Een periode van droogte wordt niet zomaar opgeheven door enkele regenbuien. Het neerslagtekort blijft nog een tijd bestaan wanneer de neerslag nauwelijks voldoende is om de verdamping te compenseren, terwijl ook de rivieren en het grondwater verder kunnen dalen.
De weerspreuk «Sint Margriet droog, dan zes weken de zon in het oog» voorspelt volgens de meteorologie geen betrouwbare periode van zes weken zon. Wel kunnen een droge bodem, aanhoudende hogedrukgebieden en weinig neerslag ervoor zorgen dat droog en zonnig weer langer blijft aanhouden.
Waarom zes weken zon geen betrouwbare weersvoorspelling is
De hondsdagen is een aanduiding van de periode van 20 juli tot 20 augustus en staat garant voor broeierig en explosief weer. De hondsdagen hebben niets te maken met honden.
De oorsprong van de term komt uit de astronomie. Na de zon is Sirius de ster die wij het meest helder waarnemen. Sirius wordt ook wel de hondsster genoemd, als helderste van het sterrenbeeld De Grote Hond. Aan het begin van de zomer is de ster tijdelijk onzichtbaar, omdat hij tegelijk met de zon opkomst. Rond 20 juli wordt Sirius in de ochtendschemering weer zichtbaar en dat is het startsein voor de hondsdagen.
Veel weerspreuken zijn verbonden aan de hondsdagen. Ze gaan vaak over Sint Margriet, de naamdag op de eerste dag van de hondsdagen. Boeren zouden vroeger geloven dat het weer op Sint Margriet model stond voor de daaropvolgende weken.
«Regen met Sint Margriet geeft zes weken boerenverdriet», «Sint Margriet droog, dan zes weken de zon in het oog», of «Geeft Margriet geen zonneschijn dan zal het hooi bedorven zijn.»
Volgens sommigen bepaalde het weer op 20 juli zelfs een veel langere periode, getuige deze spreuk: «Komen de hondsdagen met veel regen, dan gaan we slechte tijden tegen, maar komen de hondsdagen helder en klaar, verwacht dan maar een gunstig jaar.»
Alle vindingrijke spreuken ten spijt: het zijn aannames waar kennisinstituten, zoals Noorderweer, niets mee kunnen. Er klopt feitelijk niets van.
Hoe een droge periode kan blijven voortduren
Het weer bij ons mag de komende dagen dan herfstachtig aandoen, van de in de afgelopen zomermaanden opgebouwde droogte zijn we nog lang niet af. Stond het landelijke neerslagtekort in De Bilt gisteren op 269 millimeter, over twee weken wordt op basis van de huidige verwachtingen een tekort van 270 millimeter verwacht.
Van een verbetering is dan ook nauwelijks sprake. De neerslag, die nu in de verwachtingskaarten voor de komende 2 weken zit, is nauwelijks voldoende om voor de in dezelfde periode verwachte verdamping te compenseren. Ondertussen dalen de rivieren weer behoorlijk snel.
Een hogedrukgebied in het zuiden zit ons behoorlijk in de weg. Het zorgt ervoor dat de storingen, die de komende dagen over ons land trekken, het noordwesten van Nederland nog wel behoorlijk wat regen kunnen brengen, maar het zuidoosten vrijwel missen.
De kans op een warme, zonnige en vrij droge zomer is groot. Vooral juni en juli verlopen naar verwachting warmer en droger dan gebruikelijk. Daarmee lijkt de zomer van 2026 in lijn te liggen met de trend van de afgelopen jaren, waarin warme zomers steeds vaker voorkomen.
Seizoensmodellen laten voor alle zomermaanden een signaal zien voor temperaturen boven normaal. Voor juni en juli is er daarnaast een duidelijker signaal voor minder neerslag dan gebruikelijk. In augustus lijkt de neerslag dichter bij normaal uit te komen.
