Positieve aandacht betekent dat mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking worden benaderd als volwaardige mensen met eigen wensen, mogelijkheden, grenzen, relaties en verantwoordelijkheden. Een positieve alledaagse ondersteuning en een goed pedagogisch klimaat zijn voorwaarden voor een succesvolle behandeling, belangrijk voor een goede relatie tussen cliënt/patiënt en behandelaar, belangrijk voor het welbevinden en om emotionele en gedragsproblemen te voorkomen of te verminderen.
Een positieve ondersteuning/begeleiding wordt bevorderd door in de communicatie en bejegening aan te sluiten op de LVB en op het niveau van de sociaal-emotionele ontwikkeling. Daarbij zijn respect, afstemming, voorspelbaarheid, inspraak en aandacht voor wat iemand wél kan essentieel.
De persoon zien, niet alleen de beperking
In het leven van mensen met een beperking speelt hun beperking weliswaar een rol, maar mensen met een beperking zijn ook werknemer, partner, ouder en vriend. Ze hebben hobby’s en een persoonlijkheid, net als iedereen. Laat dat zien in je communicatie.
Een beperking is onderdeel van de menselijke diversiteit. De beperking zelf hoeft geen prominente rol te spelen, maar kan als vanzelfsprekend meegenomen worden. Mensen met een beperking zelf kunnen zichzelf daardoor ook beter in het verhaal of in het beeld herkennen.
Aan de andere kant moet je de beperking van mensen ook weer niet ontkennen. Het is een belangrijk onderdeel van iemands identiteit. Een beperking is bovendien niet iets om je voor te schamen of iets wat iemand zielig maakt.
Een positieve houding in communicatie en bejegening
De meeste mensen hebben geen intieme relatie met mensen met een beperking. Ook de mensen die over hen schrijven niet. Daarom is hun beeld veelal gebaseerd op wat ze meekrijgen vanuit de media en uit gesprekken met anderen.
Dat beeld is vaak overtrokken: mensen met een beperking worden zielig gevonden, of juist inspirerend. Veelal zijn ideeën en angsten over leven met een beperking onbewust waardoor ze impliciet zichtbaar worden in artikelen over dit onderwerp.
Daarom is het belangrijk om jezelf kritisch te bevragen voordat je gaat schrijven over mensen met een beperking. Heb je een meerdimensionaal beeld van mensen met een beperking, of is je beeld heel plat? Welke woorden gebruik je en hoe zou je het vinden als zo over jou geschreven werd?
Zou je het niet prettig vinden als in bepaalde termen over jou geschreven werd, zoals ‘kwetsbare mensen’? Gebruik ze dan ook niet voor mensen met een beperking.
Ten slotte: realiseer je dat in veel gevallen de stigma’s en ontoegankelijkheid voor mensen met een beperking een veel groter probleem zijn, dan hun beperking en hun hulpmiddel zelf.
Inleving zonder medelijden
Uit stapels onderzoeken komt naar voren dat vooroordelen verminderen als mensen zich gaan inleven in mensen over wie zij vooroordelen hebben. Door stil te staan bij hoe die ander zich voelt en door mee te leven, gaan het beeld van jezelf en het beeld van ‘de ander’ meer overlappen.
Die ‘ander’ wordt dan minder ‘anders’. Daarom werkt inleving bij het verminderen van vooroordelen.
Verhalen in de media over mensen met een beperking die worden verteld vanuit het perspectief van de persoon met een beperking, zijn om die reden zeer waardevol. Let op: het gaat om verhalen waarin je als het ware door de ogen kijkt van de persoon met een beperking.
Belangrijk hierbij is dat de verhalen niet verteld worden om medelijden op te wekken. Ze mogen zeker raken maar het moet duidelijk zijn dat de persoon met beperking niet ‘zielig’ is, maar een mens is zoals iedereen.
Zorg ook dat het echte verhalen zijn van mensen met een beperking; en niet verhalen van hoe mensen - zonder de beperking zelf te hebben - denken dat het is voor mensen met een beperking. Daarom is het belangrijk om mensen met een beperking zoveel mogelijk zelf het verhaal te laten vertellen.
Betrek hen bij je communicatie-uitingen. ‘Niets over ons zonder ons’ is niet voor niets een veelgenoemde uitspraak als het gaat over de inclusie van mensen met een beperking.
