Bloedtransfusie en rode huid: mogelijke reactie, oorzaken en wat u moet doen

Een rode huid na een bloedtransfusie kan passen bij een allergische reactie. Zo’n reactie is meestal herkenbaar aan rode huid of rode huiduitslag, jeuk, galbulten, koorts of rillingen en kan met medicijnen goed worden behandeld.

Bij een bloedtransfusie krijgt u bloed van een donor. Dit gebeurt als u zelf te weinig bloed hebt. Dat kan komen door een bloedziekte, door bloedverlies bij een operatie of een ongeluk, of door het gebruik van bepaalde medicijnen.

Wat betekent een rode huid na een bloedtransfusie?

U kunt een allergische reactie krijgen met koorts, rillingen, galbulten, jeuk of rode huiduitslag. Zo’n reactie is met medicijnen goed te behandelen en trekt meestal weer snel weg.

Bij sommige patiënten kan een allergische reactie optreden. Dit komt echter niet vaak voor. Een allergische reactie is herkenbaar aan koorts, rillingen, galbulten, jeuk of een rode huid.

Hoewel de risico's van een bloedtransfusie tot een minimum worden beperkt, zijn deze niet geheel uit te sluiten. U kunt bijwerkingen krijgen zoals bijvoorbeeld koorts, rillingen, galbulten, jeuk of een rode huid.

Rode huiduitslag na bloedtransfusie

Wanneer kan een rode huid ontstaan?

Bijwerkingen treden meestal op aan het begin van de bloedtransfusie. Daarom blijft er altijd eerst een verpleegkundige bij u om uw temperatuur, hartslag en bloeddruk te controleren.

Om een allergische reactie op tijd te herkennen wordt u tijdens de bloedtransfusie de eerste 10 tot 15 minuten in de gaten gehouden.

Soms kan een allergische reactie nog tot enkele weken na de bloedtransfusie optreden.

Welke klachten kunnen samengaan met een rode huid?

  • koorts
  • rillingen
  • galbulten
  • jeuk
  • rode huid
  • rode huiduitslag

Dit kan vaak eenvoudig met medicijnen worden behandeld. Zo’n reactie kan nog tot enkele weken na de bloedtransfusie optreden.

Ook een reactie door afweerstoffen tegen donorbloed kan koorts veroorzaken. Deze reactie kan met medicijnen worden behandeld.

Wat moet u doen bij een rode huid tijdens de transfusie?

Vertel het direct aan de verpleegkundige als u tijdens de bloedtransfusie een rode huid, jeuk, galbulten, koorts of rillingen krijgt. De verpleegkundige houdt in de gaten hoe uw lichaam reageert op de bloedtransfusie.

Bij een bloedtransfusie blijft er altijd eerst een verpleegkundige bij u om uw temperatuur, hartslag en bloeddruk te controleren.

Als u zich de eerste 24 uur na een bloedtransfusie thuis niet lekker voelt, bel dan naar de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer (0592) 32 52 78. Na de eerste 24 uur kunt u contact opnemen met uw huisarts.

Wat is een bloedtransfusie?

Bij een bloedtransfusie krijgt u bloed van een donor. Dit gebeurt als u zelf te weinig bloed hebt. Voor een bloedtransfusie vraagt uw arts u altijd eerst om toestemming, behalve in spoedgevallen.

Bloed bestaat uit rode bloedcellen, witte bloedcellen, bloedplaatjes en bloedplasma. Om te weten of u een bloedtransfusie nodig hebt, onderzoeken we uw bloed. Hebt u ergens te weinig van, dan kunnen we dat met een bloedtransfusie aanvullen.

Bij een bloedtransfusie krijgt u het onderdeel of de onderdelen toegediend waar u een tekort aan heeft.

Welke onderdelen van bloed kunnen worden toegediend?

Rode bloedcellen

Rode bloedcellen zorgen ervoor dat zuurstof van uw longen naar de rest van uw lichaam gaat. Als u te weinig rode bloedcellen hebt, voelt u zich heel moe. Ook kunnen bijvoorbeeld uw hart en nieren dan minder goed werken.

Rode bloedcellen brengen zuurstof, dat in de longen wordt opgenomen, naar alle organen en weefsels. Bij een ernstig tekort aan rode bloedcellen, bloedarmoede, wordt onvoldoende zuurstof in het lichaam afgegeven. Door dit zuurstoftekort kan schade aan organen ontstaan.

Bloedplaatjes

Bloedplaatjes zorgen ervoor dat een wond ophoudt met bloeden, stolt, en dat er een korstje op de wond komt.

Bloedplaatjes en plasma met stollingseiwitten zijn onderdelen van het bloed die ervoor zorgen dat het bloed stolt bij een bloeding.

