Waarom hapt je baby naar zijn handjes bij de borst?

Een baby die met zijn gezichtje voor de borst ligt en op zijn handjes zuigt, doet dat meestal niet omdat hij de borst weigert. De handbewegingen zijn doelgericht en helpen hem om stabiliteit te vinden, de borst en tepel te lokaliseren, tot rust te komen en uiteindelijk aan te happen.

Het is daarom meestal geen goed advies om de ‘maaiende’ armpjes meteen in een doek te wikkelen of ze weg te stoppen. De baby krijgt dan minder gelegenheid om zijn natuurlijke zoekproces uit te voeren. Een achteroverleunende voedingshouding, waarbij de baby met zijn hele voorkant op het bovenlichaam van de moeder ligt, kan helpen om de armen en handen op een natuurlijke manier bij de borst te gebruiken.

De handjes helpen de baby bij het aanhappen

Lange tijd dacht men dat baby’s niet in staat waren gecontroleerd en doelgericht te bewegen. Een baby werd gezien als volledig hulpeloos. Een baby zou zelfs geen pijn kunnen voelen of ervaren.

Onderzoek naar het gedrag van baby’s werd uitgevoerd in situaties waarbij moeder en kind gescheiden waren. Er was dan ook niets bekend over het gedrag van een baby tijdens de interacties met zijn moeder.

In de loop van de jaren veranderde de manier waarop men babygedrag onderzocht. Toen werd ook duidelijk dat handbewegingen (van hand naar mond) van een baby wél doelgericht zijn.

Dit doelgerichte bewegen begint zelfs al voor de geboorte. Een bekend voorbeeld daarvan zijn echobeelden van een foetus die op zijn duimpje zuigt.

De ontwikkeling begint al voor de geboorte

Het ongeboren kind leert eerst zijn handjes naar zijn gezicht en mond te brengen. Pas daarna begint de foetus met het drinken van het vruchtwater.

Zodra de baby geboren is, gaat hij zijn handjes, als hij ze kan zien, tegen de zwaartekracht in bewegen. De baby die zijn handjes op de borst kan plaatsen, heeft die dus steeds in zijn gezichtsveld.

Deze houding geeft de baby meer stabiliteit ter hoogte van de nek en schouders. Daardoor hebben de handbewegingen meer kracht dan wanneer de armen langs het lichaam van de baby zijn.

Wat gebeurt er tijdens het zoeken naar de tepel?

Door steeds over de borst heen en weer te wrijven met zijn gezichtje, zoekt de baby de tepel. Zodra de tepel het mondje van de baby raakt, opent hij zijn mondje en zoekt hij met zijn tongetje naar de tepel om toe te happen.

Als de baby met zijn gezichtje tegen de borst aan ligt, zal hij met zijn handjes de borst in een vorm duwen die hem helpt de tepel te vinden.

Raakt het gezichtje de borst niet, dan zal de baby zijn handjes gebruiken om zich wat af te zetten om een beter zicht op de tepel te krijgen. Vervolgens zal hij met zijn handjes op zoek gaan naar de tepel.

Zodra het handje de tepel gevonden heeft, gaat de baby soms eerst op het handje sabbelen om wat tot rust komen. Pas daarna verplaatst hij de hand en hapt toe.

De handjes kunnen de melkproductie ondersteunen

Als de baby bij vroeg huid-op-huidcontact na de bevalling de borst met z’n handjes begint te ‘masseren’, komt daardoor extra oxytocine vrij bij de moeder.

Hierdoor worden de tepels hard, waardoor ze voor de baby gemakkelijker te voelen en te pakken zijn.

De handjes hebben dus niet alleen een rol bij het zoeken naar de tepel. Ze kunnen ook bijdragen aan de stabiliteit van de baby en aan de lichamelijke reacties die het aanhappen ondersteunen.

Waarom armpjes wegstoppen vaak niet helpt

Niet iedereen is bekend met de manier waarop een baby zijn handjes gebruikt om aan de borst te gaan. De baby krijgt daardoor vaak niet de tijd voor het hele zoekproces en de handjes zullen worden weggestopt.

Het trekken en duwen en het op de handjes sabbelen aan de borst kunnen de moeder onzeker maken over haar vermogen de baby aan de borst te voeden. De tepel is er, maar toch lijkt het kind liever op de eigen handjes te sabbelen.

Afhankelijk van de voedingshouding kan het proces van het aan de borst gaan zo heel frustrerend verlopen. De baby maait dan met zijn armpjes, schopt met de voetjes, botst met zijn gezichtje tegen de borst, hapt bijna aan om terug te vallen en weer naar de borst te gaan.

Wanneer de armpjes worden tegengehouden, kan de baby minder goed gebruikmaken van bewegingen die hem juist helpen om de borst te vinden. Het sabbelen op een handje kan bovendien een tussenstap zijn om tot rust te komen voordat hij aanhapt.

Een achteroverleunende voedingshouding

In zo’n situatie kan het helpen wanneer de moeder een achteroverleundende houding aanneemt, waarbij de baby met zijn hele voorkant op haar bovenlichaam ligt.