Vermijd inspiratie-porno en betutteling
Mensen met een beperking doen boodschappen, verzorgen hun kinderen en gaan op pad. Ze doen alledaagse dingen, net als iedereen. Daar is niks bijzonders aan.
Als mensen met een beperking zulke simpele, alledaagse dingen doen, stel dat dan niet voor als bijzonder en ‘inspirerend’. De in 2014 overleden activiste Stella Young noemt dat in haar grappige en confronterende Ted-talk ‘inspiratie-porno’.
Inspiratie-porno bevestigt het stigma dat we van mensen met een beperking maar weinig kunnen verwachten. En dat stigma heeft een negatieve invloed op het zelfbeeld van mensen met een beperking.
Hierbij aansluitend is het belangrijk om te voorkomen dat er een beeld wordt geschetst dat mensen met een beperking alleen maar bezig zijn met de wens ‘genezen’ te worden. Ook dit kan een vorm van validisme zijn.
Gelijkwaardige relaties en sociale verbondenheid
Gelijkwaardige vriendschappen laten zien tussen mensen met en zonder beperking is ook belangrijk voor kinderen. Kinderboeken voorlezen over zulke vriendschappen is daarom een aanrader voor ouders en docenten.
Ook bij media werkt het zo: als het personage in een dramaserie waarmee jij je kunt identificeren een vriendschap aangaat met iemand over wie jij vooroordelen hebt, dan kunnen die vooroordelen verminderen.
Stel: Jan heeft sterke vooroordelen over mensen met een depressie. Zijn beste vriend is Michael. Michael is bevriend met Rob. Rob heeft jarenlang last gehad van depressies. Als Jan ziet dat Michael en Rob goed met elkaar omgaan, zullen zijn vooroordelen over mensen met een depressie verminderen.
Oog voor diversiteit binnen de groep
Laat diversiteit binnen de groep zien. Uit onderzoek blijkt dat mensen moeilijker vast kunnen houden aan stereotiepe beelden als ze geconfronteerd worden met een groep mensen die niet (helemaal) voldoen aan het stereotiepe beeld.
Als je bijvoorbeeld een diverse groep van tien mensen ziet met verschillende beperkingen, is het lastiger om vast te houden aan één beeld over mensen met een beperking.
Het is daarom goed om in je communicatie meerdere personen met een beperking te laten zien. Dat sluit ook aan bij de realiteit, want ongeveer een op de tien mensen in Nederland heeft een beperking.
Zorg ten slotte dat je de diversiteit van mensen met een beperking zichtbaar maakt. Bijvoorbeeld door afbeeldingen te gebruiken van mensen met verschillende beperkingen, achtergronden, huidskleuren, genders en identiteiten.
Zo kan er ook meer bewustzijn ontstaan: dat mensen met een beperking een diverse groep is. Wanneer je bijvoorbeeld als gemeente een platform raadpleegt van mensen met een beperking maar al deze mensen zijn wit, krijg je geen goed representatief beeld van mensen met een beperking.
Realistische en respectvolle beelden
Als je een afbeelding bij een artikel plaatst, zorg dan dat zo’n afbeelding positief is en realistisch. Op veel stockfoto’s zie je modellen zonder beperking die voor de foto even in een rolstoel zijn gezet.
Dat is voor veel mensen met een beperking een doorn in het oog. Zij herkennen snel dat de beperking niet realistisch gepresenteerd is.
Ook worden voor stockfoto’s geregeld rolstoelen gebruikt die je in de dierentuin of bij de thuiszorgwinkel kunt lenen; dat zijn meestal geen rolstoelen die echte rolstoelers dagelijks gebruiken.
Op een positieve afbeelding van een rolstoeler die dagelijks een rolstoel gebruikt, staat iemand die goed in de rolstoel past.
Zorg ook dat je zoveel mogelijk beelden gebruikt waarop de hele persoon te zien is, in plaats van afbeeldingen waar ingezoomd is op het eventuele hulpmiddel dat iemand gebruikt.
Mensen met een beperking benadrukken dat hun beperking niet een kostuum is dat je even kan aantrekken, bijvoorbeeld om geld mee te verdienen. Daarom pleiten zij ook voor het inhuren van gehandicapte acteurs in films en series voor gehandicapte personages.
Als je AI gebruikt om afbeeldingen te genereren, controleer dan altijd of deze een realistisch beeld geven van mensen met een beperking.

