Biopt van een moedervlek bij de huisarts: onderzoek, voorbereiding en uitslag

Een biopt van een moedervlek is een klein stukje huid dat wordt weggehaald voor onderzoek. De huisarts of dermatoloog stuurt dit stukje weefsel naar het laboratorium, waar een patholoog het onder de microscoop onderzoekt.

Een biopt is nodig wanneer de arts niet met zekerheid kan vaststellen wat een huidafwijking is, bijvoorbeeld bij een vermoeden van huidkanker of bij twijfel over een melanoom. Bij een onrustige moedervlek kan de arts er ook voor kiezen om de hele plek weg te halen en te laten onderzoeken.

Wat is een biopt van een moedervlek?

Bij een biopsie halen we een stukje weefsel (biopt) weg voor onderzoek. Bij een huidbiopsie is dit een stukje huid. In het laboratorium onderzoeken we het biopt. Zo kunnen we een huidziekte of huidafwijking opsporen, zoals huidkanker.

Een huidbiopsie is een diagnostisch onderzoek waarbij een dermatoloog een klein stukje huidweefsel afneemt. Het weefsel gaat naar een patholoog, die het onder de microscoop beoordeelt. Dat onderzoek geeft uitsluitsel over de aard van een huidafwijking: goedaardig, een voorstadium, of mogelijk huidkanker.

Een biopsie is geen behandeling. Het is een diagnostisch onderzoek dat duidelijkheid geeft waar klinische beoordeling alleen niet volstaat.

De huisarts neemt niet altijd zelf een biopt. Soms verwijst de huisarts je meteen door naar de dermatoloog, zonder zelf eerst het plekje te laten onderzoeken.

Wanneer is een biopt nodig?

Een biopt is nodig wanneer de dermatoloog met het blote oog of met de dermascoop geen diagnose kan stellen. Ook bij twijfel kan er gekozen worden om een biopt te nemen en het weefsel te laten onderzoeken.

Een goede reden om een huidbiopt te nemen is bijvoorbeeld bij een vermoeden van huidkanker. Dit is niet altijd goed te zien en bovendien wil je hierbij geen risico's nemen. Bij twijfel of een plek huidkanker kan zijn zal er altijd een biopt worden genomen om dit vast te stellen dan wel uit te sluiten.

Ook om de juiste behandeling op te stellen kan een huidbiopt uitkomst bieden. De huidarts heeft besloten om bij u een huidbiopsie te doen omdat uw huidarts meer zekerheid wilt hebben over de zogenaamde “ klinische diagnose” (dit is de diagnose die uw huidarts met het blote oog heeft gesteld).

Het stukje huid wordt opgestuurd naar de patholoog. Deze wordt verzocht om het stukje huid onder de microscoop te bekijken en de microscopische diagnose te stellen. De diagnosen gesteld door uw huidarts en die door de patholoog vormen uiteindelijk de definitieve diagnose.

Bij een huidkanker kan de patholoog onder de microscoop het type en de groeiwijze bepalen. Deze twee microscopische kenmerken, tezamen met enkele klinische kenmerken (bijv. leeftijd van de patiënt en lokalisatie van de huidkanker), bepalen uiteindelijk de methode waarmee de huidkanker wordt verwijderd.

Welke veranderingen aan een moedervlek zijn verdacht?

U moet aan een melanoom denken als er ergens op uw huid een snel groeiende, onregelmatige, donkere plek ontstaat.

Een moedervlek verdient extra aandacht als deze groter of dikker wordt, verandert van vorm of kleur, vooral donkerder wordt, onregelmatige asymmetrische randen krijgt, jeukt, gemakkelijk bloedt of als er korsten ontstaan.

Je hebt een plekje op je huid dat verandert. Of een nieuw plekje. Je merkt bijvoorbeeld dat het plekje:

  • ruw is;
  • niet rond is;
  • niet aan alle kanten hetzelfde is;
  • groter wordt;
  • andere kleuren krijgt, bijvoorbeeld zwart, wit, blauw of rood;
  • jeukt;
  • pijn doet;
  • een wondje erin krijgt;
  • snel bloedt en moeilijk weer dicht gaat;
  • schilfers of een korstje heeft;
  • knobbeltjes of bobbeltjes erin of aan de rand heeft;
  • er anders uitziet dan dezelfde soort plekjes, vooral bij moedervlekken.