Een moeder die achterover leunt en in die houding haar kind op haar lichaam legt, heeft haar handen volledig vrij. De baby krijgt de kans om van de zwaartekracht gebruik te maken om de armpjes rond de borst te leggen en zichzelf en de borst te stabiliseren.

In die positie kan hij eventueel op z’n vuistjes sabbelen om vervolgens de tepel te zoeken en aan te happen. Zou de baby de borst missen, dan helpt de zwaartekracht hem weer op weg in de goede richting.

achteroverleunende borstvoedingshouding moeder baby

De invloed van de voedingshouding

In een voedingshouding waarbij de baby geen gebruik kan maken van de zwaartekracht om dicht bij de borst te blijven, is de kans op onjuist aanhappen of van de tepel afglijden duidelijk groter.

Als de baby toch nog vaak de borst mist of de moeder zeer gevoelige borsten heeft en het niet prettig voelt als de baby veel gebruik maakt van de handjes, kan het helpen de baby zo te positioneren dat zijn gezichtje steeds in contact met de borst is.

Dit stimuleert de baby om met zijn mondje op zoek te gaan naar de tepel in plaats van met z’n handjes.

Wat de baby doetWat dit kan betekenen
Met het gezichtje over de borst wrijvenDe baby zoekt de tepel.
Met de handjes tegen de borst duwenDe baby vormt de borst en zoekt stabiliteit.
De handjes naar de tepel bewegenDe baby zoekt doelgericht naar de tepel.
Op een handje of vuistje sabbelenDe baby komt tot rust voordat hij aanhapt.
Met de voeten schoppen en met de armen maaienDe baby probeert zijn positie en richting te verbeteren.

Aanraking en lichaamsbewustzijn

Het gedeelte in de hersenen dat te maken heeft met aanrakingen blijft actief, maar nu ook op een andere manier dan voorheen. Een baby blijft zeer veel troost en positieve gevoelens bij lieve aanrakingen houden, maar nu gaat hij zelf ook dingen aanraken.

Vanaf het moment dat je baby zijn handen en voeten gaat gebruiken (zelfs voordat hij bewust gaat pakken, en dus gewoon ‘per ongeluk’ ergens tegenaan komt), leert hij dat dingen anders aanvoelen als hij het aanraakt, dan wanneer hij wordt aangeraakt.

Ook leert hij nu het verschil aan te voelen tussen het aanraken van zijn eigen gezicht en dat van een ander. Raak je je eigen gezicht aan, dan registreren je hersenen immers twee soorten aanrakingen: die van je hand die iets aanraakt, en die van je gezicht dat aangeraakt wordt.

Zo zou je kunnen stellen dat het gebied dat ‘aanrakingen’ in de hersenen registreert verantwoordelijk is voor het leren van de grenzen van het lichaam. Wat is mijn lichaam en waar eindigt het? Dat is een heel ontdekkingsproces.

Het aanraken van objecten en dingen in de omgeving draagt in grote mate bij aan het ontdekken van de wereld. Iets waar je baby nu erg mee bezig is.

Beweging en motorische ontwikkeling

Ook het gedeelte in de hersenen dat verantwoordelijk is voor beweging is nu zeer actief. Dat merk je vanzelf aan je baby, hij is immers met de week meer aan het bewegen en kan per week meer doen met zijn lichaam.

Maar pas op, hier ligt een grote valkuil! Om lichamelijk iets te kunnen doen heb je (simpel gezegd) twee dingen nodig: een spier- en bottenstelsel, en de hersenen.

De spieren en botten moeten het fysieke kunstje doen. Ze moeten dus sterk genoeg zijn. De hersenen moeten de bewegingen kunnen registreren en de spieren kunnen aansturen.

Als de hersenen bijvoorbeeld nog niet hebben geleerd om ‘balans’ te registreren, kan je baby nooit iets uitvoeren waarbij hij in balans moet blijven, zoals het zitten.

De hersenen zijn het ‘controle centrum’. Het gedeelte dat beweging registreert is zeer actief en laat zich ook nog eens mooi op gezette tijden ontwikkelen.

Je weet precies wanneer zich wat mentaal ontwikkelt bij je baby. Je leest een lijst met vaardigheden waarvan de hersenen, het ‘controle centrum’ vanaf nu in staat zijn die aan te sturen.

Maar dan moeten de spieren en botten het ook nog goed genoeg kunnen… en die laten zich niet zo mooi op gezette tijden ontwikkelen. De spieren van de ene baby zijn eerder sterk genoeg dan die van de andere.

En de ene baby heeft zwaardere botten dan de andere, en daardoor is het dus zwaarder om dat lichaam op te tillen. Of je baby dat ook daadwerkelijk meteen gaat doen, hangt van zijn lichaam (de voorkeur) af.

Hoe het handgebruik verandert naarmate de baby ouder wordt

Hoe ouder de baby wordt, hoe handiger hij wordt. Zo zal een baby van drie of vier maanden heel doelgericht en vanzelfsprekend zijn handjes gebruiken om bijvoorbeeld een toeschietreflex af te weren of juist op te wekken of om de kleding van de moeder weg te trekken als hij wil drinken.

