolletje eraan vast
Staphylococcus aureusEen soort trosjes
Cutibacterium acnesWat staafvormiger
SchimmelsEen soort draden

Demodexmijten tellen

Voor de demodexmeting gaan we iets anders te werk. Hiervoor drukt de huidtherapeut een objectglaasje met daarop een druppel van een soort huidlijm op een stukje huid.

Wanneer nu dit glazen plaatje wordt verwijderd, zal er in de opgedroogde druppel lijmstof een flinterdun laagje van de huid meekomen, samen dus met de aanwezige demodexmijten.

Het objectglaasje kan vervolgens weer onder de microscoop worden gelegd voor een zogeheten telling.

Een betere manier op Demodex te verzamelen is een druppeltje cyanoacrylaatlijm (oftewel: secondelijm) op iemands gezicht doen en daar een objectglaasje van een microscoop op drukken.

Wanneer de lijm is opgedroogd, haal je het glaasje eraf (dat is niet zo pijnlijk als het klinkt, beweert ze) en blijft alles wat er in je poriën zit, inclusief mijten, in een porievormig hoopje aan het glaasje plakken.

Demodexmijt naast een menselijke porie

Wat zijn huidmijten?

Op dit moment zitten honderden of duizenden piepkleine achtpotige diertjes diep verscholen in de poriën van je gezicht - maar ook in dat van mij, je beste vriend of vriendin. Kortom: elk gezicht dat je al dan niet kent.

Het gaat om huidmijten, minuscule geleedpotigen die verwant zijn aan spinnen en teken. Met het blote oog zijn ze niet te zien, en je voelt ze ook niet wanneer ze rondkruipen.

Niet dat ze dat doen - deze minikluizenaars zitten het grootste deel van hun leven moederziel alleen ondersteboven in een porie.

Hun lichamen hebben die vorm zelfs aangenomen: in de loop van de evolutie zijn ze vereenvoudigd tot smalle 'stopjes' met daarbovenop echt absurd korte pootjes.

Waar leven Demodexmijten?

Huidmijten brengen het grootste deel van hun leven door in onze poriën. De afbeelding hiernaast illustreert hoe klein de beestjes zijn: de staarten van mijten steken naast een wimper uiteen porie.

Hun hele leven, dat zo’n twee weken duurt, komen mijten minimaal één keer naar buiten - alleen om zich voort te planten.

Volgens onderzoekers vinden hun romantische afspraakjes ’s nachts plaats, bij de openingen van poriën en haarzakjes.

Huidmijten werden voor het eerst waargenomen in 1841, in de gehoorgang van een mens. Niet veel later werden ze ook aangetroffen in wenkbrauwen en wimpers.

Inmiddels weten we dat ze niet alleen tussen de hoog oprijzende wouden van wenkbrauwen en wimpers leven, maar ook op de savanne van het fijne haar op ons lichaam - alleen niet op onze handpalmen en voetzolen.

Vooral op het gezicht vind je veel olieproducerende poriën waaruit haren groeien, en dus ook veel mijten.

Twee soorten Demodex

De grootste verrassing is misschien wel dat onze poriën een thuis bieden aan minstens twee soorten mijten, allebei uit het geslacht Demodex.

De korte dikkerd is D. brevis: die heeft ruwweg de vorm van de knuppel van een Neanderthaler, en nestelt zich bij voorkeur diep in de talgklier.

De ander heet D. folliculorum. Hij is wat langer en magerder en hangt rond in haarzakjes. Dichter bij het huidoppervlak.

SoortVoorkeursplaatsVorm
D. brevisDiep in de talgklierKorter en dikker
D. folliculorumIn haarzakjes, dichter bij het huidoppervlakLanger en magerder

Wat weten we over hun leefwijze?

Beide soorten zijn zulke huismussen (maar weer niet te verwarren met huismijten) dat ze lastig te observeren zijn: niet in gevangenschap en ook niet in het wild op iemands gezicht.

Daardoor weten we weinig van ze af. Toch hebben biologen wel een aantal ontdekkingen gedaan: zo zijn huidmijten bijvoorbeeld gevoelig voor licht.

Ze hebben geen anus, dus poepen kunnen ze niet. En ze brengen vrijwel hun hele leven door op onze huid.

Verder tasten we in het duister. We denken dat ze van dode huidcellen en talg leven, maar hoe hun dieet er precies uitziet, weet niemand.

We weten ook dat ze een seksleven hebben, maar de details ontgaan ons.

Huidmijten onder de microscoop

Thoemmes kan de superlijm niet vinden, dus hanteren we de ouderwetse aanpak: met een roestvrijstalen laboratoriumspatel schraapt ze talg van mijn huid.