Verdwijnt het plekje niet na een paar weken? Maak dan een afspraak bij je huisarts. Maak meteen een afspraak met je huisarts als je een moedervlek niet vertrouwt.

Wat is een melanoom?

Een melanoom is een vorm van huidkanker. Het ontstaat uit de pigmentcellen van de huid (melanocyten). Een melanoom kan ontstaan uit een moedervlek die je al langer hebt. Of op een plek waar eerst nog geen moedervlek zat.

Een melanoom ontstaat vaker op plekken die vaak in de zon komen. Die plekken hebben schade gekregen door de UV-straling van de zon.

Melanomen ontstaan vaak uit een moedervlek, maar kunnen ook spontaan ontstaan, zomaar ergens op de huid. Een melanoom kan doorgroeien in de diepere lagen van de huid.

Het melanoom is de ernstigste vorm van huidkanker en is dan ook, in combinatie met uitzaaiingen, voor een groot deel verantwoordelijke voor de sterfgevallen. Vroege herkenning en behandeling zijn zeer belangrijk.

Onderzoek door de huisarts

Heb je een verdacht plekje of andere huidafwijking? Dan kan je huisarts je verwijzen naar de polikliniek Dermatologie. Soms is het nodig om een stukje huid weg te halen.

De huisarts kan meestal zien dat een plekje geen huidkanker is, maar iets anders. Bijvoorbeeld een moedervlek, actinische keratose, een ouderdomsvlek, eczeem, een vetbultje, ouderdomswrat, wrat, waterwrat of lichen sclerosus.

Denkt de huisarts dat je misschien huidkanker hebt? Dan haalt de arts vaak een klein stukje weefsel weg uit het plekje. Dit stukje heet een biopt. De arts stuurt het biopt naar het laboratorium voor onderzoek.

Soms haalt de arts het plekje meteen helemaal weg. Je krijgt hiervoor een verdoving. Soms stuurt de huisarts je meteen door naar het ziekenhuis.

Hoe neemt de huisarts een biopt?

Om zeker te weten of een plekje huidkanker is, haalt de huisarts soms een klein stukje uit het plekje. Dit heet een biopt. De huisarts doet dit met een soort klein appelboortje.

Je krijgt eerst een prik die de huid verdooft. Hierdoor voel je niets van het weghalen van het stukje. De verdoving werkt na ongeveer 1 minuut. De huisarts controleert of de huid goed verdoofd is.

Dan duwt de huisarts een paar seconden zachtjes met het boortje op je huid waar het plekje zit. De huisarts draait het boortje voorzichtig rond. Het boortje gaat daardoor door je huid naar beneden.

Een rond stukje huid komt dan los te liggen. Je voelt dat de huisarts op je huid duwt, maar je voelt geen pijn. De huisarts trekt het stukje huid voorzichtig omhoog met een pincet en knipt het onderaan door.

Het stukje huid is dan los en gaat in een potje. Je hebt nu een klein rond gaatje in je huid. Dit groeit vanzelf dicht.

Meestal is het niet nodig om het gaatje te hechten. Alleen als je huisarts een wat dikker boortje wil gebruiken, is het nodig om het gaatje te hechten. Dit gebeurt met draad, hecht-pleister of lijm.

Je krijgt een pleister of verband op de wond. Het wondje mag 2 dagen niet nat worden. Het stukje huid wordt onderzocht in een laboratorium.

Welke soorten huidbiopsie zijn er?

Er zijn verschillende biopten mogelijk. De dermatoloog kiest de methode op basis van de locatie, grootte en het type afwijking.

MethodeBeschrijving
StansbiopsieMet een rond, hol instrument wordt een klein cilindertje huid uitgestanst.
Shave-biopsieDe afwijking wordt met een dun mesje oppervlakkig afgeschaafd.
ExcisiebiopsieDe volledige afwijking wordt met een marge van omliggend weefsel weggesneden.

Stansbiopsie of appelboortje

Bij een stansbiopsie wordt met een rond, hol instrument een klein cilindertje huid uitgestanst. De meest gebruikte methode, omdat hij weefsel oplevert uit meerdere huidlagen.

De doorsnede van dit rondje huid kan variëren van 2 tot wel 8 mm groot. Meestal wordt een doorsnee van 3 of 4 mm gebruikt.