Bloedplasma

Bloedplasma is de vloeistof waarin de bloedcellen en bloedplaatjes bewegen. Ook zitten er stoffen in bloedplasma die de bloedplaatjes helpen bij het stoppen van een bloeding.

Witte bloedcellen

Witte bloedcellen helpen tegen infecties, maar een bloedtransfusie met witte bloedcellen komt nooit voor.

Witte bloedcellen beschermen het lichaam tegen lichaamsvreemde stoffen en indringers zoals bacteriën, virussen, parasieten en schimmels.

Waarom kan een bloedtransfusie nodig zijn?

Een bloedtransfusie kan nodig zijn vanwege een tekort aan rode bloedcellen, bloedplaatjes of plasma. Meestal is een tekort aan rode bloedcellen, bloedarmoede, de aanleiding.

Soms is een tekort aan bloedplaatjes of plasma, met onvoldoende bloedstolling als gevolg, de aanleiding. Een tekort aan een van de onderdelen van het bloed ontstaat door verlies, bloeding, of door te weinig aanmaak door ziekte of behandeling.

Een bloedtransfusie kan nodig zijn bij grootschalig bloedverlies zoals bij een operatie. Ook hebben kankerpatiënten vaak donorbloed nodig, omdat chemotherapie de aanmaak van bloedcellen remt.

Voorbereiding op een bloedtransfusie

Toestemming

Behalve in spoedsituaties heeft uw arts uw toestemming nodig voor een bloedtransfusie. Van tevoren bespreekt hij met u waarom een bloedtransfusie nodig is en wat de risico’s zijn.

Om u te helpen een goede keuze te maken, vertelt de arts u vooraf duidelijk over:

  • de reden van de bloedtransfusie;
  • de risico’s die aan de transfusie verbonden zijn;
  • de risico’s die ontstaan wanneer u niet instemt met een bloedtransfusie;
  • eventuele alternatieven voor de bloedtransfusie.

Als u twijfels hebt over een bloedtransfusie, bespreek die dan met uw arts. Bij een bloedziekte kan een bloedtransfusie een belangrijk onderdeel zijn van de behandeling.

Bloedgroep en rhesusfactor

Het bloed dat u krijgt bij een bloedtransfusie, moet passen bij uw eigen bloed. Niet iedereen heeft dezelfde bloedgroep, A+, A-, B+, B-, AB+, AB-, O+ of O-.

Daarom nemen wij bloed bij u af om uw bloedgroep en rhesusfactor vast te stellen. Uw eigen bloed wordt voorafgaand aan een bloedtransfusie gecontroleerd op de aanwezigheid van afweerstoffen, die zouden kunnen reageren met het donorbloed.

Welke bloedgroep iemand heeft, hangt af van welk eiwit, antigeen, er op de rode bloedcellen zit: A of B. Als er antigeen A op zit, heeft u bloedgroep A. Wanneer er antigeen B op zit, heeft u bloedgroep B. Als u antigeen A én B hebt, is uw bloedgroep AB en als u allebei de antigenen niet hebt, heeft u bloedgroep 0.

Naast de bloedgroepen A en B is er nog een derde bloedgroep belangrijk bij een bloedtransfusie: de rhesus-D factor, RhD. Als de rhesus-D factor op uw rode bloedcellen zit, bent u RhD-positief. Als dit ontbreekt, bent u RhD-negatief.

Waarom moet het donorbloed bij uw bloed passen?

Tegen bloed van een ‘vreemde bloedgroep’ kan uw lichaam antistoffen maken die het bloed kapotmaken. Daarom testen we altijd van tevoren van welke bloedgroep uw bloed is. Voor de bloedtransfusie zoeken we dan bloed uit dat daarbij past.

Als een patiënt met bloedgroep A bijvoorbeeld bloed krijgt van een donor met bloedgroep B, dan vallen de antistoffen van de patiënt het bloed van de donor aan. Door deze afweerreactie komt het lichaam in gevaar.

Heeft u bloedgroep A, dan heeft u antilichamen tegen bloedgroep B en andersom. Als u bloedgroep 0 hebt, heeft u antilichamen tegen bloedgroep A en B. Mensen met bloedgroep AB hebben juist geen antilichamen, anders zou er een afweerreactie tegen het eigen bloed ontstaan.

Hoe verloopt de bloedtransfusie?

Bij een bloedtransfusie laten we bloed stromen in een ader van uw arm, meestal uw onderarm. Dit doen we met een infuus.

Eerst krijgt u een naaldje in een ader met een klein plastic buisje. Het naaldje halen we er daarna uit en het buisje blijft zitten. Aan het buisje maken we een slang vast.