Passende woorden en zelfbenoeming
Het is belangrijk om goed na te denken over welke termen je gebruikt als je over mensen met een beperking spreekt. Termen als ‘invalide’ en ‘mindervalide’ zijn ernstig verouderd en worden als kwetsend ervaren.
Gangbaarder is om te spreken over mensen met een beperking, mensen met een handicap, of gehandicapte mensen. En specifieker: mensen met een fysieke beperking of handicap, mensen met een verstandelijke beperking of handicap en mensen met een psychische kwetsbaarheid.
Vraag daarom, bijvoorbeeld bij een interview, altijd hoe iemand zelf wil worden aangeduid.
Identity first language en person first language
Een voorbeeld waaruit blijkt dat mensen verschillende voorkeuren voor termen hebben, is de discussie onder mensen met een beperking over identity first language versus person first language.
Bij identity first language benoem je eerst de identiteit en bij person first language benoem je juist eerst de persoon. De typering ’een autistisch persoon’ is identity first language. ‘Een persoon met autisme’ is person first language.
Voorstanders van person first language vinden het belangrijk om te benoemen dat iemand met een beperking op de eerste plaats een persoon is en niet diens beperking. Ze leggen liever niet de nadruk op de beperking als deel van diens identiteit.
Voorstanders van identity first language benadrukken dat het gehandicapt zijn een belangrijk deel van hun identiteit is. Iets wat niet hoeft te worden weggestopt, maar zelfs gevierd mag worden.
De voorkeur voor identity first en person first taal verschilt per persoon. Als je het hebt over een groep met verschillende voorkeuren, is het ook een optie om af te wisselen tussen verschillende termen.
Je gebruikt dan bijvoorbeeld afwisselend ‘persoon met autisme’ en ‘autistische persoon’.
Neurodiversiteit en neurodivergentie
Bij het spreken over mensen met een psychische kwetsbaarheid, zijn de begrippen ‘neurodiversiteit’ en ‘neurodivergent’ in opmars.
Neurodiversiteit betekent dat mensen verschillende hersenen hebben. En dat er daarom verschillende manieren om te denken en leren zijn en dat deze verschillen bij de normale variatie tussen mensen horen.
De term neurodivergent wordt gebruikt om mensen te beschrijven van wie de hersenen, denk aan informatie- en prikkelverwerking, manier van denken en functioneren, ‘afwijken’ van de heersende normen in onze maatschappij.
Neurodivergentie is dus geen medische of biologische term: het gaat over categorieën van wat ‘normaal’ is en wat niet. Die categorieën maken we als samenleving en zijn dus ook aan verandering onderhevig.
Neurodivergentie is een brede koepelterm. Voorbeelden van neurodivergentie zijn autisme, ADHD, dyslexie, Tourette, angststoornissen, depressie en dementie.
De term ‘beperking’
Ook goed om te weten: niet alle mensen met een beperking zijn blij met het gebruik van de aanduiding ‘beperking’.
Zo zien sommige Doven, met hoofdletter D, hun doofheid niet als een auditieve beperking, maar als een eigen cultuur. Met gebarentaal als gemeenschappelijke taal, eigen omgangsvormen en een gemeenschappelijke geschiedenis.
Aanraking als positieve aandacht
Aanraking kan daadwerkelijk bijdragen aan het verminderen van pijn. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat aanraking een positief effect heeft op het verlagen van pijn en stress, én op het verbeteren van het algehele welzijn.
Aanraken is niet alleen een biologische basisbehoefte, maar ook een krachtige vorm van communicatie.
Aanraken is de oudste vorm van communicatie - nog vóór taal. Via de tastzin maken we letterlijk contact met de wereld om ons heen. Deze zintuiglijke ervaring speelt een cruciale rol in onze ontwikkeling als mens.
Daarom besteden we in deze workshop ook aandacht aan de tastzin: wat is het, hoe werkt het, en waarom is het zo belangrijk - zeker bij mensen met een verstandelijke beperking?
Veiligheid, afstemming en grenzen
Steeds meer onderzoek wijst op de positieve effecten van aanraken: het kan pijn, stress en angst verminderen, het immuunsysteem versterken en bijdragen aan een gevoel van veiligheid en geborgenheid.
Tegelijkertijd zijn er ook risico’s. Ongepaste of onverwachte aanraking, of aanraking door iemand die zelf gespannen of oververmoeid is, kan juist stress oproepen of onveilig aanvoelen.