Er ontstaat een klein wondje die met een (druk) verbandje wordt verbonden of indien het erg nabloedt wordt dichtgebrand. Dit dichtbranden gebeurt met een elektrische naaldje of bolletje; hier voelt u niets van omdat de huid nog verdoofd is.

U kunt na de biopsie gewoon weer naar huis. Het verbandje mag na 1 dag worden verwisseld. Indien het wondje is dichtgebrand ontstaat daar een korstje die binnen een paar dagen vanzelf loslaat.

Excisiebiopsie

Bij een excisiebiopsie wordt de volledige afwijking met een marge van omliggend weefsel weggesneden. Deze methode wordt gebruikt bij onder andere verdenking van een melanoom.

Het te opereren gebied wordt afgedekt met een steriele doek die u niet mag aanraken. Daarna wordt een ovaalvormig gebied rondom de huidafwijking uitgesneden.

De wondranden worden vervolgens aan elkaar gehecht. De wond wordt afgeplakt met een pleister die u regelmatig moet vervangen. U kunt het beste zonder pleister douchen. De wond mag gewoon met water en zeep gereinigd worden.

U kunt na de behandeling gewoon weer naar huis. Na de ingreep maakt u een afspraak om door ons de hechtingen te laten verwijderen. Afhankelijk van de lokalisatie is dit meestal na 7 of 14 dagen. Het is ook mogelijk om de hechtingen door uw huisarts te laten weghalen.

Shave-biopsie

Bij een shave-biopsie wordt de afwijking met een dun mesje oppervlakkig afgeschaafd. Deze methode is geschikt voor verheven plekjes op de bovenste huidlaag.

Bij een shave-biopsie volstaat meestal een verband. Het verwijderde stukje huid wordt daarna opgestuurd voor microscopisch onderzoek naar de patholoog.

Hoe verloopt een huidbiopsie?

De biopsie vindt doorgaans poliklinisch plaats. U hoeft niet nuchter te zijn. Draag bij voorkeur losse kleding die gemakkelijk toegang geeft tot de plek die onderzocht wordt.

Nadat u plaats heeft genomen op de behandeltafel, wordt het te behandelen gebied schoongemaakt met chloorhexidine (een desinfecterend middel).

De betreffende huidafwijking wordt dan eerst plaatselijk verdoofd met een injectie. Hierbij voelt u eerst een klein prikje van de injectienaald. Vervolgens wordt de verdovingsvloeistof ingespoten; meestal voelt dit wat branderig aan.

Door het inspuiten zal een klein gebiedje van 4-5 mm doorsnee tijdelijk opzwellen en ook tijdelijk bleek van kleur worden; dit gebiedje is vrijwel meteen verdoofd.

Na de verdoving voelt u geen pijn meer, wel voelt u dat de arts bezig is. Vervolgens neemt uw huidarts de huidbiopsie af.

De ingreep verloopt in drie fases. Eerst komt de verdoving: de arts brengt een lokale verdoving aan met een kleine prik in de huid rond de afwijking. Na een halve minuut is het gebied gevoelloos.

Vervolgens neemt de dermatoloog het weefsel af. U kunt druk voelen of lichte prikkeling, maar geen pijn. De afname zelf duurt enkele minuten.

Tot slot wordt de wond gesloten. Afhankelijk van de gekozen methode gebeurt dat met hechtingen, met steristrips of met een verband.

Bij een stansbiopsie zijn vaak één of twee hechtingen nodig, bij een shave-biopsie volstaat meestal een verband. De gehele procedure duurt 10 tot 20 minuten, inclusief voorbereiding en afsluiting. U kunt daarna zelf naar huis.

Een verdachte moedervlek volledig verwijderen

De arts kan aan de moedervlek niet met zekerheid zien of het een melanoom is. Met een speciaal apparaatje (dermatoscoop) kan de arts een verdachte moedervlek beter bekijken.

Vermoedt de arts dat de verdachte moedervlek een melanoom is? Dan kan de arts de moedervlek het beste in zijn geheel wegsnijden en laten onderzoeken op kankercellen.

Het weghalen van een verdachte moedervlek heet een diagnostische excisie: het weghalen van een stukje weefsel om een diagnose te stellen. Na onderzoek van het weefsel is pas zeker of het een melanoom is.

Bij verdenking van een onrustige moedervlek plannen we een aparte afspraak om de gehele plek weg te snijden.