Deze loopt naar het zakje met het bloed, dat aan een standaard naast uw bed hangt. Via de slang stroomt het bloed uw ader in en gaat daarna naar de rest van uw lichaam.

U krijgt het bloed via een infuus in een ader in uw hand, elleboog of in uw onderarm. Als u een port-a-cath hebt, kunt u de transfusie ook via de port-a-cath krijgen.

Bloedtransfusie via infuus in arm

Hoe lang duurt een bloedtransfusie?

OnderdeelGemiddelde duur
PlasmaOngeveer een half uur
Bloedplaatjes15 tot 30 minuten
Rode bloedcellenOver het algemeen 1 tot 2 uur

Hoe lang de bloedtransfusie duurt hangt af van het soort bloedtransfusie dat u krijgt. In acute situaties kan het toedienen sneller plaatsvinden.

U kunt te veel vocht krijgen in korte tijd. We laten het bloed dan langzamer in uw ader lopen of u krijgt een medicijn om te plassen.

Afweerstoffen tegen donorbloed

Uw bloed kan antistoffen maken tegen het donorbloed. U krijgt dan koorts. Tegen de koorts geven we u medicijnen.

Soms vormen patiënten na een bloedtransfusie antistoffen tegen andermans bloedcellen. Ook dit kan een reactie geven in de vorm van koorts. Deze reacties kunnen we met medicijnen behandelen.

Soms maken patiënten na een bloedtransfusie afweerstoffen tegen de bloedcellen uit het donorbloed. Hier merkt u niets van. Maar deze afweerstoffen kunnen wel bij een nieuwe transfusie een reactie geven met het donorbloed, waarbij uw lichaam het donorbloed afbreekt.

Dit kan voorkomen worden door passend donorbloed te selecteren. Uw bloed wordt om deze reden altijd onderzocht voordat u een bloedtransfusie krijgt.

Transfusiekaartje

In dit geval krijgt u een bloedgroepenkaartje waarop de allergische reactie staat. Het kaartje moet u bij volgende bloedtransfusies altijd aan uw arts tonen.

Zijn er bij u na de bloedtransfusie antistoffen aangemaakt? Dan krijgt u een transfusiekaartje met daarop de vermelding van dit gegeven. Dit kaartje moet u altijd bij u dragen.

Het kan zo zijn dat de afweerstoffen na verloop van tijd niet meer aantoonbaar zijn. Daarom worden de gegevens over deze afweerstoffen en ook van ernstige allergische reacties opgeslagen in landelijke datasystemen: Transfusie Register Irregulaire Antistoffen en Kruisproefproblemen, TRIX, en Transfusiereacties In Patiënten, TRIP.

Registratie van antistoffen

Bij een volgende transfusie kan het transfusielaboratorium van het ziekenhuis in dit landelijke datasysteem kijken en zo goed mogelijk passend bloed voor u uitzoeken.

Omdat de mogelijkheid bestaat dat deze afweerstoffen na verloop van tijd niet meer aantoonbaar zijn, worden de gegevens over deze afweerstoffen meestal opgeslagen in een landelijk datasysteem.

De afkorting TRIX staat voor Transfusie Register Irregulaire antistoffen en X-proefproblemen. Het is beschikbaar voor alle ziekenhuizen in Nederland.

TRIX is een centraal databestand, dat beheerd wordt door Sanquin en kan worden geraadpleegd door alle bloedtransfusielaboratoria van de Nederlandse ziekenhuizen.

De gegevens van alle patiënten waarbij, in welk Nederlands ziekenhuis ook, zogenaamde irregulaire antistoffen tegen bloedgroepen zijn gevonden, worden erin opgeslagen.

Dit register zal een belangrijke bijdrage leveren aan het voorkomen van transfusiereacties bij patiënten in Nederland, waardoor bloedtransfusie weer een stapje veiliger wordt.

Zeg het tegen uw arts als u niet graag heeft dat deze gegevens worden opgeslagen in een landelijk systeem. Als u bezwaar hebt tegen de registratie van uw gegevens in dit landelijke registratiesysteem, kunt u dit bij uw arts aangeven. Het ziekenhuis zal uw bezwaar in het dossier vastleggen.

Hoe veilig is een bloedtransfusie?

Een bloedtransfusie is veilig. De risico's van een bloedtransfusie zijn minimaal.