Aanraking kan op veel manieren worden toegepast: tijdens de dagelijkse zorg, door een massage, of simpelweg door er bewust en met aandacht te zijn in het contact met de cliënt.
Als aanraken gebeurt met respect en afstemming, draagt het bij aan een gevoel van comfort, erkenning en ondersteuning.
Toch is aanraken in de zorg niet vanzelfsprekend. Het lichaam van de cliënt staat centraal, maar er zijn ook strikte richtlijnen en ethische grenzen rondom fysieke nabijheid.
Dit kan tot dilemma’s leiden: hoe geef je warme, menselijke zorg zonder grenzen te overschrijden?
We verkennen hoe we op een zorgvuldige, bewuste en veilige manier aanraking kunnen inzetten - met als doel het verzachten van pijn en stress bij mensen met een verstandelijke beperking.
Ondersteuning afstemmen op de persoon
De ervaringen en opvattingen van deelnemers met een matige, ernstige en zeer ernstige verstandelijke beperking, MVB, EVB en ZEVB, werden verzameld middels proxy-interviews, waarbij aan naasten werd gevraagd om antwoord te geven als spreekbuis van hun naaste, voorwaarde: laatste twee jaar minimaal wekelijks contact met de deelnemer.
De perspectieven van begeleiders en behandelaren werden opgehaald middels focusgroepen.
Door het perspectief van mensen met VB mee te nemen kan beter worden begrepen welke persoonskenmerken relevant zijn. Om leefstijlondersteuning voor mensen met VB effectief te kunnen personaliseren, zijn hun eigen ervaringen en inbreng essentieel.
Het is echter lastig om alleen vanuit henzelf duidelijk inzicht te krijgen in hun wensen en behoeften. Daarom werden niet alleen mensen met VB, maar ook naasten, begeleiders en behandelaren bevraagd.
Er zijn onder mensen met VB grote verschillen in cognitief functioneren en gezondheids- en motorische problemen, waardoor leefstijlondersteuning om een gepersonaliseerde aanpak vraagt die aansluit bij iemands specifieke mogelijkheden en behoeften.
Een betrouwbare relatie bij intensieve ondersteuning
Mensen met Ernstige Verstandelijke Beperking+ (EVB+) laten naast een ernstige verstandelijke beperking moeilijk verstaanbaar gedrag zien. Deze combinatie maakt begeleiding erg uitdagend.
Mensen met EVB+ hebben zoals iedereen hun eigen wensen en behoeften. Maar door hun problemen met nadenken en communiceren hebben zij hun hele leven intensieve hulp en begeleiding nodig.
Uit de praktijk weten we dat je bij de begeleiding van mensen met EVB+ steeds zoekt naar wat werkt. Dat gaat met vallen en opstaan.
Daarbij heb je de betrokkenheid, wijsheid en expertise nodig van iedereen die met de begeleiding te maken heeft.
Mensen met EVB+ hebben de mensen om hen heen nodig. Een stabiele en betrouwbare relatie met hun omgeving is daarom erg belangrijk.
Iemand die zij kennen, die hen kent en op wie zij durven te vertrouwen.
Het kost tijd en aandacht nodig om mensen met EVB+ te leren kennen en te begrijpen. Je moet signalen van hen leren begrijpen en zien wat ze nodig hebben.
Ook probleemgedrag is een signaal waarmee mensen met EVB+ iets duidelijk willen maken.
Aandacht voor lichamelijke en psychische gezondheid
Naast hun verstandelijke beperking hebben mensen met EVB+ ook altijd andere problemen. Het kan gaan om de volgende problematiek: genetische aandoeningen, zoals het Smith-Magenis syndroom; psychische of psychiatrische symptomen of stoornissen, zoals een autismespectrumstoornis, ASS, posttraumatische stressstoornis, PTSS, en hechtingsproblematiek; problemen met de lichamelijke en geestelijke gezondheid, zoals een verhoogd risico op bijvoorbeeld epilepsie, reflux, slaapstoornissen en obstipatie.
Bij het ontstaan van probleemgedrag spelen zowel eigenschappen van de persoon als invloed van de omgeving een rol.
Positieve aandacht voor gezondheid en leefstijl
Een goede gezondheid is voor mensen met een verstandelijke beperking niet vanzelfsprekend. Zij hebben te maken met gezondheidsachterstanden en een lagere levensverwachting.