Voorbereiding op het verwijderen van een moedervlek

Gebruikt u bloedverdunners? Spreek dan van te voren af of u met de bloedverdunners moet stoppen. Moet u stoppen met de bloedverdunners? Spreek dan ook af hoeveel dagen voor de ingreep u stopt.

Bent u allergisch voor jodium, pleisters of latex (rubber)? Meld dat dan vantevoren duidelijk aan de arts.

Als u bloedverdunnende middelen gebruikt zoals Sintromitis, Acenocoumarol, Ascal, Aspirine of Carbasalaatcalcium dient u dit vooraf aan de arts te melden, zelfs bij voorkeur bij het maken van de afspraak.

Sommige patiënten hebben bij operaties antibiotica nodig i.v.m. een bepaalde hartafwijking. Als u een hartafwijking heeft dient u dit aan de arts te melden voordat de afspraak voor behandeling is gemaakt.

Draag op de dag van de ingreep gemakkelijk zittende kleding, met ruimte voor een eventueel verband. Is uw huid behaard op de plek van de ingreep? Vraag dan of u de huid vooraf moet scheren.

Zorg dat u paracetamol in huis heeft. Kleine ingrepen in de huid geven meestal weinig of geen pijn. Soms kan het wondje wat branden of kunnen de hechtingen trekken.

De excisie zelf

De arts ontsmet de moedervlek en de huid eromheen. U krijgt een prik die de huid op de plek van de ingreep verdooft. De verdoving werkt snel. Vaak binnen een minuut.

Vaak dekt de arts de huid af met een steriele (bacterie-vrije) doek. Op de plek van de ingreep zit een opening in de doek.

De arts maakt een sneetje in de huid en snijdt de moedervlek voorzichtig weg. De arts snijdt ongeveer 2 millimeter extra huid om de moedervlek weg.

Vaak hecht de arts de wond. De hechtingen kunnen na 5 tot 14 dagen worden verwijderd, afhankelijk van waar de wond zit (gezicht, been, rug).

De arts doet een pleister of verband op de wond. De arts stuurt de weggesneden moedervlek altijd naar het laboratorium voor onderzoek.

Wat gebeurt er met het weefsel in het laboratorium?

Het biopt gaat naar het laboratorium. Hier wordt het onderzocht door de patholoog.

De patholoog onderzoekt dan het stukje huid onder de microscoop en stelt vast of het om huidkanker gaat, en welke soort het dan is.

In het laboratorium onderzoekt een arts het plekje onder de microscoop. Deze arts heet een patholoog.

Als de moedervlek een melanoom is, kijkt de arts ook naar:

  • hoe dik (in millimeters) het melanoom is;
  • of er celdelingen te zien zijn in het melanoom;
  • of er zweervorming in de melanoom aanwezig is;
  • of in de snijranden van het weggehaalde melanoom nog kankercellen zitten.

Met deze gegevens kan de arts iets zeggen over de kans op uitzaaiing naar andere delen van het lichaam.

Wanneer krijg je de uitslag?

Meestal krijg je binnen 1 tot 2 weken de uitslag via de dermatoloog. Bij routine onderzoek hopen we de uitslag binnen 3 weken te hebben. Bij een spoedaanvraag is de uitslag meestal binnen 1 dag bekend.

De uitslag is doorgaans binnen 5 tot 10 werkdagen beschikbaar. U wordt telefonisch of via een afspraak op de hoogte gebracht.

Na ongeveer een week krijgt u de uitslag van het onderzoek van de weggesneden moedervlek. U hoort of de verdachte moedervlek een melanoom is.

De huisarts kan meestal zien dat een plekje geen huidkanker is, maar iets anders. Heeft de huisarts een klein stukje weggehaald uit het plekje? Of het plekje helemaal weggehaald? Bel je huisarts na ongeveer 2 weken voor de uitslag.

Mogelijke uitslagen

Bij een goedaardige bevinding is geen verdere actie nodig, al bespreekt de dermatoloog mogelijk een controleadvies.

Gaat het om een voorstadium of afwijkend weefsel, dan kan aanvullende behandeling of controle nodig zijn. De dermatoloog licht het vervolgtraject dan toe.