Heel even ben ik bang dat ik vijf uur in de auto heb gezeten om vervolgens alleen het vuil uit mijn poriën te zien.

Thoemmes buigt zich over me heen en gaat langzaam en stevig over mijn gezicht. Even later laat ze me een gezonde hoeveelheid doorschijnend huidvet zien.

Die gaat onder de microscoop. Met de vingervlugheid van iemand die dit al duizenden keren heeft gedaan stelt Thoemmes de microscoop in.

'Volgens mij heb ik er een,' mompelt ze na een paar tellen. Ze kijkt nog een keer. 'Ja, het is echt zo!'

We slaken allebei een kreetje van vreugde. En mijn mijt leeft zowaar nog. Ik zie zijn pootjes wriemelen in het felle licht.

Nadat we een foto van mijn waardevolle bewoner hebben genomen, speurt Thoemmes het glaasje verder af. Langzaam begint ze te tellen.

'Twee, drie. o, dat is misschien een brevis!' Dan blijft ze een poos stil. De eindstand is acht mijten: zesmaal D. folliculorum en tweemaal D. brevis.

Dat zijn er veel, zegt ze diplomatiek. Meestal vindt ze er hooguit een of twee in een monster.

Demodex en rosacea

De onderzoekers die Demodex in de negentiende eeuw ontdekten, beschouwden ze als een mogelijke plaag of een medisch probleem, en dat idee bestaat al honderd jaar.

Mensen met rosacea, een huidaandoening die roodheid veroorzaakt, hebben meer Demodex-mijten, en daarom gaan sommige dermatologen ervan uit dat de mijten de oorzaak zijn.

Tegenwoordig zien we huidmijten in een ander licht. Als vrijwel iedereen ze heeft, zijn we allemaal vergeven van de vieze beesten óf moeten we onze terminologie aanpassen.

Zelfs de relatie met rosacea schijnt volgens Thoemmes anders te liggen. Misschien vormen de ontsteking en verhoogde bloedtoevoer waarmee rosacea gepaard gaat wel gunstige omstandigheden voor huidmijten.

Het is niet gezegd dat deze huidmijten de aandoening veroorzaken, maar de parasieten profiteren vermoedelijk wel van een beschadigde huid en beïnvloeden uiteindelijk ook het verloop van de klachten.

Huidmijten als onderdeel van het huidmilieu

Het zou best kunnen dat mijten goed voor ons zijn, net zoals de 'goede' micro-organismen in onze darmen.

Dat ze de schadelijke bacteriën in onze poriën opeten, en dode huid en talg, of dat ze stoffen tegen schadelijke micro-organismen afscheiden.

Wie weet leven we in symbiose met onze mijten: ze krijgen van ons te eten (de viezigheid uit onze poriën) en in ruil helpen ze met het huishouden.

Hoe vaak komen huidmijten voor?

Er is nog een manier waarop Thoemmes huidmijten kan vinden: via hun DNA.

Toen Dunns onderzoeksgroep het DNA in talgmonsters analyseerde, troffen ze bij iedere proefpersoon boven achttien jaar mijten-DNA aan.

In de monsters die van het gezicht werden geschraapt was dat maar in veertien procent het geval.

In 2014 toonden ze aan dat huidmijten op ieder mens voorkomen.

Uit nader onderzoek is gebleken dat de ontwikkeling van de mijten gelijk opgaat met die van hun menselijke gastheren, en dat er net als bij mensen vier verschillende lijnen zijn, met Europese, Aziatische, Latijns-Amerikaanse en Afrikaanse afkomst.

Onderzoek naar de diversiteit van huidmijten

Michelle Trautwein is een collega van Dunn. Aan de California Academy of Sciences bestudeert zij die mijtendiversiteit.

Ze heeft bij mensen uit meer dan negentig landen mijten verzameld en wil nu het genoom van de dieren in kaart brengen als basis voor verder onderzoek.

Misschien ontdekken we zo hoe de mijten zich naast ons hebben ontwikkeld, zegt ze, en omdat het zo moeilijk is om ze in een laboratorium te kweken, kan genetisch onderzoek meer informatie opleveren.

Van Antoni van Leeuwenhoek tot moderne microscopie

Wie hem ziet, herkent hem misschien niet direct. De microscoop van Antoni van Leeuwenhoek lijkt nauwelijks op de microscopen van vandaag de dag.

Van Leeuwenhoek maakte een zogeheten enkelvoudige microscoop, bestaande uit een klein lensje dat ingeklemd zit tussen twee metalen plaatjes.