Om bloedtransfusies zo veilig mogelijk te maken, worden de volgende maatregelen genomen:

  • Alleen gezonde mensen kunnen bloeddonor worden.
  • Donors geven hun bloed vrijwillig en krijgen hier geen geld voor.
  • Al het donorbloed wordt gecontroleerd.
  • Bloedplaatjes worden gecontroleerd op de aanwezigheid van bacteriën.
  • Uw eigen bloed wordt voorafgaand aan een bloedtransfusie gecontroleerd op de aanwezigheid van afweerstoffen, die zouden kunnen reageren met het donorbloed.
  • Als blijkt dat het bloed mogelijk besmet is, wordt het vernietigd.

Donorbloed komt van de bloedbank, Sanquin. Alleen gezonde mensen mogen bloed geven. Bovendien wordt het bloed gecontroleerd, zodat de kans heel klein is dat u door donorbloed infecties oploopt.

Kan een bloedtransfusie een infectie veroorzaken?

Toch blijft er, ondanks alle voorzorgen, een zeer kleine kans bestaan op besmetting met een virus of ziektekiem door de bloedtransfusie. Zo is de kans dat een zak bloed besmet is met HIV kleiner dan één op een miljoen.

Al het donorbloed wordt gecontroleerd op twee soorten geelzuchtvirussen, hepatitis B en C, de geslachtsziekte syfilis, een virus dat een ruggenmergziekte en leukemie kan veroorzaken, en het humaan immuundeficiëntievirus, HIV, dat Aids kan veroorzaken.

Het kan zijn dat de bloeddonor nog maar kort geleden werd besmet. In zijn bloed kan de aanwezigheid van de ziekteverwekker dan nog niet worden aangetoond.

Ook is het mogelijk dat de hoeveelheid virus in het bloed zo gering is, dat het niet kan worden aangetoond met een bloedtest. Tevens kan het gebeuren dat er virussen in het bloed zitten, die we nog niet kennen of waarop om andere redenen niet getest wordt.

Een bloedtransfusie weigeren

U kunt een bloedtransfusie weigeren, maar uw gezondheid kan daardoor wel in gevaar komen. Bedenk daarbij wel dat er niet altijd andere mogelijkheden zijn.

Bloedtransfusies zijn vaak levensreddend. Sommige operaties of behandelingen kunnen zelfs niet worden uitgevoerd zonder een bloedtransfusie.

Een bloedtransfusie weigeren betekent soms een groter risico voor uw gezondheid dan een bloedtransfusie ontvangen. Bespreek uw twijfels over de bloedtransfusie op tijd met uw behandelend arts.

Transfusie met eigen bloed

Als u voor een operatie aangeeft dat u geen bloed wilt van een donor, is het soms mogelijk dat u een transfusie krijgt met uw eigen bloed, een autologe transfusie.

De datum van uw operatie moet meer dan een maand van tevoren bekend zijn. In de maand voor de operatie gaat u een aantal keren naar de bloedbank om bloed af te geven.

Uw algemene lichamelijke conditie moet goed zijn. Uw bloedvaten moeten geschikt zijn voor een aantal keren bloedprikken. U mag geen ziekte hebben die via bloed overdraagbaar is.

Bij sommige operaties komt tóch veel bloedverlies voor. Soms kan het bloed dat uit de wond komt worden opgevangen met een speciaal apparaat. Dit apparaat maakt het bloed geschikt om het aan u terug te geven.

Vraag uw arts welke voorwaarden hiervoor gelden.

Waar komt donorbloed vandaan?

Al het donorbloed in Nederland komt van mensen die vrijwillig en onbetaald bloed geven. De bloedbank van stichting Sanquin beheert en verwerkt het bloed en zorgt ervoor dat u bloed krijgt dat bij u past.

Alleen gezonde mensen mogen bloeddonor zijn. Het donorbloed wordt getest op een aantal virussen zoals hepatitis B en C, syfilis en hiv. Ook worden de bloedplaatjes gecontroleerd op mogelijke bacteriën.

Als u kanker hebt of hebt gehad mag u zelf geen bloed geven. Ook niet als u volledig genezen bent. Er zijn een paar uitzonderingen, die kan de transfusiearts u vertellen.

Als u ooit eerder zelf een bloedtransfusie hebt gekregen, kunt u geen bloed meer doneren.

Verpleegkundige informatie over bloedtransfusieprocedures | Reactietypen, complicaties (hemolytisch/koortsachtig) NCLEX

Wanneer contact opnemen met een arts?

Hebt u na het gesprek met uw arts over een bloedtransfusie nog vragen, stel deze dan gerust.

Als u zich de eerste 24 uur na een bloedtransfusie thuis niet lekker voelt, bel dan naar de Spoedeisende Hulp, telefoonnummer (0592) 32 52 78. Na de eerste 24 uur kunt u contact opnemen met uw huisarts.

tags: #bloedtransfusie #rode #huid