De rol van een droge bodem
Hoe kon het de afgelopen maanden zo droog zijn? Dat komt doordat hogedrukgebied na hogedrukgebied over ons land trok. De zon bleef maar schijnen, er was relatief weinig bewolking en weinig neerslag. Daardoor droogde de bodem uit.
En die droge bodem houdt vervolgens het zomerse weer mede in stand. Want een droge, warme bodem verwarmt ook de lucht erboven.
Een factor die de kans op warmte kan vergroten, is de uitgangssituatie na de lente. Die verliep zonnig en droog, waardoor de bodem op veel plekken droger is dan normaal. Een droge bodem warmt sneller op dan een vochtige bodem.
Er gaat minder energie verloren aan verdamping van vocht, waardoor meer zonnewarmte direct bijdraagt aan het opwarmen van de lucht. Ook ontstaan er minder wolken, waardoor de zon meer ruimte krijgt.
Zo kan een wisselwerking ontstaan: veel zon droogt de bodem verder uit, en een drogere bodem vergroot vervolgens weer de kans op warme tot zeer warme dagen. Vooral bij wind uit zuidelijke richtingen kan de temperatuur dan snel oplopen.

Neerslagtekort blijft langer bestaan dan regenval
Een beetje vocht kunnen we goed gebruiken. De droge zomer leidde ertoe dat we nu een neerslagtekort hebben van zo’n 300 millimeter. Ter vergelijking: gemiddeld valt er 800 millimeter regen in een heel jaar.
Het neerslagtekort dat in de afgelopen droge maanden is opgebouwd, blijft nog wel even. Als het qua neerslag een normale winter wordt, zal het daarna wel opgeheven zijn.
Doordat er vrijwel geen neerslag valt, het zonnig is en er een windje staat is er veel verdamping en neemt het neerslagtekort dus toe. Maar de droogte die nu in de bodem te zien is, is ook de droogte van vorig jaar.
Afgelopen winter heeft het niet veel geregend, waardoor de bodem niet heeft kunnen herstellen. Hoewel februari vrij normaal was qua neerslag, waren delen van maart ook al droog.
Je hebt echt een paar weken normale hoeveelheden neerslag nodig om dat weer te compenseren. Een weekje regen gaat geen zoden aan de dijk zetten.
Verschillende vormen van droogte
Er zijn verschillende soorten droogte. Als het weinig regent noemen we dat meteorologische droogte.
Van agrarische droogte is sprake als bij weinig neerslag of een droge bodem landbouwgewassen slecht groeien door een gebrek aan water. De mate van agrarische droogte meet je aan de hand van hoeveel het regent en hoeveel er verdampt over een bepaalde periode of hoeveel water er nog in de toplaag van de grond zit.
Ten slotte is er hydrologische droogte, wanneer rivierafvoeren en grondwaterstanden laag zijn. Deze zomer zien we alledrie optreden.
| Soort droogte | Kenmerk |
|---|---|
| Meteorologische droogte | Weinig neerslag |
| Agrarische droogte | Gewassen groeien slecht door een gebrek aan water |
| Hydrologische droogte | Lage rivierafvoeren en grondwaterstanden |
Droogte in Nederland en Europa
De aanhoudende droogte van de afgelopen maanden leidt tot watertekorten. In Nederland zijn er inmiddels maatregelen genomen. Maar de droogte is veel wijdverspreider, bijna heel Europa heeft er mee te maken.
World Weather Attribution deed onder leiding van wetenschappers van het KNMI onderzoek naar de aanhoudende droogte en de relatie met klimaatverandering en concludeerde dat de droogte is verergerd door klimaatverandering.
Dit komt vooral doordat het steeds warmer wordt en er meer water verdampt. De Europese zomer van 2026 wordt tot nu toe gekenmerkt door uitzonderlijke hitte en wijdverspreide droogte.