Handig!

baby van vier maanden handjes bij borst

Andere zintuigen tijdens de ontwikkeling

Taal en geluid

Als je naar het sprookje van De Kleine Zeemeermin kijkt merk je meteen hoe belangrijk taal is voor ons. Je zou kunnen stellen dat taal essentieel is om je lekker in je vel te voelen.

Het is immers de makkelijkste manier om te communiceren, en aangezien de mens een sociaal dier is, is communiceren essentieel. De eerste echte hoorbare brabbeltjes en geluidjes, zijn in deze periode.

Je ontdekt de wereld ook door geluiden te horen. Het horen van geluiden heeft invloed op de hersenen. Dat geldt niet alleen voor baby’s maar ook voor volwassenen.

Muziek heeft invloed op je stemming. Er doet nog wel eens het verhaal de ronde dat je de ontwikkeling van de hersenen van baby’s kunt beïnvloeden met muziek en dan met name met klassieke muziek.

Aangetoond is dat nooit, maar het is ook nooit weerlegd. Dat wil zeggen, er is nog steeds het idee dat dit waar is, maar wetenschappelijk valt het niet te onderbouwen.

Je baby is nu door zijn ontwikkeling van de hersenen goed in staat om aan te geven wat hij plezierig vindt, en wat niet, als jij maar goed let op de signalen die hij geeft.

Zien

Je baby is de wereld nu helemaal aan het ontdekken. Het zien van dingen speelt daar natuurlijk een grote rol bij. Het is dus niet gek dat dit gedeelte in de hersenen nu nog steeds extra actief is.

Je baby kijkt het liefst naar de dingen die visueel maken wat hij tijdens de afgelopen sprong erbij heeft gekregen aan waarnemingsvermogen.

Als je als ouder weet wat voor nieuwe dingen je baby nu voor het eerst met zijn hersenen kan waarnemen, dan kun je je baby precies die dingen laten zien in je huis en in de omgeving.

Daar heb je geen duur speelgoed voor nodig, alleen de wetenschap wat je baby per sprong interesseert. Wel snap je nu hoe belangrijk het is dat je dat weet.

BORSTVOEDING TUTORIAL baby AANLEGGEN ZONDER PIJN

Veelvoorkomende verschijnselen bij jonge baby’s

Scheelzien

Je baby ziet de eerste maanden nog niet scherp. Het is heel normaal dat hij of zij in deze fase dus af en toe scheel ziet.

Blijft je kindje scheelzien? Als je kindje vanaf 4 maanden blijft scheelzien, kan je dit best even bespreken met jouw consultatiebureau-arts of huisarts/kinderarts.

Vanaf 4 maanden is verder onderzoek bij een oogarts aangewezen.

Niezen

Geen probleem. Je baby is niet ziek. Het is gewoon een reflex. En nuttig om helemaal zelf zijn of haar neusje schoon te ‘snuiten’.

Schrikken

Niets om je zorgen over te maken. Integendeel, de reflexen van je kind doen het perfect. Deze schrikreflex is een primitieve, automatische reactie van het centrale zenuwstelsel en verdwijnt na enkele maanden.

Muffe geur achter de oortjes of in de huidplooien

Gebruik zo weinig mogelijk verzorgingsproducten. Probeer goed te wassen achter de oortjes en tussen alle huidplooien. En droog zéker goed na.

Het blijven moeilijke plekjes.

Melkkorstjes

Dat zijn vette huidschilfers, vooral zichtbaar op het hoofdje en in de wenkbrauwen. Een verhoogde afscheiding van huidsmeer (talg) is heel normaal.

Wrijf het hoofdje regelmatig in met babyolie. Kam de schilfers er daarna voorzichtig uit.

Stridor

Klinkt de ademhaling van je baby op sommige momenten nogal dramatisch, bijvoorbeeld als je baby huilt, drinkt of hoest? Bij sommige kindjes klapt het strottenhoofd wat in elkaar, doordat het kraakbeen nog niet rijp is.

Dit noemen we stridor. Het kan beangstigend zijn, maar is onschuldig. Het is meestal voorbij tegen de eerste verjaardag.

Acne

Ook bij je baby slaan de hormonen op hol. Je kind kan er uitzien als een kleine puber met puistjes.

Gelukkig gaat acne bij een baby na enkele weken vanzelf weg. Smeer zeker geen zalf of vette crèmes.

Ooievaarsbeet

Die rood-blauwe vlek achteraan in de nek of tussen de wenkbrauwen? Dat zijn piepkleine, onderhuidse bloedvaatjes: ze trekken vanzelf weg.

Milia, gerstekorrel of melkvlekjes

Sommige ouders verwarren milia, met acne. Zie je witte puntjes in je baby's gezicht? Grote kans dat dit milia zijn.

Gewoon afblijven, het gaat vanzelf weg.

Droge huid en vervellen

Opnieuw, niets om je zorgen over te maken. Als je je baby een badje geeft, kan je eventueel na een paar minuten een neutrale badolie toevoegen.

Dan zijn de poriën van de huid open en krijg je het meest hydraterende effect.

tags: #baby #hapt #in #gezicht