Onderzoek en praktijkervaringen laten zien dat veel zorgvragen het medisch domein overstijgen.
Het denken over gezondheid en ziekte is de laatste jaren sterk aan het veranderen en met concepten zoals Positieve Gezondheid is er steeds meer aandacht voor een bredere kijk op gezondheid.
Breder kijken naar gezondheid biedt ook een meer dynamische benadering die recht doet aan wat voor een mens belangrijk is voor een betekenisvol leven.
Met de resultaten van dit onderzoek willen we meer kennis opdoen en bewustwording creëren ten aanzien van de betekenis van gezondheid voor mensen met een verstandelijke beperking.
Door de doelgroep en andere stakeholders bij dit onderzoek te betrekken, creëren we een passend en dynamisch concept van gezondheid wat goed aansluit bij de praktijk en toepasbaar is in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.
Met als doel de arts VG en andere zorgverleners handvatten te geven om tot persoonsgerichte en effectieve zorg te komen.
Bewegen als dagelijkse vorm van positieve ondersteuning
Bewegen is goed voor iedereen. Ook voor mensen met een verstandelijke beperking. Regelmatig bewegen houdt het lichaam en de geest gezond.
Toch kan het lastig zijn om cliënten meer te laten bewegen. Mensen met een verstandelijke beperking bewegen te weinig. Dat weten we uit praktijkervaring en uit wetenschappelijk onderzoek.
Bewegen is niet altijd makkelijk voor mensen met een verstandelijke beperking. Zo hebben ze bijvoorbeeld voor beweging vaak hulp nodig van anderen.
Ook zijn normale activiteiten soms niet geschikt voor deze doelgroep. Of kosten ze teveel geld of tijd.
Voor mensen met een fysieke of verstandelijke beperking gelden de algemene beweegrichtlijnen. Deze richtlijnen geven aan hoeveel beweging nodig is voor een gezonde leefstijl.
Elke vorm van bewegen telt en heeft een positief effect. Vind daarbij een manier die binnen de eigen mogelijkheden past.
Zo is voor de één fietsen inspannend, terwijl de ander pas zweet na rolstoelbasketbal.
Uitgangspunt is het bewegen vast onderdeel maken van het dagelijks leven.
Bewegen is goed, meer bewegen is beter! Zelfs kleine dingen maken al verschil, zoals vaker opstaan of van houding wisselen.
Maar ook regelmatig actiever bewegen is nodig, van een wandeling tot lekker zweten tijdens spinning. Hoe intensief een activiteit is, verschilt per persoon.
Belangrijk is om als doel te hebben dat bewegen onderdeel wordt van het dagelijks leven en niet alleen incidenteel gebeurt.
Let hierbij op dat de intensiteit van een activiteit verschilt per persoon. Wat voor de één licht inspannend is, is voor de ander misschien zwaar intensief.
Daarbij zijn soms aanpassingen nodig, zodat beweegactiviteiten beter aansluiten.
Positieve aanmoediging bij bewegen
Veranderen gaat met veel kleine stapjes. Merk deze stapjes ook op en geef een compliment, bijvoorbeeld als een cliënt met je praat over zijn of haar leefstijl.
Snelle beloningen zorgen dat we meer ons best doen. Geef aandacht aan wat goed gaat.
Is iets maar voor een deel gelukt? Leg dan de nadruk op wat wel gelukt is en kijk hoe het komt dat het gelukt is.
Geef niet te veel informatie en tips. Richt je liever op het vergroten van het zelfvertrouwen van je cliënt.
Belangrijk daarbij: bepaal wat mogelijk is qua beweging binnen de eigen grenzen, vraag advies van een expert bij twijfel.
Bewegen bij lichamelijke beperkingen
Iemand met een fysieke beperking kan soms moeite hebben met het vinden van passend sport of beweegaanbod.
Voor mensen met een fysieke beperking gelden de algemene beweegrichtlijnen. Elke vorm van bewegen telt en heeft een positief effect.
Vind daarbij een manier die binnen de eigen mogelijkheden past. Zo is voor de één fietsen inspannend, terwijl de ander pas zweet na rolstoelbasketbal.
Het uitgangspunt is het bewegen vast onderdeel maken van het dagelijks leven.
Spier- en botversterkende activiteiten
Spierversterkende activiteiten zijn activiteiten om kracht, vermogen, uithoudingsvermogen en omvang van de spieren te verbeteren.