Tussen april en juni viel er in grote delen van het continent, van Portugal in het zuidwesten tot Zuid-Finland in het noordoosten, minder regen dan gemiddeld. In combinatie met opeenvolgende hittegolven hebben deze omstandigheden de droogte in Europa verergerd.
De gevolgen zijn wijdverspreid: landbouwproblemen, ongewoon lage waterstanden in rivieren en hevige bosbranden, met name in Spanje en Frankrijk.
De droogte is het ergst in Frankrijk, de Benelux, het zuidoosten van Engeland en het zuidwesten van Duitsland, gebieden die lange tijd onder invloed zijn geweest van een hogedrukgebied met veel zon, nauwelijks regen en hoge temperaturen.

Gevolgen voor bodem, landbouw en natuur
Bij weinig regen en veel verdamping droogt de bodem uit. De Europese droogte legt een zware druk op de landbouw: historische oogstverliezen, waaronder de laagste maïsoogst in Frankrijk in 50 jaar en het verlies van meer dan een miljoen hectare maïs in Roemenië.
Lage oogstopbrengsten kunnen resulteren in hogere voedselprijzen. Tegelijkertijd verstoren lage waterstanden in rivieren het goederenvervoer, terwijl waterschaarste de energieproductie in regio's die afhankelijk zijn van waterkracht bedreigt.
De gemiddelde hoeveelheid neerslag in het groeiseizoen is tot nu toe weinig veranderd door klimaatverandering, droogte is vooral waarschijnlijker geworden door de steeds hogere temperaturen die samengaan met meer verdamping.
Gemiddeld over beide regio's is het bodemvocht in de bovenste laag van 1 meter nu uitzonderlijk laag in vergelijking met alle jaren sinds 1950.
De impact valt nu nog mee, maar de watervraag van gewassen is bijvoorbeeld al vrij hoog. We verwachten ook dat er dus eerder een behoefte zal zijn aan irrigatie.
Er zit niet echt neerslag in de voorspellingen, dus dan droogt het allemaal uit en dan zijn het de grassen, die ondiep wortelen, die als eerste geel gaan verkleuren.
Daarnaast ziet het KNMI ook dat het risico op natuurbranden al redelijk groot is.
Lage rivierstanden en watertekorten
De waterafvoer in de Rijn bij Lobith in Nederland is zeer laag, met waarden rond de 750 kubieke meter per seconde(op 16 juli 2026). Begin juli bedroeg de afvoer nog ongeveer 1000 kubieke meter per seconde wat een snelle daling in slechts twee weken tijd laat zien.
Deze waarde is zelfs lager dan de minimumafvoer tijdens de droge zomer van 1976, namelijk ongeveer 780 kubieke meter per seconde.
De situatie bij Lobith illustreert de ernst van de droogte in het Rijnstroomgebied, inclusief stroomopwaartse regio's in de Alpen, Duitsland, Frankrijk en de Benelux.
De aanhoudende droogte heeft geleid tot historisch lage waterafvoeren en een toenemende druk op de beschikbare zoetwatervoorraden. Op 16 juli schaalde Nederland de waarschuwing op naar droogteniveau 2, 'werkelijk watertekort', wat aangeeft dat aanvullende maatregelen nodig zijn om de beperkte beschikbaarheid van zoet water te beheren.
| Moment | Afvoer Rijn bij Lobith |
|---|---|
| Begin juli | ongeveer 1000 kubieke meter per seconde |
| 16 juli 2026 | rond de 750 kubieke meter per seconde |
| Droge zomer van 1976 | ongeveer 780 kubieke meter per seconde |
Wat het weer de komende dagen doet
Vandaag: bewolking en geleidelijk regen
Vanochtend kan in het zuidoosten de zon nog af en toe doorbreken. In de rest van het land heeft bewolking de overhand en vooral in het westen en noordwesten gaat het uit die bewolking ook al af en toe regenen.
In de rest van het land blijft het overwegend droog. Er waait een matige, aan zee af en toe vrij krachtige zuidwestenwind en de temperaturen liggen aan het einde van de ochtend tussen 17 graden in het noordwesten en 21 graden in het zuidoosten.