Wanneer kwaadaardig weefsel wordt gevonden, is de volgende vraag of de snijranden schoon zijn. Schone marges betekenen dat het verdachte weefsel volledig is verwijderd bij de biopsie.

In dat geval volgt een controleafspraak. Zijn de marges niet schoon, dan is een aanvullende ingreep nodig om het resterende afwijkende weefsel weg te nemen.

Bij elke uitslag bespreekt de arts de betekenis en de vervolgstappen persoonlijk met u.

Wat als het een melanoom is?

Als de verdachte moedervlek een melanoom is, krijgt u altijd nog een 2e operatie. De arts haalt dan extra huid weg om de kans op terugkeer van het melanoom te verkleinen.

De arts snijdt bij de 1e operatie niet meteen meer huid rondom de moedervlek weg, omdat op dat moment nog niet zeker is dat het een melanoom is. Als het geen melanoom blijkt te zijn, zou u onnodig een groot litteken krijgen.

Als de patholoog besluit dat het een melanoom betreft, wordt direct ook de microscopische dikte bepaald: de Breslow-dikte.

Aan de hand van die dikte wordt bepaald wat er vervolgens moet gebeuren. Als de Breslow-dikte kleiner of gelijk is aan 2 mm wordt 1 centimeter rondom het litteken verwijderd. In andere gevallen wordt 2 centimeter verwijderd.

Dit wordt verricht volgens de landelijke Richtlijn Melanoom. Deze excisie gebeurt bij voorkeur binnen 6 weken nadat de diagnose is gesteld, meestal eerder.

Doorgaans kan ook deze ingreep onder plaatselijke verdoving plaatsvinden. In sommige gevallen wordt geadviseerd om ook een lymfklieronderzoek te doen. Dat heet een schildwachtklieronderzoek.

Het zorgpad bij een verdachte moedervlek

Je bent door de huisarts verwezen naar de dermatoloog van het ziekenhuis. De huisarts doet dat omdat je misschien een melanoom hebt. In deze folder lees je wat je tijdens het onderzoek en de behandeling kunt verwachten.

Wanneer uw huisarts bij u een verdachte moedervlek heeft ontdekt wordt u verwezen naar de dermatoloog. Daarna volgt u een vastgelegd traject: het zorgpad melanoom.

In dit zorgpad zijn alle noodzakelijke stappen beschreven die van belang zijn voor een juiste behandeling. Daardoor weet u tijdens en na de behandeling steeds waar u aan toe bent.

Eerste afspraak bij de dermatoloog

De dermatoloog bekijkt je moedervlek met het blote oog en met een speciaal vergrootglas. Dit heet een dermatoscoop.

De dermatoloog zal de moedervlek met het blote oog, maar ook met behulp van een dermatoscoop beoordelen. Op basis van dit onderzoek kan de dermatoloog met enige zekerheid vaststellen of het om een melanoom gaat.

Ziet de moedervlek er verdacht uit? Dan maken we een afspraak om deze weg te halen. Soms gebeurt dat meteen tijdens het spreekuur.

Eerste operatie: diagnostische excisie

Het weghalen van de moedervlek noemen we een excisie. Dit doen we onder plaatselijke verdoving. De arts snijdt de moedervlek weg en hecht de wond.

Wanneer er een sterke verdenking bestaat, zal de moedervlek tijdens de eerste afspraak worden verwijderd. Dit heet een diagnostische excisie en gebeurt onder plaatselijke verdoving.

Eerst wordt er dan een foto gemaakt voor in uw patiëntendossier. Na verwijderen van de moedervlek wordt deze opgestuurd naar de patholoog.

Deze beoordeelt de moedervlek onder de microscoop. Meestal is de uitslag van dit onderzoek bekend op het moment dat de hechtingen worden verwijderd.

Als er onzekerheid bestaat zal patholoog overleggen met collega’s of aanvullende onderzoeken doen op de moedervlek. Daarom is de uitslag niet altijd bekend bij het verwijderen van de hechtingen.

Dat betekent niet automatisch dat het niet goed is.

Tweede operatie: therapeutische excisie

Als de patholoog besluit dat het een melanoom betreft, wordt een tweede ingreep noodzakelijk. Dit heet een therapeutische excisie.

Vaak is er een tweede ingreep nodig om meer huid en vet weg te halen. Dat gebeurt meestal onder plaatselijke verdoving.