Hierbij kan het gaan om krachttraining of een combinatie van kracht- en duuractiviteiten. Je kunt hierbij denken aan bijvoorbeeld krachttraining, zwemmen, fietsen.
Regelmatig de botten belasten, houdt deze langer sterk.
Botversterkende activiteiten zijn krachttraining en activiteiten waarbij het lichaam met eigen gewicht wordt belast, zoals springen, hardlopen en dansen.
Beweging toegankelijk maken voor mensen met een verstandelijke beperking
Van mensen die begeleid zelfstandig wonen, werd verwacht dat ze bewustere keuzes kunnen maken met betrekking tot hun gezondheid dan mensen in een groepswoning.
De zelfstandigheid betekent echter ook dat naasten en begeleiders niet altijd nagaan of ze voldoende bewegen.
Voor mensen met een licht verstandelijke beperking is het belangrijk dat de ondersteuning aansluit bij hun mogelijkheden, dagelijkse omgeving en behoefte aan duidelijkheid.
Leer hoe je kinderen met een beperking beter kunt herkennen en ondersteunen tijdens de activiteiten/sportlessen.
Steeds meer kinderen en (jong)volwassenen met een niet-zichtbare beperking, zoals autisme of ADHD, doen mee bij reguliere (sport)verenigingen.
Als begeleider wil je dat iedereen met plezier meedoet. Dat vraagt om kennis, aandacht en een open houding.
Met informatie over autisme, ADHD en een licht verstandelijke beperking ontdek je hoe je bijzondere situaties herkent én ombuigt naar plezier en betrokkenheid.
We vertalen dit naar jouw sportpraktijk of activiteit: dichtbij, concreet en direct toepasbaar.
Je kan met praktische tips aan de slag om kinderen met autisme en/of een licht verstandelijke beperking goed te begeleiden tijdens een activiteit/training.
Methoden voor positieve begeleiding
Daarnaast zijn er een aantal specifieke methoden die ook bij mensen met een LVB worden ingezet.
De Grote Methodiekengids van Alliade bevat 28 begeleidingsmethodieken die per doelgroep zijn ingedeeld.
Er is een apart hoofdstuk over begeleidingsmethodieken voor mensen met een LVB en voor/bij ernstig probleemgedrag en/of ernstige psychische problematiek.
In het Handboek verstandelijke beperking - vijfentwintig succesvolle methoden staan 25 methoden die kunnen worden ingezet bij mensen met een verstandelijke beperking.
Een aantal daarvan is gericht op de alledaagse ondersteuning of begeleiding van mensen met een LVB en wordt vaak ingezet.
Informatie over de effectiviteit van een methode is echter niet altijd bekend.
Voordat een methode wordt ingezet, adviseren we daarom dat een behandelaar zich eerst goed verdiept in de methode en wat bekend is over effectiviteit.
Persoonsgerichte leefstijlondersteuning
Mensen met verstandelijke beperkingen, VB, hebben een hoger risico op ouderdoms- en leefstijlgerelateerde aandoeningen dan mensen zonder VB.
Beperkingen in mobiliteit en beperkingen door chronische aandoeningen, hart- en vaatziekten en zintuiglijke problemen komen bij hen vaker voor dan in de algemene bevolking.
Daarnaast worden mensen met VB vaak niet voldoende ondersteund bij een gezond beweeg- en voedingspatroon, waardoor ze vaak al vanaf jonge leeftijd inactief zijn, ongezond eten en gezondheidsproblemen hebben.
Door hun leefstijl te verbeteren, kunnen leefstijlgerelateerde aandoeningen worden afgeremd, waardoor ze meer grip op hun leven en een hogere kwaliteit van bestaan houden.
Het doel van leefstijlinterventies is dat ze de gezondheid verbeteren.
Leefstijlveranderingen volhouden is echter lastig, zowel voor mensen met als zonder VB. Voor mensen met VB is het extra moeilijk.
Ten eerste richten bestaande leefstijlinterventies voor deze doelgroep zich óf op beweging óf op voeding, terwijl die voor de algemene bevolking vaak een combinatie van beide bevatten.
Ten tweede hebben mensen met VB voor leefstijlverbetering ondersteuning nodig van hun naasten en begeleiders, die hiervoor vaak onvoldoende kennis en vaardigheden hebben.