Vanmiddag breidt de regen zich verder over het land uit. Aan het einde van de middag is het alleen in delen van Twente en de Achterhoek en in het zuiden van Limburg nog droog.
Wordt het daar voor de regen uit nog plaatselijk 24 graden, in de regen koelt het weer af.
Vanavond en vannacht: meeste regen in het westen
Aan de achterzijde van het regengebied, die vanavond vanuit het zuidwesten het land in trekt, bevinden zich enkele zwaardere buien. Tijdens dergelijke buien is er in het noordwesten een kleine kans op onweer.
Verder kunnen dan flinke windvlagen optreden. Rond middernacht heeft de meeste regen het land verlaten.
Het meeste is op dat moment in het uiterste westen en noordwesten gevallen (tot lokaal ruim 20 millimeter), het minste in het zuidoosten van het land (1 tot 2 millimeter).
Dat gebied wordt door de regenzone vrijwel overgeslagen. Na het wegtrekken van de regen en buien, wisselen opklaringen en wolken elkaar de komende nacht af.
Morgen: buien rond een lagedrukgebied
Morgen trekt een opvullend lagedrukgebied net ten noorden van Wadden langs naar de Duitse bocht. Er omheen draaien buien die over ons land bewegen.
Daarbij is er kans op onweer. In het oosten en zuidoosten komen de buien pas in de middag aan.
De wind waait uit richtingen tussen zuidwest en noordwest en is vooral aan de noordwestkust af en toe hard en de temperaturen komen in de middag op rond 19 graden.
Tussen de buien door is ook de zon te zien.
Donderdag: rustiger weer
Donderdag passeert een rug van hogedruk ons land vanuit het westen. Het weer is dan duidelijk rustiger.
Wolken en de zon wisselen elkaar af en vooral in het westen en noorden valt nog een laatste lichte bui. De droge perioden overheersen en het wordt tussen 19 en 22 graden.
Vanaf vrijdag: hooguit licht wisselvallig
Vrijdag, zaterdag en zondag lijken aan de flank van het hogedrukgebied ten zuiden van ons licht wisselvallige dagen te worden.
Dagelijks komt de zon er wel door, maar zwakke storingen brengen ook bewolkte perioden waarin wat lichte regen of een buitje kan vallen. Grote hoeveelheden regen worden niet verwacht.
De wind waait die dagen uit richtingen tussen zuidwest en noordwest en zaterdag en zondag kan het tussen 20 en 23 graden worden.
Ook op de wat langere termijn houdt het hooguit licht wisselvallige weer aan. Veel regen wordt niet verwacht, waardoor het neerslagtekort nauwelijks daalt.
De droogte houdt daarmee aan en de waterstand in de rivieren zal verder dalen. In de temperaturen verandert maar weinig.
Waarom de warme Noordzee extra regen kan brengen
Niet alleen aan land, ook in zee is het warm geweest. Er is zelfs sprake van een heuse mariene hittegolf die al tachtig dagen duurt.
De Noordzee is nog nooit zo warm geweest, sinds het KNMI met de metingen begon in 1984. Afgelopen weekend is de hoogste temperatuur ooit gemeten: 21,5 graden Celsius.
Dat de zee zo warm is, komt door de opwarming van de aarde en het warme weer van de afgelopen maanden. De vele zonuren lieten de watertemperatuur oplopen, en het gebrek aan wind verhinderde dat het warme water aan de oppervlakte mengde met het diepere koudere water.
Als het weinig waait, verdampt er minder water, terwijl verdamping juist voor afkoeling zorgt. Allemaal factoren die ertoe leiden dat we nu een warme zee voor de deur hebben liggen.
Want water houdt de warmte veel langer vast dan lucht. Daardoor kan een hittegolf in zee wel maanden duren, ook als het aan land alweer afgekoeld is.