De tweede operatie vindt ook plaats in het ziekenhuis. Meestal gebeurt dit op de polikliniek en wordt uitgevoerd door de oncologisch chirurg.

Soms is een opname van één nacht nodig, bijvoorbeeld bij algehele narcose.

Het schildwachtklieronderzoek

Soms adviseert de chirurg ook een schildwachtklieronderzoek, een lymfeonderzoek. Dit is een extra onderzoek naar mogelijke uitzaaiingen.

In sommige gevallen wordt geadviseerd om ook een lymfklieronderzoek te doen. Dat heet een schildwachtklieronderzoek. Daarvoor wordt u dan verwezen naar het Medisch Centrum Alkmaar.

De chirurg bespreekt alles met je en plant de operatie in. Dit gebeurt binnen 6 weken na de diagnose.

Multidisciplinair overleg

Patiënten met kanker krijgen voor onderzoek en behandeling te maken met meerdere afdelingen en specialismen binnen het ziekenhuis. De verschillende specialisten werken met elkaar samen in multidisciplinaire behandelteams.

Een multidisciplinair team bestaat uit verschillende specialisten en andere deskundigen die gespecialiseerd zijn in een bepaalde kankersoort. Ook specialisten uit andere ziekenhuizen worden bij het multidisciplinair overleg betrokken.

Gezamenlijk zijn ze verantwoordelijk voor het behandelplan van de patiënt. Bij elke patiënt met kanker is een multidisciplinair team van verschillende specialisten en andere deskundigen betrokken.

Bij huidkanker zijn dat bijvoorbeeld: een dermatoloog, een (plastisch) chirurg die de operatie uitvoert, een radioloog en een patholoog die een grote rol hebben bij het stellen van de diagnose en collega-specialisten uit relevante vakgroepen, zoals een radiotherapeut en een specialistisch verpleegkundige.

Bij alle oncologische overleggen is ook een internistoncoloog aanwezig. Vaak wordt tijdens de behandeling ook een diëtist, fysiotherapeut of psycholoog geraadpleegd.

Na de diagnose komt een multidisciplinair behandelteam bij elkaar om voor de patiënt een behandelplan te maken. Dit multidisciplinaire overleg wordt voor iedere nieuwe oncologische patiënt gehouden.

De patiënt is niet aanwezig bij deze bespreking. In het overleg bespreken alle specialisten en deskundigen die betrokken zijn bij een bepaalde patiënt de gegevens die uit de verschillende medische onderzoeken naar voren zijn gekomen.

De kennis van elke discipline (elk specialisme) wordt meegenomen in de afweging: wat is bij deze tumorsoort, op dit moment, voor deze patiënt de beste behandeling?

De geldende landelijke behandelrichtlijnen vormen altijd de basis voor het individuele behandelplan.

Wondverzorging na een biopt of excisie

Probeer om het verband minstens 24 uur te laten zitten. Verwissel het verband alleen als de wond weer is gaan bloeden, of als het verband nat of vuil is.

Na de huidbiopsie mag je 1 dag niet douchen, zodat het wondje goed kan genezen. Houd er rekening mee dat u pas 24 uur na de ingreep weer mag douchen.

Verwijder het verband als u gaat douchen, en dek de wond na het douchen weer af met schoon gaas of pleister.

U mag niet in bad, en u mag niet zwemmen, zolang u hechtingen heeft. Wel mag u na 24 uur weer douchen.

De hechtingen kunnen wat irritatie geven, waardoor de huid wat rood wordt. Dit is geen reden voor ongerustheid.

Vermijd snelle, onverwachte of ongewone bewegingen, vooral als de hechtingen bij gewrichten of op uw rug zitten. De wond kan dan open gaan, ondanks de hechtingen.

Hierdoor duurt het langer voor de huid geneest en kan een breder litteken ontstaan.

Pijn, bloeding en mogelijke complicaties

Soms kan het wondje wat branden of kunnen de hechtingen trekken. Zo nodig kunt u de paracetamol dan innemen.

Bij eventuele napijn mag u een pijnstiller nemen (bij voorkeur Paracetamol), echter geen aspirine in verband met de kans op nabloedingen.

Een mogelijke complicatie is een bloeduitstorting, vooral bij een huidbiopsie in het gezicht, waarbij ook meestal een zwelling optreedt.

Een andere complicatie is een infectie, die zich uit door pijn, zwelling, roodheid en pus uit de wond.