Ten derde hebben mensen met VB voor leefstijlverbetering ondersteuning nodig van hun naasten en begeleiders.
Op dit moment zijn er voor mensen met VB geen gepersonaliseerde leefstijlinterventies die gericht zijn op zowel beweging als voeding.
Eerdere onderzoeken die het ontwikkelen van gepersonaliseerde leefstijlinterventies voor mensen met VB tot doel hadden, betroffen vooral het interpersoonlijke en omgevingsniveau, maar ook persoonskenmerken spelen een rol bij het effect van leefstijlinterventies.
De American Associaton of Intellectual and Developmental Disabilities, AAIDD, benadrukt het belang van een gepersonaliseerde aanpak en ontwikkelde een multidimensionaal model om het functioneren van mensen met VB te begrijpen.
Dit model gaat uit van persoonskenmerken binnen vijf dimensies, intellectueel en adaptief functioneren, gezondheid, participatie en context, en de ondersteuning die iemand ontvangt, waartussen wisselwerking plaatsvindt.
De omgeving als onderdeel van de ondersteuning
Bij het ontstaan van probleemgedrag spelen zowel eigenschappen van de persoon als invloed van de omgeving een rol.
Een stabiele en betrouwbare relatie met de omgeving is daarom erg belangrijk.
De belangrijkste contacten van mensen met EVB+ zijn meestal ouders, familieleden, huisgenoten en direct betrokken zorgprofessionals.
Het kost tijd en aandacht nodig om mensen met EVB+ te leren kennen en te begrijpen.
Je moet signalen van hen leren begrijpen en zien wat ze nodig hebben.
Ook probleemgedrag is een signaal waarmee mensen met EVB+ iets duidelijk willen maken.
Een positieve alledaagse ondersteuning en een goed pedagogisch klimaat helpen om deze signalen serieus te nemen en om ondersteuning af te stemmen op wat iemand nodig heeft.
Samenwerken met de persoon en diens netwerk
In fase 2 gaan we met de informatie die we hebben opgedaan uit het onderzoek in fase 1, in gesprek met de doelgroep zelf.
We interviewen mensen met een verstandelijke beperking maar ook mensen in hun omgeving: (woon)begeleiders, zorgverleners en familieleden.
Vanuit dit kwalitatieve onderzoek hopen we een compleet beeld te krijgen van de gehele context van gezondheid voor deze doelgroep.
Op basis van die informatie ontwikkelen we een passend en dynamisch concept van gezondheid voor mensen met een verstandelijke beperking en dat concept leggen we nogmaals voor aan de betrokkenen.
Vanuit co-creatie ontstaat zo het uiteindelijke concept van gezondheid voor mensen met een verstandelijke beperking.
Gedurende het hele onderzoek wordt samengewerkt met de co-onderzoekers van de Academische Werkplaats en een klankbordgroep.
De co-onderzoekers zijn ervaringsdeskundigen en adviseren bij het opzetten, rapporteren en uitvoeren van het onderzoek.
Met de leden van de klankbordgroep bespreken we de voortgang en resultaten van het onderzoek en wisselen we kennis en ideeën uit gericht op verbinding van het onderzoek met de praktijk.
Documentaire over de inclusie van mensen met een beperking
Praktische uitgangspunten voor positieve aandacht
- Benader iemand als een volwaardig persoon met eigen wensen, mogelijkheden, grenzen en verantwoordelijkheden.
- Sluit in communicatie en bejegening aan op de LVB en op het niveau van de sociaal-emotionele ontwikkeling.
- Vraag altijd hoe iemand zelf wil worden aangeduid.
- Geef aandacht aan wat goed gaat en benoem kleine stappen.
- Leg de nadruk op wat wel gelukt is wanneer iets maar gedeeltelijk lukt.
- Richt je liever op het vergroten van het zelfvertrouwen dan op het geven van te veel informatie en tips.
- Maak bewegen onderdeel van het dagelijks leven en stem de intensiteit af op de persoon.
- Gebruik aanraking alleen met respect, toestemming, afstemming en aandacht voor ethische grenzen.
- Zie probleemgedrag als een mogelijk signaal waarmee iemand iets duidelijk wil maken.
- Werk samen met de persoon zelf, naasten, begeleiders en behandelaren.
- Gebruik realistische beelden en vermijd stereotiepe of medelijdende voorstellingen.
- Laat zien dat mensen met een beperking multidimensionale personen zijn, net als iedereen.