Regent het in het najaar, dan verwachten we dat met name in de kustgebieden meer en intensere neerslag zal vallen. Dat komt doordat in warm water meer verdamping is, en de lucht dus meer vocht bevat.
Per graad temperatuur wel 7 procent meer vocht. En meer waterdamp = meer neerslag.
Ook het warmere IJsselmeer kan buien een extra impuls geven, dus in grote delen van Nederland kan het deze herfst flink natter worden.

Regen betekent niet meteen herstel van de droogte
Kunnen we na de droogte overstromingen verwachten? Dat valt mee. Niet direct overstromingen.
Maar lokaal kunnen we wel wateroverlast krijgen. Een droge bodem kan veel water in korte tijd niet goed verwerken, waardoor het water een weg naar lagere punten in de omgeving zoekt.
Maar omdat het water in de laagste delen, de rivieren, nog zo laag staat, hoeven we voor overstromingen voorlopig niet bang te zijn.
Ook bij hevige zomerbuien kan de regen zeer plaatselijk vallen. Juist in warme periodes kunnen lokaal stevige buien en onweer ontstaan.
Zulke buien zijn vaak kort en fel, waardoor er plaatselijk veel regen kan vallen terwijl het op andere plekken droog blijft.
Water geven tijdens aanhoudende droogte
Je planten hebben water nodig. Zeker bij een hittegolf en langdurige droogte kunnen ze zelf niet genoeg water uit de grond halen.
Bij warm weer kun je het beste jouw planten water geven op koelere momenten: in de vroege ochtend of in de avond wanneer de zon niet meer op je tuin staat.
Op die manier zal het water minder snel verdampen en heeft het meer tijd om de wortels te bereiken. Zorg er ook voor dat je planten water geeft wanneer de zon niet op ze staat, want druppels op de bladeren kunnen werken als een vergrootglas en zo in combinatie met zonlicht bladeren verbranden.
Bij warm weer verdampt water sneller en daarom is sproeien vaak ook minder effectief dan even flink water geven met een gieter. Als je toch een sproeier wilt inzetten, kun je dat het beste vroeg in de ochtend of later in de avond doen.
Wanneer het iets afkoelt zal het water minder snel verdampen en is de kans groter dat je planten het water kunnen opnemen.
Planten die snel water nodig hebben
De eerste tekenen van watertekort bij een plant zijn hangende stengels en bladeren. Nadat je de plant water hebt gegeven, komt hij er doorgaans weer bovenop.
Maar als het lang droog is, sterven de kleine wortelhaartjes die het water moeten opnemen af. Een ernstig verdorde plant heeft tijd nodig om nieuwe wortelhaartjes te kweken voordat hij kan herstellen.
Hangen planten na een warme dag slap? Dan hoef je ze niet meteen water te geven. Laat ze in plaats daarvan een nacht ongemoeid en ga de volgende ochtend kijken.
Hangen ze nog steeds slap? Geef ze dan water. Zijn ze bijgekomen? Dan is er niets aan de hand en is extra water niet nodig.
Zuinig en effectief water geven
Geef liever in één keer veel water dan steeds kleine beetjes, zeker bij vaste planten in vollegrond. Door niet te vaak water te geven, stimuleer je planten om dieper te wortelen.
Geef ze daarom één keer een goede plens water en wacht dan een tijd. Is water schaars, geef dan prioriteit aan zaailingen, stekjes en jonge planten.
Potplanten, zowel in de kas als in bloembakken buiten, hebben ook veel water nodig. Nieuw geplante bomen en struiken moeten ook goed bewaterd worden.
Schenk speciale aandacht aan coniferen en groenblijvende planten, want als die te weinig water krijgen, kunnen ze verbranden.
Planten die minder vaak water nodig hebben
Planten met oppervlakkige wortels, zoals perkplanten, grote subtropische planten met dunne bladeren en varens in de vollegrond hebben genoeg aan één keer per week een flinke plens water.