Neem bij problemen zoals een nabloeding, hevige pijn of infectie contact op met uw ziekenhuis.

Litteken en zonbescherming

Het is vooraf niet te voorspellen hoe de wond eruit komt te zien. Soms geneest een wond heel mooi en valt het litteken nauwelijks op. Soms wordt het litteken dik en blijft het duidelijk zichtbaar.

De huidbiopsie gaat bijna altijd gepaard met littekenvorming, bij de ene persoon wordt het litteken mooier dan bij de andere. Bij sommige patiënten is er na een paar maanden haast niets meer te zien van het litteken.

De verschillen in genezingswijze hebben vooral te maken met uw huidtype. Heeft u een donkere huid? Dan blijft het litteken vaak beter zichtbaar.

Bescherm het litteken tegen de zon, totdat de huid genezen is. Zo voorkomt u dat het litteken blijvend verkleurt.

Omdat de behandelde huid nog dun is kan het gemakkelijk verbranden in de zon. Bovendien kan zonblootstelling ook pigmentverstoringen ter plaatse geven; het litteken kan te donker worden.

Daarom is het aan te raden om op zonnige dagen een zonwerende creme op de behandelde huid aan te brengen. Doe dit echter pas nadat de behandelde huid al weer dicht is.

Controles na een melanoom

Na 1 tot 2 weken kom je terug bij de chirurg. Je krijgt dan de uitslag en de wond wordt gecontroleerd.

Geen uitzaaiingen gevonden? Dan kom je na 3 maanden weer op controle bij de dermatoloog. Die wordt dan weer je hoofdbehandelaar.

Wel uitzaaiingen? Dan verwijst de chirurg je naar een melanoomcentrum. De chirurg blijft dan je hoofdbehandelaar.

De chirurg vraagt je ook een vragenlijst in te vullen (de LAST-meter). Die geeft inzicht in hoe je je voelt - lichamelijk en emotioneel.

Ook legt de chirurg uit hoe je zelf je lymfeklieren kunt controleren.

Hoe vaak je op controle komt, hangt af van de dikte van het melanoom. Bij melanomen tot 1 mm Breslow-dikte zijn de vooruitzichten zo gunstig dat het niet noodzakelijk is u onder controle te houden.

Meestal is er nog een eenmalige controle na ongeveer een maand. U kunt dan nog eventuele vragen stellen en krijgt uitleg over hoe u uzelf kunt controleren.

Dikkere melanomen, groter dan 1 mm, blijven 5 jaar onder controle. De dermatoloog en chirurg wisselen elkaar af.

In het begin heb je vaker een afspraak, bijvoorbeeld 4 keer per jaar. Later wordt dat minder, tot 1 keer per jaar.

Meestal zijn extra onderzoeken zoals röntgenfoto’s of scans niet nodig. Alleen bij klachten of als het nodig is.

Ben je ongerust over een nieuwe plek op je huid? Of heb je een dringende vraag? Neem dan contact op met de dermatoloog.

Vooruitzichten

De vooruitzichten bij een melanoom hangen af van de kans op uitzaaiingen. Wordt het melanoom op tijd ontdekt? Dan is de kans op genezing groot.

Hoe dunner het melanoom, hoe beter de vooruitzichten. Bij sommige mensen keert het melanoom terug. Dan kan het zich verspreiden. Bij anderen blijft het weg.

Omdat de meeste patiënten in een vroeg stadium van de ziekte worden behandeld, zijn de vooruitzichten doorgaans gunstig.

Hier geldt hoe dunner het melanoom, hoe groter de kans op volledige genezing. De overleving van patiënten met een dun melanoom (dunner dan 1 mm Breslow-dikte) ligt erg hoog, tegen de 100%.

Wanneer contact opnemen met de arts?

Neem contact op met de arts bij een nabloeding, hevige pijn, toenemende zwelling, duidelijke roodheid of pus uit de wond.

Omdat de diagnose melanoom - ondanks alle uitleg - regelmatig voor onrust bij de patiënt zorgt, is het belangrijk niet met die onrust te blijven lopen. Het is dan beter om contact op te nemen met je dermatoloog of huisarts.

Heb je nog vragen? Stel ze gerust aan je dermatoloog of verpleegkundige.

noimgs

tags: #biopt #moedervlek #huisarts