Het preparaat dat je door de lens wilt bekijken, wordt bevestigd aan een pin.

Van Leeuwenhoek keek zijn ogen uit door dat kleine lensje. Omdat zijn microscoop veel verder kon uitvergroten dan die van tijdgenoten, ontdekte Van Leeuwenhoek kleine levensvormen en structuren die nog geen mens had waargenomen.

Als eerste zag hij bijvoorbeeld bacteriën en eencelligen. Om over te brengen wat hij waarnam, maakte hij bloemrijke beschrijvingen en huurde hij tekenaars in.

Historische microscoop van Antoni van Leeuwenhoek

Wat Van Leeuwenhoek onderzocht

  • Voordat hij de grondlegger van de microbiologie werd, was Antoni van Leeuwenhoek lakenhandelaar.
  • Om de kwaliteit van stoffen en weefsels te controleren, gebruikten handelaren toen al loepen.
  • Op den duur begon Van Leeuwenhoek zijn eigen lenzen te slijpen en polijsten.
  • Daardoor wist hij uiteindelijk zijn enkelvoudige microscoop ontwikkelen die dankzij het speciaal geslepen lensje vele malen sterker kon vergroten dan samengestelde microscopen uit zijn tijd.
  • Antoni van Leeuwenhoeks ontdekking van allerlei soorten micro-organismen, zoals bacteriën, waren van groot belang.
  • Zelf noemde hij deze ‘Dierkens’.
  • Hij legde vrijwel alles onder zijn microscoop, wat hij eronder kwijt kon.
  • Van zoutkristallen tot regenwater, van kurk tot aan menselijke huid.

Zo schraapte hij ook tandplak uit zijn eigen gebit: ‘een weynig witte materie, die so dik is, als of het beslagen meel was. Dit selvige observerende, oordeelde ik (hoewel ik geene beweginge daar inne konde bekennen) dat’er egter levende dierkens in waren.’

Gedurende zijn leven heeft Antoni van Leeuwenhoek veel onderzoek gedaan naar bloed, bloedvaten en bloedlichaampjes.

In 1674 beschreef Van Leeuwenhoek in een brief aan Constantijn Huygens de rode bloedlichaampjes in bloed uit zijn duim.

Ook zag hij deze bloedlichaampjes door levende dieren stromen, zoals in de kieuwen van een kikkervisje of de staart van een stekelbaars.

De microscoop was natuurlijk ook uiterst geschikt om de levensloop van kleine diertjes onder de loep te nemen.

Zo documenteerde Antoni van Leeuwenhoek de levensloop van een vlo: van eitje tot volwassen dier.

Ook insecten waren een geliefd onderzoeksobject van Antoni van Leeuwenhoek. Na de Klassieke Oudheid was de belangstelling daarvoor weggeëbd, maar Van Leeuwenhoek trof een levendige wereld aan.

Hij bestudeerde de hersenen van een mug, een spier uit een muggenpoot en het facetoog van een ‘scharrebijter’, een niet nader bekende keversoort.

Wanneer Van Leeuwenhoek sperma onder de loep neemt, ziet hij een geweldige menigte zaadcellen die met hun staart bewegen.

Zo blijkt ook dat je met een microscoop een hoop kunt waarnemen, maar toch theorieën kunt bedenken die niet helemaal kloppen met de werkelijkheid.

In Rijksmuseum Boerhaave zijn een aantal oude preparaten van Antoni van Leeuwenhoek bewaard, waaronder de oogzenuw van een koe.

Van Leeuwenhoek hoorde van zijn buurman, een dokter, zou de oogzenuw van een koe hol moeten zijn, zodat er ‘levensgeesten’ doorheen konden stromen.

Dat onderzocht hij in de praktijk. Hij droogde de oogzenuw zelf, en sneed hem vervolgens in plakjes.

Onder de microscoop zag hij ‘vele openingen, gelijk aan een leren zeef met grote en kleine gaten’.

Van observatie naar gerichte huidzorg

Het aantreffen van bepaalde huidbewoners zorgt ervoor dat we nog gerichter kunnen helpen bij bepaalde huidklachten die maar niet over lijken te gaan.

Soms adviseren we ook om tea tree oil (theeboomolie) in verdunde vorm te gebruiken.

Uit onderzoek blijkt dat terpine-4-ol (T4O), een van de belangrijkste bestanddelen van deze olie, bacteriën, schimmels en demodexmijten kan helpen bestrijden.

Gebruik wel altijd een verdunde vorm (bijvoorbeeld mengen met jojobaolie) om huidirritatie te voorkomen.

Huidhistologie eenvoudig gemaakt

tags: #de #huid #onder #de #microscoop