Moerasplanten en vochtminnende vaste planten zoals hartlelies (Hosta) zijn zeer gevoelig voor droogte. Wanneer groenten en kruiden te droog staan, schieten ze al snel door.
Veel planten kunnen normaal gesproken wel zonder extra water. Maar tijdens lange perioden van droogte hebben ze wel wat meer water nodig.
Het is beter om een keer per twee weken een flinke hoeveelheid te geven dan wat vaker een klein beetje. Geef ook struiken die oppervlakkig wortelen extra water, zoals fruitstruiken, camellia’s en rododendrons.
Planten die geen extra water nodig hebben
Sommige delen van de tuin laat je het beste ongemoeid, om te voorkomen dat ze afhankelijk van de gieter of sproeier worden.
Houd het gazon droog, zodat robuuste grassoorten en klavers overleven. Volwassen bomen, struiken, hagen en houtkanten behoeven geen water.
Grote traditionele fruitbomen hebben lange wortels om te overleven. Cordylines, Verbascum, Vinca en Agave hebben geen extra water nodig.
De invloed van bodem en standplaats
Doorgaans hebben planten in de (half)schaduw minder water nodig dan planten in volle zon. Een bodem die goed vocht vasthoudt is een zegen bij warme dagen.
Planten in potten kunnen met hun beperkte oppervlak minder water opslaan en zul je vaker water moeten geven dan planten in vollegrond.
Een plant met grote bladeren houdt veel regen tegen en zal wellicht wat meer dorst hebben. Hetzelfde geldt voor tuingedeelten met veel bomen, waar nog bijkomt dat bomen ook veel water opnemen.
Als je plant tegen of bij een muur staat, kan het zijn dat die in de zogenoemde ‘regenschaduw’ staat, namelijk dat de regen vaak wordt tegengehouden door de muur en de grond daardoor uitdroogt.
Ook dan is het goed om je plant wat meer of vaker water te geven.
Droogte en was buiten drogen
Was buiten drogen is vaak de goedkoopste en prettigste manier om je wasgoed fris droog te krijgen. Met de juiste omstandigheden droogt je was sneller dan veel mensen denken.
De beste omstandigheden voor was drogen buiten zijn een combinatie van droge lucht, wat wind en genoeg tijd overdag. Veel mensen kijken vooral naar temperatuur of zon, maar luchtvochtigheid is minstens zo belangrijk.
Op een heldere lentedag met wind kan je was sneller drogen dan op een warme, benauwde zomerdag.
Let bij de keuze voor buiten drogen op lage luchtvochtigheid, een beetje wind of luchtcirculatie, geen regen of mist en voldoende uren daglicht voordat de avondvochtigheid stijgt.
Temperatuur, luchtvochtigheid en wind
Een hogere temperatuur helpt, maar is niet doorslaggevend. Was buiten drogen bij 10 graden kan prima, en ook was buiten drogen bij 15 graden gaat vaak goed als de lucht droog is en er wat wind staat.
Warm weer versnelt de verdamping, maar zonder droge lucht levert warmte alleen minder op dan je misschien verwacht.
Luchtvochtigheid bepaalt hoeveel vocht de buitenlucht nog kan opnemen. Hoe lager die is, hoe sneller je was droogt.
Alles onder ongeveer 60% is gunstig. Tussen 60% en 75% kan het nog steeds, maar duurt het langer. Boven 75% droogt was vaak traag, zeker zonder wind of zon.
Wind voert het vocht direct weg van de stof. Daardoor droogt was buiten sneller, zelfs bij bewolkt weer.
Een licht briesje is al genoeg om het droogproces merkbaar te versnellen. Op een bewolkte maar winderige dag kan je was dus sneller drogen dan op een zonnige, stille dag.
Hoe lang duurt was drogen buiten?
Hoe lang duurt was drogen buiten? Dat hangt af van het soort textiel, de dikte van de stof, hoe goed je hebt gecentrifugeerd en natuurlijk van het weer.
| Kledingstuk | Goed droogweer | Minder gunstig droogweer |
|---|---|---|
| T-shirts en licht ondergoed | 1 tot 3 uur | 3 tot 6 uur |
| Overhemden en blouses | 2 tot 4 uur | 4 tot 7 uur |
| Handdoeken | 3 tot 5 uur | 5 tot 8 uur |
| Spijkerbroeken | 4 tot 6 uur | 6 tot 10 uur |
| Beddengoed | 3 tot 6 uur | 6 tot 9 uur |
Dunne kledingstukken zijn vaak binnen een paar uur droog, terwijl handdoeken, spijkerbroeken en beddengoed langer nodig hebben.
Op een droge, zonnige en licht winderige dag kan lichte was al in 1 tot 2 uur droog zijn. Bij hogere luchtvochtigheid of weinig wind loopt dat snel op.
Wanneer was beter binnen blijft
Was buiten drogen in de winter kan zeker. Ook in koude lucht verdwijnt vocht uit textiel.
Bij vorst bevriest het vocht eerst, waarna het geleidelijk uit de stof verdampt. Vooral op heldere winterdagen met weinig luchtvochtigheid en een beetje wind is buiten drogen mogelijk.
Mist, natte sneeuw en aanhoudende regen zijn juist ongunstig. Was drogen buiten winter vraagt wel meer geduld: dikke stoffen hebben duidelijk langer nodig dan in de lente of zomer.
Was buiten drogen regen is meestal geen goed idee. Zelfs als het maar licht motregent, neemt je was opnieuw vocht op.
Is het benauwd, mistig of regenachtig, dan is het antwoord vaak nee of alleen heel langzaam. Was 's nachts buiten laten drogen is meestal niet verstandig, omdat de luchtvochtigheid vaak stijgt en dauw op het textiel kan trekken.
Vooruitkijken: droogte als terugkerend risico
Seizoensverwachtingen zijn minder betrouwbaar dan reguliere weersverwachtingen. Ze geven vooral een algemene trend aan en geen zekerheid over afzonderlijke dagen of weken.
Ook in een warme zomer kunnen koelere of wisselvallige periodes voorkomen. De verwachting is dus geen blauwdruk, maar wel een bruikbaar startpunt: reken op een grotere kans op warmte, droogte en veel buitenactiviteiten, en blijf tegelijk voorbereid op plotselinge weersomslagen.
Of de komende maanden minder droog zullen verlopen, is nog onduidelijk. In de regel wordt de zomer heter en droger na een droog voorjaar, omdat er dan minder water in de bodem zit en dus minder verdamping en afkoeling mogelijk is.
In de komende twee weken valt in ieder geval weinig regen te verwachten. De vooruitzichten wijzen opnieuw op droogte, maar waarschijnlijk minder extreem dan vorig jaar.
Door lage grondwaterstanden is het systeem wel kwetsbaar, maar onze modellen laten voor de afvoeren voorlopig vooral een milde droogte zien, al zit daar onzekerheid in.
Naarmate de aarde verder opwarmt, neemt de kans op zomerdroogte toe. Het maakt veel uit hoeveel broeikasgassen de wereld nog uit gaat stoten.
Bij hoge uitstoot is wat we nu een hele droge zomer noemen, rond 2100 normaal geworden. Wordt de opwarming beperkt door snelle reductie van uitstoot en het op grote schaal uit de lucht halen van CO2, dan blijft ook de verdere uitdroging in de zomer beperkt.
Hoe dan ook zullen we ons moeten aanpassen aan de veranderingen die nu al gaande zijn. Grotere kans op droogte in de zomer, maar ook grotere kans op hevige neerslag.
Dus aan de ene kant zoetwatervoorraden aanleggen, aan de andere kant ook zorgen dat bij overvloedige neerslag als in juli 2021 het overtollige water niet voor overstromingen zorgt.